Agressieve humor kan heel heilzaam zijn

De rel over de Deense cartoons maakt duidelijk dat de moslimgemeenschap buiten de westerse 'cultuur van het geestige' staat, betoogt Jaap Bos.

De profeet Mohammed als zelfmoordterrorist: niet grappig, kwetsend, voorbij de grenzen van het toelaatbare. Wij eisen excuses, roept de moslimgemeenschap in koor. In de discussie over de vraag tot hoe ver je kunt gaan in het gebruik van humor wordt de agressieve grap tegenover de vrijheid van meningsuiting geplaatst, als zou er een grens bestaan die, indien overschreden, humor tot inhoudsloos beledigen terugbrengt en 'de dialoog' een halt toeroept. Maar niets is minder waar. Want agressieve humor kan wel degelijk functioneel zijn, ook, of misschien wel juist in het op gang brengen van een dialoog.

Neem de grap die Ronald Reagan en Menachem Begin bij een ontmoeting in 1981 zouden hebben gemaakt. Reagan legde aan zijn gesprekspartner uit waarom hij drie telefoontoestellen op zijn bureau had staan: het witte toestel om de Britse premier Thatcher te bellen, het blauwe voor de Franse president Mitterrand en het rode toestel voor God. 'Maar dat gebruik ik niet zoveel, want internationale gesprekken zijn duur.' Begin zou hebben geantwoord dat ook hij drie telefoontoestellen op zijn bureau heeft: één voor Thatcher, één voor Sadat en één voor God. 'Dat gebruik ik de hele tijd, want in Jeruzalem wordt dat beschouwd als lokaal verkeer.'

Wordt hier de draak gestoken met God? In zekere zin wel, ja. In de grap wordt God als een soort bureaucraat voorgesteld die je kunt bellen als je een probleem hebt. Zouden er mensen zijn die er aanstoot aan nemen? Vast, maar daar gaat het niet om. Waar het om gaat is dat de grap, die duidelijk achteraf is bedacht en helemaal niet van Reagan en Begin afkomstig is, als een commentaar op de politieke situatie van dat moment moet worden begrepen. In 1981 stond de regering van de VS op het punt om AWACS-vliegtuigen aan Saoedi-Arabië te verkopen en Israël voelde zich daardoor bedreigd. Het 'superieure' antwoord van Begin geeft aan dat hij in de visie van de grappenmaker het meeste morele gezag heeft: zijn connectie met God is beter (en dit doet vermoeden dat het om een pro-Israël grappenmaker gaat).

Of neem de Amerikaanse website waarop T-shirts te koop worden aangeboden met een afbeelding van een lachende Jezus erop. Een grap? Nee, de aanbieder is een blijmoedig christen die serieus 'de andere kant' van Christus wil uitventen. Toch is het moeilijk om bij de aanblik van de lachende Jezus niet te denken aan Monthy Python's zingende Christus aan het kruis (always look at the bright side of life...). En al ligt het hoogstwaarschijnlijk niet in de intentie van de T-shirt verkoper daarop commentaar te geven, die beelden staan wel degelijk in relatie tot elkaar, al was het alleen maar in de beleving van de lezer/toeschouwer.

In deze voorbeelden is de grap nooit alleen maar 'inhoud', maar ook steeds commentaar tussen de regels door. En het is het commentaar, niet de inhoud, die de grap interessant maakt, zoals vrijwel alle literatuur over humor laat zien.

De sociologe Mary Douglas kwam na bestudering van relevante literatuur tot de conclusie dat de essentie van de grap is dat 'iets formeels wordt ondermijnd door iets informeels, iets dat georganiseerd en gecontroleerd is, door iets dat vitaal en energiek is”. Daarom wordt vaak van de 'cultuur van het geestige' gesproken als een soort tegencultuur, een onderwereld, waar alles op z'n kop wordt gezet.

