Beleidsverstopping in de natuur

Er zijn zoveel ideeën en filosofieën over het beheer van natuurgebieden dat van nieuw beleid soms weinig terechtkomt, ontdekte promovenda Mariëlle van der Zouwen.

Yorkshire Dales, Doñana en de Veluwe. Het zijn klinkende namen die idyllische natuurbeelden voor de geest kunnen brengen. Beleidsmakers zijn het eens over het belang van bescherming van de grasgroene schapenheuvels in Engeland, de vogelrijke moerasdelta in Andalusië en Nederlands meest uitgestrekte bosgebied. Maar levert al dat beleid ook iets op?

Mariëlle van der Zouwen promoveerde maandag aan de Radboud Universiteit op een studie naar het beleid dat de afgelopen decennia met betrekking tot deze natuurgebieden is gevoerd. Haar conclusie is ontnuchterend. Het beleid rond Yorkshire Dales, Doñana en de Veluwe is telkens voorzien van nieuwe modewoorden, labels die aansloten op trends in natuurbeheer. Maar oude plannen bleven voortbestaan en nieuw beleid is nauwelijks opgenomen in de praktijk.

Beleidsmakers bedachten ecologische hoofdstructuren, concepten voor duurzame ontwikkeling en richtlijnen voor de bescherming van de leefgebieden van zeldzame soorten. Ze voerden beleid voor het behoud van cultuur- of juist natuurlandschap. Maar zelfs al werden ze het eens, dan nog was vaak niet duidelijk wie eigenlijk de zeggenschap had over Europa's meest gerenommeerde natuurgebieden.

Neem de Veluwe. Van der Zouwen signaleert 'beleidsverstopping' rond het natuurgebied. Anno 2006 is de toekomst ervan uitgestippeld in 'Veluwe 2010'. Dat is een beleidsplan met een dubbele doelstelling: voortgaande ontwikkeling van het gebied (recreatiemogelijkheden, landbouw, woningbouw, wegen) én verwezenlijking van een aaneensluitend natuurgebied dat verbonden moet worden met natuurgebieden elders. Nieuwe etiketten voor oude plannen, meent Van der Zouwen, al zijn ze voor het eerst samengebracht onder één paraplu. 'Tot nu toe bleken plannen steeds onuitvoerbaar, omdat de eigendom van de Veluwe versnipperd is onder natuurbeschermers, gemeenten, boeren, de Kroondomeinen, particuliere landgoedeigenaren en het ministerie van Defensie, met ieder eigen ideeën over bescherming en beheer van natuur.''

De Rijksoverheid ontwikkelde al begin jaren zeventig plannen voor de Veluwe als een Nationaal Landschapspark; een park waarin natuurlijke én culturele waarden behouden moesten blijven. De provincie Gelderland streeft vanaf dat moment naar concentratie van recreatie en woningbouw aan de randen van de Veluwe met ruimte voor de natuur in de kern van het gebied. Hiertegenover staan de ideeën van ecologen die pleiten voor ontwikkeling van een natuurlijker, aaneengesloten bos op de Veluwe, naar het voorbeeld van in Polen nog bestaande oerbossen. De door de provincie beoogde veranderingen voor de Veluwe lopen echter stuk op de versnipperde eigendom, en dat is het probleem waar pleitbezorgers van de aaneengesloten Ecologische Hoofdstructuur vandaag de dag nog steeds tegenop lopen.

Ook elders in Europa is de zeggenschap over natuurgebieden verdeeld en de invloed van nieuwe trends en inzichten op de praktijk minimaal. Een machtsstrijd tussen 'Madrid' en regionale autoriteiten in Andalusië heeft volgens Van der Zouwen vanaf eind jaren zeventig veranderingen gefrustreerd in het Spaanse moerasgebied Doñana. Er was een ramp voor nodig (met een pyrietmijn in 1998) om de status-quo te doorbreken. Regionale en nationale overheden gingen samenwerken, met als een van de (weinige) concrete verbeteringen een ecologische verbindingszone tussen Doñana en het noordelijk gelegen berggebied Sierra Morena.

Ook rond de Yorkshire Dales neutraliseren verschillende filosofieën over natuurbeheer elkaar. Enerzijds de gedachte dat de wilde heide en graslanden van Yorkshire ontsloten moeten worden met wandelpaden. Aan de andere kant het idee dat bescherming van natuurlijke leefgebieden van (zeldzame) soorten prioriteit heeft.

Van der Zouwen: 'De vaagheid van een concept als bescherming van biodiversiteit zorgt ervoor dat belanghebbenden met verschillende filosofieën samen kunnen werken.'' Die oppervlakkige gelijkgestemdheid kan slecht uitpakken. In het geval van de Yorkshire Dales had niet het natuurbeleid, maar het met enorme bedragen ondersteunde Europese landbouwbeleid de meeste impact. Van der Zouwen beschrijft hoe landbouwsubsidies ervoor hebben gezorgd dat het aantal schapen in de Yorkshire Dales bijna is verdubbeld sinds de instelling van het Nationale Park in 1954, met overbegrazing als een gevolg. Van der Zouwen: 'Zelfs de mond- en klauwzeercrisis heeft niet geleid tot een vermindering van de intensiteit van de veehouderij.''