'Als je geen partijlid bent, val je van tafel'

Partijgenoot Frank de Grave vertellen over een vacature, was 'onbehoorlijk” van VVD-minister Hoogervorst, vindt de Nationale Ombudsman. Hij wil een gedragscode voor politieke benoemingen.

Den Haag, 2 febr. - Nog voordat de wervingsprocedure voor de vacature van voorzitter van het College Tarieven Gezondheidszorg (CTG) begon, vertelde minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) zijn partijgenoot en oud-minister Frank de Grave dat de post vrijkwam. Later gaf Hoogervorst de baan ook aan De Grave.

'Onbehoorlijk” noemt de Nationale Ombudsman deze handelswijze van Hoogervorst. De ombudsman stelde een onderzoek in naar aanleiding van een klacht van een andere sollicitante. Een politieke benoeming in de zuivere zin van het woord was het niet, Maar Hoogervorst heeft op zijn minst de schijn van partijdigheid gewekt door voor de wervingsprocedure met De Grave te praten, zegt de Nationale Ombudsman.

De affaire-De Grave heeft in Den Haag de discussie over 'politieke benoemingen' opnieuw doen oplaaien, al was het maar omdat de Tweede Kamer al eerder opheldering had gevraagd over de benoeming van De Grave en er in de beantwoording door het kabinet geen melding was gemaakt van dat 'voorgesprek' tussen de twee partijgenoten. Of er dan toch sprake van een politieke benoeming was, wil de SP-fractie weten.

N. Baakman, universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit van Maastricht en gespecialiseerd in onderzoek naar politieke benoemingen, weet het antwoord al. Bij het toedelen van dit soort functies is partijlidmaatschap volgens hem een must. 'Als je geen lid van een partij bent, val je gewoon van tafel. Dan ben je kansloos.'

De praktijk van politieke benoemingen is wijdverbreid, maar in strijd met artikel 3 van de Grondwet, die bepaalt dat 'alle Nederlanders op gelijke voet in het openbaar bestuur benoembaar zijn”. Ook de Algemene Wet Gelijke Behandeling verbiedt een dergelijke vorm van discriminatie, maar laat wel ruimte om 'in redelijkheid eisen te stellen bij benoemingsprocedures voor bestuursorganen en adviesorganen”. Dit is volgens Baakman door politici ingebracht om voortzetting voor het stelsel van politieke benoemingen mogelijk te houden.

Partijpolitieke benoemingen waren vooral van belang na de voor PvdA, VVD en D66 desastreus verlopen verkiezingen van 2002. Op de kandidatenlijst van die drie partijen prijkten maar liefst 22 bewindslieden uit het kabinet Kok-2, blijkt uit een overzicht van Baakman. Maar niet met de bedoeling dat zij daadwerkelijk zitting zouden nemen in de Tweede Kamer, maar om een baan te krijgen bij een ministerie. Het verlies van die partijen maakte dat niet (PvdA) of maar mondjesmaat (VVD, D66) mogelijk. Drie bewindslieden, Pronk en Vliegenthart (PvdA) en Van Boxtel (D66) maakten meteen duidelijk dat zij geen zitting zouden nemen in de Tweede Kamer. Jorritsma (VVD) liet na de verkiezingen publiekelijk weten dat ze wachtte 'tot er iets leuks” voorbij zou komen. PvdA-lijsttrekker Melkert zou na bemiddeling van VVD-lijsttrekker Zalm terechtkomen op een topfunctie bij de Wereldbank in Washington. Oud-staatssecretaris De Vries (VVD) verliet de Tweede Kamer en werd op voorstel van toenmalig minister De Hoop Scheffer (Buitenlandse Zaken, CDA) benoemd tot vertegenwoordiger bij de Europese Conventie.

Toen de Kamer in 2003 werd ontbonden zaten nog maar elf van de 22 gekozen bewindslieden in de Kamer, zo blijkt uit een overzicht van Baakman. Na de daarop volgende verkiezingen keerden alleen Adelmund, Kalsbeek en De Vries (PvdA) en De Grave terug. Voor De Grave overigens een kort avontuur. In april 2004 verliet hij de Kamer voor zijn huidige functie. 'De Grave is hekkesluiter in de rij van oud-bewindslieden die 'weg gereorganiseerd' is”, aldus Baakman.

De oproep van de ombudsman om een gedragscode op te stellen vindt in ieder geval gehoor bij de PvdA, D66 en de LPF . Het Tweede Kamerlid Dubbelboer (PvdA) wil daarover teksten opnemen in het verkiezingsprogramma van zijn partij. 'Het moet tevoren duidelijk zijn dat het om een politieke benoeming gaat en dan moet er ook directe betrokkenheid van de Tweede Kamer zijn, zoals recent bij de benoeming van de Nationale Ombudsman. Of het moet om een formele sollicitatie gaan met een open procedure. Nu gebeurt er teveel in beslotenheid.'