127 Kamerleden voor gevaarlijke missie Uruzgan

Een meerderheid van de Kamer steunde gisteravond de missie naar Uruzgan. Minister Kamp kwam als winnaar naar voren. Hij kreeg zonder grote toezeggingen de PvdA mee.

Helemaal aan het eind van het debat leek het toch nog even mis te gaan voor premier Balkenende (CDA). De brede steun uit de Tweede Kamer voor het zenden van Nederlandse militairen naar Uruzgan had hij toen al binnen - een ruime meerderheid die een maand geleden bijna niemand voor denkbaar had gehouden, zonder D66, maar mét de PvdA. Alleen hadden VVD en PvdA samen een motie ingediend die beoogde een einde te maken aan het gehannes dat zich de afgelopen weken had ontrold nadat de twee D66-ministers Brinkhorst en Pechtold aanvankelijk hadden geweigerd in te stemmen met een kabinetsbesluit over Uruzgan, en de Kamer weigerde om slechts over een 'voornemen' te debatteren.

'U hoeft dat nu niet allemaal weer op te rakelen', probeerde PvdA-leider Bos nog, maar de premier was er niet van af te brengen. Hij begaf zich wederom in de sofismen waaruit zou moeten blijken dat er in december wel degelijk een besluit was genomen, zodat er over de uitzending van de troepen vandaag alleen nog maar een 'bevestigend besluit' hoeft te worden genomen. Bos en VVD-leider Van Aartsen lieten het er maar bij: het was hun voldoende dat de Kamer uitsprak dat er in de toekomst een ordentelijk, eenduidig besluit zou zijn waarover de Kamer zich kan buigen bij het uitzenden van troepen.

In de motie werd de regering ook aangespoord voortaan eenduidig de wil van de Tweede Kamer uit te voeren, om te beginnen vandaag bij de bekrachtiging van de uitzending. Dat beloofde de premier. Diens partij, het CDA, was inmiddels aardig boos over dit optreden van VVD en PvdA, dat erop gericht leek de premier zijn zwakke leiderschap in de zaak-Uruzgan in te peperen. Het CDA stemde dan ook met D66 tégen deze motie. De ministers Bot (Buitenlandse Zaken, CDA), Kamp (Defensie, VVD) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA) kwamen echter eenduidig als overwinnaars uit het debat.

In het bijzonder Kamp had alle reden tevreden te zijn. Hij had in de loop van de dag zonder omhaal de Tweede Kamer andermaal duidelijk gemaakt, hoe riskant en in Nederlandse verhoudingen ongekend gewelddadig de missie in Uruzgan mogelijk kan zijn, en daarvoor toch brede steun verworven.

Kamp was het die ook oppositiepartij PvdA had meegekregen, zonder welke er van brede steun geen sprake had kunnen zijn.

D66 buigt in debat diep voor 'politieke realiteit'

De PvdA wilde een spijkerharde belofte van een zo strikt mogelijke scheiding tussen de ISAF-operatie van de NAVO, waarbinnen de Nederlandse troepen actief zijn, en de terroristenjacht van de Operation Enduring Freedom van Amerikaanse troepen in hetzelfde gebied. Kamp gaf die garantie: de NAVO-commandant op het hoofdkwartier in Kandahar kan een stokje steken voor Amerikaanse acties, wanneer de Nederlanders in Uruzgan menen dat die hun streven naar opbouw en het wekken van vertrouwen in de bevolking teniet zouden doen. Dat was voor de PvdA voldoende - met uitzondering van één lid (Van Heteren) dat tegen bleef.