Ziet de boze moslimgemeenschap de Deense cartoons als een ondermijning van hun cultuur en geloof? Zeker, maar dat komt omdat ze inhoud en commentaar als synoniem beschouwt: de grap over de profeet Mohammed wordt beschouwd als een vorm van uitlachen. Ze maken ons belachelijk; de 'grap' is eigenlijk geen grap, maar een belediging en dus willen wij excuus.

Dat is een vergissing. De cartoon heeft wel degelijk een functie als grap, niet als belediging. De cartoon neemt de zelfmoordterrorist die uit religieuze overtuiging handelt tot object van spot, maar door die situatie tot grap te verheffen wordt ook het tragische eraan duidelijk. In de zelfmoordaanslag komen een verheven ideaal en een afgrijselijke daad samen en leveren een ondraaglijke spanning op. De grap lost die spanning op en maakt het daarmee inzichtelijk, bespreekbaar.

Natuurlijk staat het een ieder vrij om niet gediend te zijn van zulke vormen van commentaar tussen de regels en zich daardoor gegriefd te voelen. Maar volgt daaruit dat hij het recht heeft excuses te eisen? Beledigingen die als 'grap' worden gepresenteerd, keren zich niet tegen het object van de spot maar tegen de grappenmaker zelf (bijvoorbeeld in het geval van Theo van Gogh), juist omdat het ondermijnende karakter verloren is gegaan en de grap alleen maar als een affront wordt ervaren. Maar het eisen van excuses maakt de zaak alleen maar erger, omdat je laat blijken dat het commentaar serieus neemt maar er blijkbaar geen antwoord op weet te verzinnen.

De woedende reacties van de moslimgemeenschap op ondermijnende grappen worden vaak begrepen als een 'gebrek aan humor'. Maar ook dat is een vergissing. De ondermijnende cultuur van het geestige is een typisch product van de moderne, rationele westerse samenleving waar het leveren van strijd niet alleen beleefde maar vooral ook omtrekkende vormen heeft aangenomen. Humor is een prima middel om gezag te ondermijnen, maar het is ook een prima middel om gezag te vestigen. Je kunt er moeilijke discussies mee afkappen of juist mee openen, je kunt je eigen positie ermee verdedigen of de ander ermee aanvallen, en soms zelfs al deze dingen tegelijk.

Zulke vormen van onderhandeling komen in de moslimcultuur veel minder voor. Daar worden conflicten veel openlijker uitgevochten, en is het juist belangrijk dat je je positie en public vestigt en dat je daarvoor erkenning krijgt. In de rel rond de Deense cartoons wordt duidelijk dat westerse en islamopvattingen botsen, maar ook dat de moslimgemeenschap geen toegang heeft tot de 'cultuur van het geestige', zich dus noch kan verzetten tegen westerse opvattingen, noch eraan kan ontsnappen. In de grap wordt de gelegenheid geboden te onderhandelen, de strijd aan te gaan, een gesprek tussen de regels door te voeren. Dat aspect is in deze rel volledig verloren geraakt.

Welke conclusies moeten we daaruit trekken? Dat het maar beter is om geen al te harde grappen te maken over moslims en hun geloof omdat we hen daarmee voor het hoofd stoten? Dat excuses op hun plaats zijn als het toch gebeurt? Nee. Als we van elkaar willen dat iets van onze cultuur en iets van onze gewoonten overkomt, als we enige vorm van toenadering nastreven, maak dan geen excuses en accepteer geen excuses. We hebben behoefte aan méér grappen, niet minder, het liefst grappen waarin de cartoons zelf aan de kaak worden gesteld. Een 'protest' in de vorm van een Deense vlag met daarop een voetafdruk als uiting van woede en vernedering tegelijk voldoet niet wegens een te veel aan inhoud en een te weinig aan commentaar. Liever een grap waarin Bin Laden wordt afgebeeld voor een wereldkaart met een set dartpijltjes in zijn hand en een Deense vlag voor zijn ogen gebonden bij wijze van blinddoek. Maar nog liever iets wat ik niet zelf kan verzinnen, en waardoor ik me aangesproken voel, of, als het even kan, door wordt geraakt.

Jaap Bos is docent/onderzoeker bij de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Utrecht.