'Vuur' toont zaken die we liever niet zien

In het toneelstuk Vuur, dat zaterdag in première gaat, staan Marokkanen en politie tegenover elkaar. 'Als er niet naar je wordt geluisterd, gaat het snel mis. Dat voel ik wel aan.'

VUUR, in regie van Karim Traïdia (midden) gaat over de gespannen verhouding tussen politieagenten en Marokkaanse jongeren Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060201 "Vuur' t/m 25 febr. Amsterdam, Engelenbak. Tournee t/m 31 maart. Inl. www.denieuwamsterdam.nl. NRC Handelsblad, Maurice Boyer

Uitdagend, onuitstaanbaar treiterig op straat rondhangen, het is een kunst die de Marokkaanse jongen Yassoul perfect beheerst. De passerende agent beloont zijn act met veertig euro boete, wegens 'hangen'. De jongen provoceert; hij weigert zijn identiteitsbewijs te laten zien ('je weet waar ik woon”) en maakt een verwijzing naar zijn 'broer en haar hoer', toevallig vrienden van de agent. Beheerst scheldt de agent de boete kwijt - en geeft de jongen in plaats daarvan een keiharde maagstoot.

Au, politiegeweld tegen een onderdrukte minderheid. Confronterende zaken waar we liever niet aan denken komen aan bod in Vuur, een toneelstuk dat Justus van Oel schreef in opdracht van de Amsterdamse toneelgroep DNA en theater De Engelenbak, ter ere van het twintigjarig bestaan van de multiculturele theatergroep.

Vuur, dat zaterdag in première gaat, is een politiek geladen stuk over de botsing tussen politie en Marokkaanse jeugd. Regisseur Karim Traïdia, bekend van de film De Poolse bruid, regisseert een cultureel diverse ploeg jonge acteurs; sommigen zijn amateurs, anderen zijn bekend van theater, tv-series en films, zoals Egbert-Jan Weeber (Van God los, Oesters van Nam Kee) en Teun Kuilboer (GTST, Volle Maan, De meiden van De Wit). Dinsdag repeteerde de groep in het DNA-gebouw op het Amsterdamse Prinseneiland, aan de andere kant van het spoor.

Een van de acteurs is een kaalgeschoren man die zo'n twintig jaar ouder is dan de anderen: Jack Druppers, politieagent en initiator van de voorstelling: 'Ik ben buurtregisseur, vroeger heette dat wijkagent. Op eerdere werkplekken heb ik negatieve ervaringen met Marokkaanse straatjeugd gehad. Wat mij frustreerde was dat wederzijdse vooroordelen een oplossing tegen hielden. Omdat ik een uniform droeg, was er geen gesprek mogelijk. Toen bedacht ik dat we eens een voorstelling over die problemen moesten maken, om tot meer begrip te komen.'

Het toneelstuk draait om twee Marokkaanse broers. De eerste, gespeeld door Karim el Guennouni, is een politieagent met een Hollandse vrouw. Hij is een man die de botsing tussen de westerse en Arabische cultuur in zijn borst draagt. Zijn broer, gespeeld door Egbert-Jan Weeber, is een kleine crimineel. Eerder kwam hetzelfde thema, op luchtiger wijze, aan bod in de succesvolle film Shouf Shouf Habibi. In Vuur is het de moord op filmmaker Theo van Gogh die de broers verder uit elkaar drijft.

Volgens Druppers vertonen de twee tegenpolen in het stuk, Marokkaanse straatjeugd en politie, wel enige gelijkenis met elkaar: 'Ook agenten voelen zich onbegrepen door vertekende vooroordelen, over de politie. Beide groepen staan vooraan en vangen de eerste klappen op in de multiculturele strijd.'

Karim Traïdia: 'Op het eerste gezicht gaat het over politie en allochtone straatjeugd, een actueel thema sinds de rellen in Parijs. Maar de voorstelling gaat over veel meer, over hoe in Nederland na de moorden op Fortuyn en Van Gogh groepen tegenover elkaar zijn komen te staan. En het gaat over het gevecht in de borst van een migrant. De Marokkaanse agent vraagt zich steeds af: 'wie ben ik nou eigenlijk?' Aan een eigen antwoord komt hij niet toe omdat iedereen aan hem trekt: zijn broer, zijn blanke vriend bij de politie, zijn vrouw, zijn zus. Op een menselijk niveau gaat het gewoon over vriendschap, liefde, familie, loyaliteit.'

De emoties aan tafel lopen tijdens het gesprek vaak hoog op: alle acteurs met een buitenlandse achtergrond hebben zelf te maken met het proces van uitsluiting zoals geschetst in Vuur - van de Surinaamse Werner Kolf die zich een eenling voelt op de Hogeschool voor Economische Studies, tot de Marokkaanse Dunya Khayame die zich als gymnasiummeisje niet herkent in de Marokkanen op televisie en in het theater (Karim el Guennouni: 'Het zijn altijd kutmarokkanen of wegloopmeisjes”). Egbert-Jan Weber, die de criminele broer speelt: 'Als er niet naar je geluisterd wordt, en je voelt je anders dan de rest, gaat het snel mis. Ik ben geen Marokkaan, maar dat kan ik wel aanvoelen. Mensen moeten gewoon meer naar elkaar luisteren.'

"Vuur' t/m 25 febr. Amsterdam, Engelenbak. Tournee t/m 31 maart. Inl. www.denieuwamsterdam.nl.