Artikel 100 is ondemocratisch

Het kabinetsbesluit, of voornemen tot een besluit om troepen in te zetten in Uruzgan verliep, aldus het kabinet, keurig volgens de 'artikel 100-procedure'. Het in 2000 in de Grondwet opgenomen artikel 100 verplicht de regering de Staten-Generaal vooraf in te lichten over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Nu is inlichten iets anders dan om instemming vragen.

Het grondwetsartikel dat een besluit tot inzet van het leger wel regelt, artikel 96, is in onbruik geraakt. Daarin staat: het Koninkrijk wordt niet in oorlog verklaard dan na voorafgaande toestemming van de Staten-Generaal. Het gaat om een besluit tot het gebruik van geweld, of inzet van het leger en daarvoor is voorafgaande toestemming vereist van de Staten-Generaal, die in verenigde vergadering bijeen moet komen.

Het ongeclausuleerde artikel 100 is ten onrechte de functie van artikel 96 gaan overnemen en een eigen leven gaan leiden. De achtergrond van de inlichtingsplicht was dat de regering zich soms al in internationaal verband had gecommitteerd aan afspraken over een mogelijke inzet van troepen. Over dat algemene mandaat bestond overeenstemming met de Staten-Generaal. Als dan tot feitelijke inzet van troepen werd overgegaan, stond de Kamer buiten spel. Voor die gevallen is artikel 100 bedoeld. De regering is verplicht de Kamer - indien militair-strategisch mogelijk - vooraf in te lichten over de feitelijke troepeninzet, waar in algemene zin al overeenstemming bestaat met de Staten-Generaal.

De huidige missie naar Afghanistan vloeit niet direct voort uit eerdere verplichtingen, is derhalve een nieuw besluit tot troepeninzet, waarover de Staten-Generaal niet ingelicht of geconsulteerd hoeft te worden, maar waarvoor de volksvertegenwoordiging toestemming moet verlenen. Het is hoog tijd dat artikel 96 en artikel 100 op elkaar worden afgestemd zodat de besluitvormingsprocedure bij het inzetten van het leger geen kansspel voor opportunistische politici kan worden.

Jan Drentje is historicus.