De steun van de PvdA voor de missie was de doodssteek voor het streven van de kleinste coalitiepartij, D66, die had geprobeerd de missie naar Uruzgan tegen te houden. D66-leider Dittrich kreeg het bepaald zwaar te verduren - niet van zijn coalitiegenoten CDA en VVD, die hun junior-partner in het kabinet al wekenlang zoveel mogelijk negeren, maar meer van mede-tegenstanders van de missie Halsema (GroenLinks) en Marijnissen (SP). Waarom maakte Dittrich zijn eerdere dreigement niet waar, uit de coalitie te stappen wanneer de missie niet doorging, wilden zij weten. Volgens de D66-leider waren zulke dreigementen alleen maar tactiek geweest, de PvdA tot een 'nee' te bewegen, zei Dittrich, daarmee grote hilariteit in de rest van de Kamer oogstend. Nu er toch een meerderheid was, boog D66 voor de 'politieke realiteit', zei hij. In het debat werd ook duidelijk, dat er van de oppositie van de D66-ministers in het kabinet, die in december een kabinetsbesluit hadden weten te verhinderen, inmiddels niets meer over is. Geen wonder dus dat Dittrich een warm pleidooi hield, 'om nu op te houden met het gekrakeel'.

Het slotdebat van gisteravond, voor de meeste fracties gevoerd door hun voorzitter, volgde op de bij uitzending gebruikelijke vergadering van de gecombineerde commissie Buitenlandse Zaken en Defensie van de Tweede Kamer. Meestal worden daarbij aan het kabinet tal van vragen gesteld, maar nu gingen de aanwezige buitenlandwoordvoerders van de fracties er in de meeste gevallen al direct toe over, aan te geven of zij positief of negatief stonden tegenover de missie naar Uruzgan. Opvallend was dat vrijwel alle partijen opmerkten dat er een reële kans op slachtoffers onder de Nederlandse militairen bestaat in Uruzgan. Voor niemand leek dat echter een doorslaggevende factor om ja of nee te zeggen - de tegenstanders waren meestal van mening dat er van opbouwwerk in Uruzgan geen sprake zou zijn en de Nederlandse soldaten dus - in strijd met de officiële doelstellingen van de missie - tot bijna uitsluitend vechten veroordeeld zouden zijn.

Minister Kamp maakte duidelijk dat, gezien de huidige situatie in de Afghaanse provincie, offensieve militaire acties een wezenlijk deel zullen uitmaken van het optreden van de Nederlandse militairen. Iedere keer namelijk wanneer vijandige gewapende elementen het functioneren van het door de Nederlanders bemande PRT (Provincial Reconstruction Team) of het werk van anderen die zich met opbouw of wederopbouw bezighouden, belemmeren. Bovendien is een van de eerste prioriteiten van ISAF in Uruzgan het ontwapenen van de resterende eenheden Talibaan in de provincie. Van de zijde van de Kamer werd er overigens sterk op aangedrongen dat Nederland alles in het werk stelt om de voortdurende infiltraties door gewapende elementen vanuit Pakistan te verhinderen. Minister Bot zei deze zaak reeds meerdere keren in contacten met Pakistaanse gezagsdragers te hebben opgenomen. Volgens Kamp zullen de Nederlanders evenwel subtieler optreden bij het uitoefenen van geweld dan de thans nog in de provincie werkzame Amerikanen, meer op de situatie toegesneden: 'Het zal maatwerk zijn'.

Volgens het Kamerlid Karimi (GroenLinks) zou haar partij wellicht vóór de missie hebben kunnen stemmen wanneer de regering had kunnen bewerkstelligen dat de Amerikanen hun gevangenis in Guantanamo Bay zouden sluiten. De regering betoogde in alle toonaarden dat, voorzover Nederland daarop enige invloed kan uitoefenen, de juridische status van krijgsgevangenen de Nederlanders maken, wél gewaarborgd is - onder andere door een tussen Nederland en Afghanistan ondertekend memorandum. Dittrich verweet PvdA-leider Bos met deze verzekeringen akkoord te gaan, terwijl er naar zijn smaak toch geen absolute zekerheid bestaat dat er niet af en toe een gevangene in Amerikaanse handen valt. 'Ik geef toe, ik behoor tot het zondig ras der reformisten', zei Bos. 'Maar ik maak een keuze: het is dit of de zekerheid dat in Uruzgan élke gevangene naar Guantanamo Bay wordt afgevoerd.'

Hoofdartikel: pagina 7

Rectificatie / Gerectificeerd

De kop 127 Kamerleden voor gevaarlijke missie Uruzgan (3 februari, pagina 1) is niet correct. Van de 150 Tweede-Kamerleden stemden er 126 voor en 23 tegen. Het Kamerlid Lazrak was afwezig.