Zucht naar vrijheid

In het interbellum was Neurenberg het centrum van het Duitse voetbal.

Met dank aan de geheimen van de vrije joodse voetbalkunst.

Neurenberg grijpt het wereldkampioenschap voetbal van komende zomer aan voor een antifascistische tentoonstelling. Op die manier staat de stad stil bij de zestigste verjaardag van de Neurenberger processen tegen de oorlogsmisdadigers van de nazi's.

Het Frankenstadion, waar in juni WK-wedstrijden worden gespeeld, werd van 1933 tot 1938 door Hitler mede gebruikt voor zijn NSDAP-partijdagen. Duizenden geüniformeerde Duitsers met brandende fakkels zorgden destijds voor een angstaanjagende atmosfeer. Ze vernietigden onder meer de vrijzinnige joodse voetbaldroom van FC Nürnberg in de jaren twintig.

Die droom begon op 22 juli 1919. Toen raasde MTK Boedapest, destijds het beste clubelftal van Europa, voor de eerste internationale ontmoeting op Duitse bodem na de Eerste Wereldoorlog door Neurenberg. Historicus Christoph Bausenwein noemt in zijn boek Die Legende vom Club de ontmoeting de 'succesvolste nederlaag' uit het bestaan van de 1. FC Nürnberg.

Na dat duel sloten de MTK-topspelers Peter Szabo en Alfred Schaffer zich immers bij 'Der Club' aan en ontdekte FC Nürnberg een eigen stijl: de Donauvoetbalstijl. Die raakte verfijnd door het vrijzinnig-joodse MTK Boedapest, met elf opeenvolgende landstitels tussen 1914 en 1925. De Iers-Engelse coach Jimmy Hogan presenteerde zich als eerste internationale propagandist van het 'Schotse samenspel', maar de joodse variant voegde er elegantie en individualisme aan toe.

Vier spelers van de droomploeg van MTK coachten tussen 1919 en 1934 de 'Weinroten'. Schaffer, op dat ogenblik de nummer één van het continent, leerde FC Nürnberg de geheimen van de vrije joodse voetbalkunst, gebaseerd op de Schotse 'passing game'. De balvirtuoos demonstreerde techniek, beweging en snelheid en plaatste dat diametraal tegenover kracht, discipline en loopvermogen. Hij dicteerde de Schotse beginselen: de tegenstander tureluurs tikken en dan pas scoren.

Neurenberg groeide uit tot het centrum van het Duitse voetbal. 'Der Club' - zo genoemd omwille van zijn Schotse gezindheid - maakte naam als 'Hongaarse paprika's'. Nürnberg behaalde vijf landstitels tussen 1920 en 1927, was 104 wedstrijden ongeslagen en had tussen juli 1918 en februari 1922 een doelsaldo van 480-47.

In maart 1920 werd de sociaal-democratische SPD samengevoegd met de joods-liberale Duitse Democratische Partij (DDP). De populaire burgemeester Herman Luppe bleef in het stadhuis tot aan de machtsovername van de nationaal-socialisten in 1933. Neurenberg werd onder zijn leiding dé voorbeeldstad van de Weimarrepubliek, met voor die tijd moderne vormen van gezondheidszorg, sociale woningbouw, jeugd- en welzijnspolitiek.

In het verlengde daarvan lag de aandacht voor sport en voetbal. Stad en club stonden volledig onder invloed van de anonieme pionier en profeet Walther Bensemann. Deze joodse wereldburger is de belangrijkste man geweest uit de Duitse voetbalgeschiedenis.

Bensemann gaf het jonge Duitse voetbal een gezicht: dat van de dissidente tegenstroom, van de vrije meningsuiting en van het jeugdige individualisme. Dat lag niet voor de hand in het militaristische keizerrijk van 1914, waar voetbal nauwelijks werd gewaardeerd.

Na de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde zich, op aangeven van de SPD, een parlementaire democratie. Deze werd verankerd in de Weimarrepubliek, in februari 1919. Bensemann inspireerde talrijke idealisten die het geloof in het voetbal én de nieuwe regeervorm rondbazuinden tot in de kleinste dorpjes van het nieuwe Duitsland. In 1918 waren 200.000 mensen lid van een voetbalclub, tien jaar later 800.000.

In zijn essay Fussball in der Weimarer Republik plaatst historicus Erik Eggers het voetbal uit die tijd in perspectief: 'Het prettig gestoorde voetbalfanatisme van de jaren twintig was een onderdeel van de algemene zucht naar moderniteit. De mensen waren de oude gezagsverhoudingen beu en wilden vrijheid. Voetbal stond vooral in de grote steden voor de doorbraak van iets nieuws: vrijetijdsbesteding, lichaamscultuur, levensgevoel.'

In zijn weekblad Kicker voerde Bensemann in 1921 voor het eerst zijn stokpaardje op. Hij schreef dat internationale voetbalconfrontaties tussen landen en clubs de wereldvrede dienden. FC Nürnberg werd de vaandeldrager van zijn standpunten. Maar niet voor lang. Vanaf 1933 koos het Duitse voetbal een tegenovergestelde richting en schurkte schaamteloos aan tegen de discipelen van de Führer.

Jenö Konrad ervoer het verraad aan den lijve. Hij was een topspeler van MTK uit de periode 1914-1925 en trainde Nürnberg vanaf 1930. Hij faalde twee keer in de halve finale van het Duitse kampioenschap. Voldoende voor Julius Streicher, de antisemitische megafoon van het nationaal-socialistische blad Der Stürmer, om Konrads joodse afkomst te beschimpen: 'Jud Konrad ist abgedampft.' En: 'Een jood is als ware sportman niet denkbaar. Geef de trainer een treinkaart naar Jeruzalem en word opnieuw Duits. Anders zult u aan joden ten onder gaan.'

De sociaal-democraat Konrad moest in augustus 1932 met lede ogen toezien hoe dertien miljoen Duitsers op Hitler stemden. Hij vluchtte naar New York. Een jaar later riep Hitler Neurenberg uit tot de stad van de Rijkspartijdag, in de traditie van de 'Goldene Bulle' uit 1356 van keizer Karel IV, die voorschreef dat elke keizer zijn eerste Rijksdag in Nürnberg moet houden.

Tot in 1938 dreunden op een septemberdag duizenden nationaal-socialistische laarzen door het stadion. Met zijn rol als handels-, kunst- en cultuurcentrum sinds de Middeleeuwen was de 'Frankenmetropool' voor Hitler hét propaganda-oord. De nazi's reorganiseerden het voetbal en vernietigden 'das Judenspiel'. Met Konrads vlucht eindigde de 'vrije joodse voetbaldroom' van FC Nürnberg en de Weimarrepubliek.