'De politie had orders om botten te kraken'

Met groot geweld is gisteren de ' buitenpost' Amona op de Westelijke Jordaanoever door Israël ontruimd. Bij de slag tussen politie en kolonisten vielen 220 gewonden.

Hevig transpirerend, met zwarte strepen van de rook op zijn gezicht, drinkt de Israëlische kolonel Meir Rubinstein met lange teugen een literfles water leeg. Zijn helm is gedeukt door een stuk beton, zijn uniform besmeurd met witte verf en een gelige smurrie, kookolie; bloed stroomt uit zijn rechterbovenarm.

Honderd meter verderop is de slag van Amona in volle gang. Krijsende, stenengooiende kolonistenjongeren verzetten zich uit alle macht tegen de ontruiming van deze illegale nederzetting ten noorden van Ramallah op de bezette Westelijke Jordaanoever. 'Sinds de eerste intifadah hebben we niet zo hard moet knokken. Ik heb dit nog nooit meegemaakt, zo verbitterd, zo extreem”, gromt de officier van de 6.000 man tellende politie- en legermacht. Hij is totaal verrast door het heftige verzet van de 5.000 religieus-zionistische jongeren die zich in deze buitenpost op een heuveltop in het bijbelse 'Land van Israël' hebben verschanst.

In de jaren tachtig stond Rubinstein als 'jong kuiken” in de vluchtelingenkampen tegenover gemaskerde, opstandige Palestijnse jongeren, nu hebben hij en zijn manschappen joodse jongeren tegenover zich staan. Joden versus joden, het ongemak straalt van zijn besmeurde gezicht af, maar orders zijn orders. En die zijn na de uitspraken van de hoogste rechters en de regering glashelder: ontruimen met 'zero tolerance” voor de 'hooligans”, zoals premier Olmert de religieuze jongeren noemt.

De ontruiming van negen bungalows en 30 caravans groeit uit tot het gewelddadigste treffen tussen kolonisten en de staat sinds Israël de Westelijke Jordaanoever in 1967 innam. Aan het eind van de dag zijn er 220 gewonden, onder wie 86 politiemannen, geteld.

De bungalows zijn gebarricadeerd met prikkeldraad. Op de daken hebben zich honderden jongeren verschanst achter gekantelde deuren en brandende autobanden, elders demonstreren nog eens duizenden gemaskerde, bekeppelde jongens en meisjes in oranje T-shirts. Oranje is de kleur van de kolonistenjongeren. Het verzet is heftiger en grimmiger dan in Gush Katif in de Gazastrook dat in augustus 2005 werd ontruimd.

Als politie-eenheden een begin willen maken met de ontruiming worden zij bekogeld met stenen, hete spijsolie en verfbommetjes. Rondom de bungalows proberen demonstranten politie en leger af te leiden met rechtstreekse gevechten en scheldpartijen. Tijdens charges van de bereden politie raken tientallen demonstranten gewond, onder wie het religieusnationalistische Knessetlid Aryeh Eldad. Hij schreeuwt liggend op een brancard: 'We worden behandeld als Arabieren!'

'Dit is een pogrom”, gilt een groep hysterisch huilende meisjes tegen aan hun keppels herkenbare religieuze soldaten. Zij krijgen toegevoegd: 'Mogen jullie kinderen sterven in de hel.' Een oudere, bebaarde man schreeuwt in het wilde weg dat Sharon zijn verdiende loon heeft gekregen en dat Olmert zijn gelijksoortige straf niet zal ontgaan. In het tumult van stof, overvliegende stenen, ronkende shovels en waterspuiten loopt een vriendelijke, orthodoxe vrouw rond, een voormalig sociaal werkster uit de Gazastrook. Zij deelt aan iedereen water uit.

Het aanhoudende, doordringende gescheld wordt sommige agenten en soldaten te machtig, enkelen verliezen hun zelfbeheersing en maaien met wapenstokken wild om zich heen. Jongeren hebben het niet alleen op de politie gemunt, maar ook op de pers. Journalisten die te dichtbij komen worden afgetuigd, de banden van alle satellietwagens zijn lek gestoken. De media krijgen er de schuld van dat een meerderheid van de Israëliërs geen begrip heeft voor 'de ware joden die bereid zijn te sterven voor het Land van Israël”.

In de middelste, nog even ongemoeid gelaten bungalow, heeft Yossie Feinbein zich verschanst met zijn groep, allemaal jongeren uit de nederzettingen en de religieuze scholen van Jeruzalem. Bekende gezichten, want zij waren afgelopen zomer ook in Gush Katif. 'Wij zullen niet opnieuw net als in Gush Katif als schapen naar de slachtbank worden geleid. We dachten afgelopen zomer dat we de strijd konden winnen met een boodschap van liefde en een grote pr-campagne. Nu is het tijd voor hard verzet”, roept Yossie door een kier. Yossie komt uit een ultraorthodoxe familie in Jeruzalem, zijn vader en ooms willen niets weten van zijn verzet. 'De joden zijn verdeeld, dieper dan ooit te voren. Maar ik geloof dat wij onze rabbijnen moeten volgen. Rabbijn Kook heeft gezegd dat we oorlog moeten voeren voor Judea en Samaria. Dat is wat wij zullen doen: oorlog voeren tegen de misdadige plannen van Sharon en Olmert.' De overleden opperrabbijn Kook is een van de grondleggers van het hedendaagse religieuze zionisme.

Verwacht wordt dat Amona de eerste van een reeks van illegale buitenposten is die dit jaar wordt ontruimd. Overigens is deze ontruiming volledig op het conto te schrijven van de Israëlische organisatie Vrede Nu, die sinds de stichting van Amona in 1995 campagne heeft gevoerd en bij de Hoge Raad een ontruimingsbevel heeft afgedwongen.

Als de geheel in het zwart gehulde Yossie zich klaar maakt voor de snel besliste strijd bidden buiten zijn bungalow tientallen meisjes om Gods hulp. Een paar honderd meter verderop, achter de linies van soldaten en agenten, kijken leiders van de kolonistenbeweging zenuwachtig toe. Zij hebben geen enkele greep meer op de jongeren. Het is bovendien de tweede keer in een jaar dat zij machteloos toekijken hoe hun religieus geïnspireerde levenswerk door de regering wordt afgebroken. De doorgaans spraakzame Bentzi Lieberman, voorzitter van de overkoepelende kolonistenorganisatie Yesha, draait zich nors af als hem de vraag wordt gesteld welke illegale nederzettingen na de afbraak van Amona aan de beurt zijn: 'Joden ontruimen joden. Hoe heeft het zover kunnen komen? Dit is onjoods gedrag, de politie had orders om botten te kraken.'