Tussen journalistiek en terreurwerk

Al-Jazeera-correspondent Alony kreeg in Spanje zeven jaar gevangenisstraf wegens steun aan Al-Qaeda. Al-Jazeera voert actie tegen deze ' inperking van de persvrijheid'.

Voor de Arabische satellietzender Al-Jazeera is het duidelijk: de vrijheid van nieuwsgaring is in het geding. 'Spanje wordt geprezen voor de terugtrekking van zijn troepen uit Irak”, aldus Al-Jazeera-presentator Mohammed Krishan tijdens een recente solidariteitsbijeenkomst voor ex-correspondent Taysir Alony in Madrid. 'Maar als je nu een peiling in de Arabische landen houdt, zou een hoog percentage Spanje in de eerste plaats veroordelen als het land dat Taysir Alony gevangen houdt.'

Alony werd in september tot zeven jaar gevangenis veroordeeld in het eerste massaproces dat in Madrid werd gehouden tegen het Europese Al-Qaedanetwerk en zijn medewerkers wegens hun betrokkenheid bij de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten. Sindsdien heeft Al-Jazeera protesten tegen de veroordeling in tientallen miljoenen Arabische huiskamers uitgezonden. Alony is zo uitgegroeid uit tot martelaar van de Arabische media en slachtoffer van een wereldwijde 'staat van beleg' die onder het mom van terreurbestrijding is ingevoerd.

Dat Taysir Alony, voormalig correspondent van Al-Jazeera in Kabul, over een goed contactennetwerk beschikte in het circuit van radicale moslims, zal niemand ontkennen. Zelf kwam hij er tijdens zijn proces rond voor uit. Maar de vraag waar informatieve ontmoetingen eindigen en concrete hulp aan een terroristische organisatie begint, staat centraal in het vonnis van de Spaanse rechter. Een logeerpartij van iemand die jaren later uitgroeit tot een belangrijke terreurverdachte, kan gelden als bewijs dat leidt tot een langdurige gevangenisstraf.

De meningen over het vonnis zijn sterk verdeeld: de Arabische commissie voor mensenrechten, een internationale ngo, meent dat onder druk van de publieke opinie en met de speciale terreurwetgeving in de hand de fundamentele vrijheden met voeten zijn getreden. De internationale journalistenvereniging Reporters sans Frontières respecteert evenwel het vonnis. 'De rechterlijke macht in Spanje is onafhankelijk. Dit is geen aanslag op de fundamentele vrijheden”, aldus internationaal voorzitter Fernando Castelló.

Het vonnis van de Madrileense rechtbank concludeert dat Alony weliswaar geen deel uitmaakte van de Spaanse Al-Qaedacel, maar wel twee belangrijke leden van de groep heeft geholpen. In ruil hiervoor hadden de twee hem 'exclusieve en zeer waardevolle informatie” verstrekt over Al-Qaeda en het Talibaan-regime in Afghanistan. 'En omdat de informatieve waarheid, zoals alle waarheden, niet verkregen kan worden tegen iedere willekeurige prijs, [..] beging Taysir Alony het delict van hulp aan een terreurorganisatie”, aldus de rechtbank.

Het werk van Alony als journalist speelt aldus een centrale rol in de veroordeling. De econoom Alony (1955) vluchtte in 1985 uit Syrië uit angst voor vervolging omdat hij vrienden had binnen de verboden fundamentalistische Moslimbroederschap. Na werk als vertaler en bij het Spaanse persbureau Efe kwam hij in 1999 in dienst van Al-Jazeera. Begin 2000 werd hij als correspondent naar Kabul in Afghanistan gestuurd. In die hoedanigheid kreeg hij in oktober 2001 een exclusief interview met Osama bin Laden, dat werd uitgezonden door CNN. Bin Laden, die al eerder het Al-Jazeera bureau had gebruikt als postbus voor het afleveren van tapes, had volgens verklaringen van Al-Jazeera voor Alony gekozen omdat hij de enige buitenlandse correspondent was die zich op dat moment nog in Kabul bevond.

Het vonnis stelt echter dat het interview was verkregen in ruil voor hulp van Alony aan Mohamed Bahaiah en Mustafa Setmarian, twee voortvluchtige terreurverdachten. Ze waren in de jaren negentig bekenden van Alony uit het circuit van Syrische vluchtelingen in Granada. Alony bracht 4.000 dollar voor Bahaiah naar Afghanistan. Het betreft hier volgens de verdediging de opbrengst van de verkoop van een huis in Turkije van de familie van Bahaiah. Dit zou blijken uit de notariële actes. Alony zag er geen kwaad in. 'Luister, geld voor de familie huppeldepup, als je dat weigert (mee te nemen) geldt dat als onbehoorlijk. Ik had bovendien belang bij deze personen voor de informatie die ik nodig had”, zo verklaarde hij tijdens zijn proces.

Het vonnis verstrekt weinig opheldering over de precieze rol en contacten van Bahaiah, die tot dusver nooit veroordeeld is. Over zijn goede vriend Mustafa Setmarian is meer bekend. Ook deze is nooit veroordeeld, maar wordt ervan verdacht een leidende rol te hebben gespeeld in het Al-Qaedanetwerk in Europa. Juist deze week vertoonde het Spaanse televisiekanaal Cuatro een video uit een trainingskamp in Kabul in 2000. Hierin doceert Setmarian zijn leerlingen hoe zij kleine terreurcellen moeten vormen en zichzelf kunnen financieren door toeristen te vermoorden en te beroven. 'Terreur is plicht, moord regel”, aldus Setmarian.

De Amerikaanse regering heeft vijf miljoen dollar voor de arrestatie van Setmarian uitgeloofd. In november werd zijn mogelijke arrestatie in Pakistan gemeld door internationale media. Sindsdien is Setmarian, die de Spaanse nationaliteit heeft, verdwenen. Zijn Spaanse vrouw vreest dat hij is ontvoerd naar een geheime gevangenis. De hulp van Alony aan deze terreurverdachte bestond uit een eenmalige logeerpartij in 1990, een ontmoeting in Londen in 1995 en contacten in Kabul.

'Het is een valstrik om te zeggen dat dat interview met Bin Laden niet de reden is voor de veroordeling”, zegt Alony's advocaat José Luis Galán. 'Zonder dat interview zou het argument van hulp aan terreurorganisatie niet opgaan. Niemand twijfelt er aan: als Alony voor Fox had gewerkt, was deze veroordeling er nooit geweest.'