Publieke omroep VS: arm maar goed

De publieke omroep in de Verenigde Staten heeft de helft van het budget van de Nederlandse. Maar wel het beste informatieve tv-programma van het land.

In het weekeinde een concert van André Rieux vanuit het voetbalstadion in Kerkrade. 's Avonds laat: nieuws van BBC World. Grijzende discosterren uit de jaren zeventig op prime time: KC (met buikje) and de Sunshine band. 's Ochtends kinderprogramma's zoals het hier in de VS bedachte Sesamstraat; 's nachts filmpjes uit de wereld van Hugh Hefner. En elke dag rond het avondeten het beste informatieve programma van het land.

Als je zonder gids aan de televisie in de Verenigde Staten begint, kost het een paar weken voordat je de publieke omroep ontdekt. De kabelmaatschappij stort een onwaarschijnlijk aantal zenders over je uit; in Washington een stuk of tachtig. Het vergt oefening om de vingervlugheid te ontwikkelen waarmee je efficiënt langs de kanalen kan zappen.

Tot die tijd is het een beetje gokken. En de publieke omroep zendt zoveel onverwachte programma's uit - het concert van Rieux was rond de feestdagen een hit - dat je er van alles van denkt, maar niet: dit is de Amerikaanse evenknie van Nederland 1 of Nederland 3.

Het komt omdat de publieke omroep in de VS niet bestaat. Het is een verzameling van zo'n 350 lokale zenders die programma's aan the Public Broadcasting Service (PBS) leveren, en weer andere bij PBS inkopen. Voor het grootste deel stellen de lokale omroepen zelf hun uitzendschema samen. In Washington heb je er bijvoorbeeld drie, waarvan de programmering even voorspelbaar is als het weer: vandaag een documentaire van drie uur over de burgerrechtenbeweging, morgen een concert van Helmut Lotti.

De nationale bekendheid van PBS is klein. Volgens de eigen gegevens hadden alle PBS-stations in het televisieseizoen (2004-'05) een marktaandeel van 1,7 procent. Overigens kan geen enkele zender nog claimen de gehele gemeenschap te bedienen - CBS is marktleider met 7,3 procent.

Met informatieve programma's onderscheidt PBS zich van de commerciële zenders. Om zeven uur 's avonds is er The Newshour with Jim Lehrer. Op de grote stations, zoals ABC, CBS, Fox en NBC, wordt het nieuws in een paar razendsnelle clips gepropt. The Newshour trekt zo nodig een kwartier voor een onderwerp uit.

Het heeft een Europees tempo. Het heeft twee commentatoren, een conservatief en een progressief, die argumenteren in plaats van attaqueren - het meest beproefde stijlmiddel van de collega's bij de commercie. Dagelijks kijken er gemiddeld ruim twee miljoen mensen naar The Newshour, aldus de rubriek. Daarmee valt het programma buiten het bereik van het grote publiek - Idols staat momenteel op één, met 35 miljoen kijkers - maar het behoort niettemin tot de beter bekeken nieuwsrubrieken.

The Newshour wordt grote invloed toegedicht. Lehrer begon in 2003 na de inval in Irak met een eerbetoon aan de gevallen Amerikaanse soldaten. Aan het einde van elke uitzending toont hij één voor één hun pasfoto en somt hij - doodse stilte op de achtergrond - hun naam, rang en woonplaats op. Hij houdt het al sinds 2003 vol, dagelijks, en het programmaonderdeel is uitgegroeid tot een impliciet oorlogsprotest.

De landelijke Nederlandse publieke omroep had in 2006 een budget van 600 miljoen euro; de Amerikaanse PBS moet het doen met 275 miljoen euro. PBS betrekt zijn middelen voor het grootste deel van particuliere donateurs. Het is te merken: programma's worden op onvoorspelbare momenten onderbroken door filmpjes waarin programmakers smeken PBS te redden.

De federale regering betaalt een kwart van de begroting, en dat zorgt regelmatig voor politiek rumoer. In de jaren negentig deed de Republikein Newt Gingrich een mislukte poging de steun aan PBS in te trekken. En de regering-Bush heeft net een ongelukkige poging achter de rug de programmering conservatiever te maken. De daarvoor als president-commissaris aangestelde Kenneth Tomlinson, een vriend van Bush' belangrijke adviseur Karl Rove, gaf een consultant heimelijk opdracht de progressieve vooroordelen in PBS-programma's te onderzoeken. Ook huurde hij de conservatieve opinieredactie van de zakenkrant The Wall Street Journal in voor een wekelijkse bespiegeling op het nieuws. Hij had eerder al op een feestje verklaard dat PBS 'beter het mandaat moet vertegenwoordigen dat de Republikeinen [van het Amerikaanse volk] hebben gekregen'.

Maar na aandacht voor Tomlinsons gedrag in The New York Times, bleek hij vaker interne regels had overtreden. Vlak voordat eind vorig jaar een rapport openbaar werd waarin dit stond, vertrok hij eigener beweging bij PBS. Een opvolger is nog niet benoemd.