Mail

Een oude vriend in een ver buitenland, die ik al jaren niet meer had gezien, stuurde me onverwacht een mail. Hij haalde herinneringen op aan ons gemeenschappelijke verleden en betreurde het dat we elkaar uit het oog waren verloren. De spijt was wederzijds, liet ik hem weten, maar zo gaat het nu eenmaal: je wordt ouder en sentimenteler en wijzer en dan ga je dood.

Tot zover was er niets nieuws onder de zon - totdat hij me terugmailde dat hij buitengewoon verrast was door mijn mail. Hij had me namelijk helemaal geen mail gestuurd, hij had me er alleen eentje willen sturen. Was het me niet opgevallen dat hij zijn mail abrupt had afgebroken, zonder ondertekening?

Jawel, maar ik had dat toegeschreven aan een technische storing of een vorm van verstrooidheid zijnerzijds.

Nee, schreef hij weer, het had een heel andere oorzaak. Een poosje terug had hij besloten mij een uitgebreide mail te schrijven. Halverwege was hij ermee opgehouden en had hij zijn tekst bij 'concepten' weggeborgen. Het wachten was op nieuwe inspiratie. Daarna was zijn computer vastgelopen. Hij had het ding weggegeven aan iemand die hem beloofd had alle bestanden te zullen wissen. Vervolgens zou de betrokkene de computer aan een school doorgeven.

Een van de nieuwe eigenaren moest het concept ongevraagd aan mij hebben doorgestuurd.

Maakt niet uit, reageerde ik, Onze Lieve Heer zal het zo hebben gewild, waarop hij weer wilde weten sinds wanneer ik mijn geloof in Onze Lieve Heer had hersteld.

Zo komt zo'n merkwaardige mailwisseling, voordat je het goed en wel beseft, nog in tamelijk existentiële diepten terecht.

Ik vertel deze anekdote vooral om te demonstreren dat het schrijven op computers zijn hachelijke kanten heeft. In de tijd van de goeie ouwe typemachine had je zulke problemen niet. Je maakte een conceptbrief, en als je er niet tevreden over was, borg je hem in een la op tot er betere ideeën kwamen aangewaaid. Geen haan die er verder naar kraaide.

Maar de computerbezitter moet reuze oppassen - en niet alleen als hij werkzaam is bij de AIVD of het ministerie van Defensie. Een harde schijf is gemakkelijk op te vissen uit het vuilnis. Mails kunnen door onbevoegde ogen worden gelezen. Een usb-stick met vertrouwelijke informatie kan bij het vrijen op de achterbank van de auto danig in de weg zitten. 'Wat voel ik toch?' 'O, dat is mijn usb-stick.' Je legt het ding geërgerd weg en vergeet het volkomen.

Het verhaal van mijn vriend heeft nog iets onschuldigs. Hij had die mail toch wel geschreven, verzekerde hij me. Maar stel je nu eens voor dat hij in een vete was verwikkeld met zijn werkgever. Zijn promotiekansen waren verkeken. In een aanval van razernij, besproeid met veel drank, schrijft hij een beledigende ontslagbrief aan zijn baas. De volgende dag bedenkt hij zich en stalt de brief bij 'concepten'. Een jaartje later, lang nadat hij zijn computer heeft weggedaan, knalt de vergeten mail via een omweg alsnog bij zijn baas binnen.

Die week opent mijn vriend argeloos zijn mailbox. Berichtje van de baas: 'Ontslag aanvaard.'