Duitser straks met 67 met pensioen

2 febr. De Duitsers gaan straks op hun 67ste met pensioen. Dat heeft het Duitse kabinet gisteren besloten. De maatregel is bedoeld om de kosten van de vergrijzing in Duitsland beter te beheersen.

Dat zal gebeuren door vanaf 2012 de pensioenleeftijd elk jaar met een maand te verhogen. Na twaalf jaar gaat de Duitser dan op zijn 66ste met pensioen. Daarna gaat de pensioenleeftijd elk jaar met twee maanden omhoog. Vanaf 2029 moet de Duitse werknemer dus tot zijn 67ste werken.

De Duitse minister van sociale zaken en tevens vice-kanselier, Franz Müntefering (SPD), had gewild dat al vanaf 2023 de pensioenleeftijd op 67 jaar gebracht zou worden. Maar dat is hem niet gelukt. Hij kreeg alleen de steun van de top van de Beierse CSU. Grote delen van de andere regeringspartijen, CDU en SPD, en de vakbeweging waren tegen.

De minister verklaarde gisteren op een persconferentie in Berlijn dat intussen de pensioengerichtigden met 45 volledige verzekeringsjaren vanaf hun 65ste hun volledige pensioen zullen behouden. Wettelijk zal worden vastgelegd dat op hun pensioenuitkering niet zal worden gekort. Wel zal, zoals in het regeerakkoord tussen CDU-CSU en SPD is afgesproken, vanaf 2007 de pensioenbijdrage licht worden verhoogd. Deze maatregel moet volgens hem de druk op de Duitse pensioenkassen met vier miljard euro verlichten.

In Nederland staat verhoging van de pensioenleeftijd niet op de 'politieke agenda'.