Vormgeving die het leven verandert

De Erasmusprijs van 150.000 euro is vrijdag toegekend aan de 63-jarige Franse grafisch ontwerper Pierre Bernard, voor zijn grafische ontwerpen voor het publiek domein.

Hij is erg blij met de prijs, zegt de Franse ontwerper Pierre Bernard in een telefonische reactie op het nieuws dat hij de Erasmusprijs heeft gekregen: “En vooral ook verrast omdat ik de prijs niet kende en het voor het eerst is dat een grafisch ontwerper hem krijgt.“ De prijs zal volgens hem helpen bij de verdere ontwikkeling van het vak waarin zeker in Frankrijk adverteerders vaak de dienst uit maken. Hun invloed staat volgens hem het artistieke niveau enorm in de weg.

Pierre Bernard maakt affiches, maar is meer denker dan ontwerper. Hij onderzoek meer dan alleen vorm en uiterlijk. Gecombineerd met zijn voorkeur voor experiment en innovatie en een overheersend socialistische ondertoon, levert dat een unieke grafische taal op.

Bernard maakte deel uit van Grapus, een ontwerpbureau op idealistische grondslag: “Grapus was internationaal succesvol maar in Frankrijk zelf helemaal niet zo bekend en geliefd“, zegt Bernard. “Het bureau heeft maar één overzichtstentoonstelling gehad en die is slecht bezocht. Toen Grapus uiteenviel, was de situatie voor de idealisten erg moeilijk.“

Pierre Bernard (Parijs, 1942) ging na de Parijse Ecole Nationale Supérieure des Arts Décoratifs in 1964 met een studiebeurs naar de beroemde Poolse ontwerper Henryk Tomaszewski (1914-2005) om de kunst van het affiche maken te leren. Affiches werden destijds in Polen gemaakt voor films en voorstellingen, maar waren niet bedoeld als reclame, omdat de zalen toch wel vol zaten. In de grauwe straten van Warschau bepaalden de kleurrijke ontwerpen het straatbeeld. Tomaszewski was een revolutionair die met zijn schildersachtergrond en nonconformistische manier van denken grote invloed had op Bernard. De twee zijn altijd vrienden gebleven.

In 1970 richtte Bernard de ontwerpersgroep Grapus op samen met François Miehe en Gérard Paris-Clavel, die hij had leren kennen in de studentenbeweging van mei 1968. Ze waren actief lid van de communistische partij (PCF). Ze maakten posters voor experimentele theatergroepen, en voor de communistische partij en vakbond. Commerciële opdrachten wezen ze resoluut af. Hun hele bestaan bleef hun collectieve gedachtegoed behouden. Al het werk werd ondertekend met Grapus, ook al werkten er intussen ruim twintig mensen in drie verschillende collectieven.

Twintig jaar lang was Grapus een voorbeeld voor studenten grafische vormgeving over de hele wereld. De toegankelijke en onvoorspelbare mix van kinderlijk gekriebel, harde kleuren en sensuele vormen was gedurfd, net als de combinatie van handgeschreven letters met drukletters en visuele grapjes als afdrukken van koffiekopjes op briefpapier van voorname culturele instellingen.

Grapus ontwierp de huisstijlen van het Centre National des Arts Plastics, het Parc de la Villette en het Louvre. Ze hadden voortdurend onderlinge discussies over hun opdrachtgevers. Anders dan de andere leden van het collectief, die alleen maar wilden ontwerpen voor politieke zaken, geloofde Bernard dat visuele communicatie een instrument kan zijn voor sociale verandering.

In januari 1990, vlak voor Grapus uiteen viel, ontvingen ze de Grand Prix National des Arts Graphiques. Bernard richtte in 1991 met de Nederlanders Dirk Behage en Fokke Draaijer het Atelier de Création Graphique op. Daarnaast geeft hij les aan de Ecole Nationale Supérieure des Arts Décoratifs in Parijs.

Bernard: “Ik hoop dat de prijs een stimulans zal zijn voor ontwerpers die geen knieval voor de commercie willen maken.“ Zelf ziet hij nu mogelijkheden zijn werkzaamheden met Atelier de Création Graphique uit te breiden. “Dat is ook nodig, omdat de relatie met onze belangrijke opdrachtgever Centre Pompidou stroever wordt, met meer bemoeienis van adverteerders.“

Bernard ontvangt de Erasmusprijs op 24 november.