Stork blijft een lappendeken

Stork stoot de divisie textieldrukmachines en het onderhoud van kantoren af. Is de grote ommezwaai die topman Sjoerd Vollebregt voor ogen had, daarmee voltooid?

Sjoerd Vollebregt heeft zijn toekomstvisie drie jaar binnenskamers weten te houden. Maar vanmorgen werd dan eindelijk duidelijk welke kant hij op wil met het bedrijf.

Dat werd hoog tijd. De eind 2002 aangetreden topman van Stork beloofde kort na zijn benoeming dat hij het weinig samenhang vertonende concern (dat zowel vliegtuigonderdelen maakt als kippenslachtmachines en dat kantoorliften én olieplatforms onderhoudt) binnen drie jaar zou stroomlijnen. Van de vijf divisies zouden er twee of drie overblijven, was de algemene verwachting.

In 2004 verkocht Vollebregt inderdaad het kleinste onderdeel van het concern, dat onderdelen maakte voor de elektronica-industrie. Maar daarna werd weinig meer vernomen van de herstructureringsplannen. Toen Vollebregt bij de presentatie van de kwartaalcijfers vorig najaar nóg niets te melden had over zijn toekomstplannen, reageerden beleggers zó teleurgesteld dat de koers van Stork in één klap ruim 11 procent verloor.

Een dergelijke afstraffing op de beurs kon Vollebregt, die al eens had laten weten dat bij het uitzetten van de nieuwe strategie zorgvuldigheid vóór snelheid gaat, zich niet nog een keer permitteren. En dus maakte hij vandaag bij de presentatie van de cijfers over 2005 bekend dat Stork afscheid neemt van de divisie textieldrukmachines en van Stork Worksphere, het onderdeel van de divisie Technical Services dat kantoren onderhoudt.

Het zijn logische keuzes: de textielindustrie is verkast naar het Verre Oosten en koopt daar goedkopere textieldrukmachines dan Stork ze in Nederland kan maken. Stork reageerde hier al op door de divisie deels naar Azië te verplaatsen, maar om het hele bedrijf daar naartoe te brengen, zou te hoge investeringen vergen voor Stork.

De verkoop van de textieldrukmachines, goed voor 11 procent van de omzet van Stork, liep daardoor de laatste jaren terug. Het resultaat van de divisie, iets meer dan 10 miljoen euro, bedroeg nog maar de helft van dat over 2004.

Ook het afstoten van het onderhoud op de kantorenmarkt (10 procent van de omzet) verbaast niet. Hoewel de orderportefeuille vorig jaar op peil bleef en er flinke opdrachten binnenkwamen van onder meer Schiphol en ING, zit de kantorenmarkt al jaren in het slop. De slechte economie zorgde voor uitstel van onderhoud en voor veel leegstand. Bovendien werd er weinig nieuwbouw gepleegd, waardoor er ook weinig te installeren viel aan kabels, liften en airconditioning. Het onderdeel past ook niet goed in de industriële context van het concern.

Wat overblijft in de onderhoudssector van Stork, zijn lucratievere opdrachten in de olie- en gasindustrie, zoals grote, meerjarige projecten in de aardgasvelden in Noord-Nederland en olieboorplatforms in de Noordzee. Ook in het Caribisch gebied en het Midden-Oosten doet Stork investeringen. Vooral het preventief onderhoud groeit sterk, met zo'n 10 procent per jaar.

Dat Vollebregt zo lang gewacht heeft met het bekendmaken van zijn strategie, heeft veel te maken met de financiële positie van het bedrijf: bij zijn aantreden had Stork nog een schuld van 53 miljoen euro. Dat is onder zijn bewind veranderd in een overschot van 182 miljoen euro. Met die oorlogskas kan Vollebregt uit de voeten als hij overnames wil doen. Bovendien kan hij de onderdelen van het florerende Stork op dit moment waarschijnlijk voor een betere prijs kwijt dan enkele jaren geleden het geval was.

Of de stappen die Vollebregt vandaag heeft aangekondigd voldoende zijn om lijn te krijgen in de lappendeken die Stork heet, is nog even afwachten. Met de keuze om verder te gaan met de goed draaiende divisies Aerospace, Food Systems en Technical Services afficheert Stork zich als een hoogwaardig technologiebedrijf, dat in Nederland actief blijft en nadrukkelijk aanwezig blijft in de maakindustrie. Overnames op dit terrein zijn inmiddels in voorbereiding. Zo heeft Stork zijn oog laten vallen op de technische dienst van Akzo Nobel Basischemie in de Rotterdamse haven en eerder deze maand werd bekend dat Koster, een bedrijf in elektrotechniek en industriële automatisering, wordt overgenomen.

Maar het is de vraag of dat genoeg is om Stork wél de samenhang te geven die Vollebregt graag zou zien. Of moet hij eerst meer divisies afstoten om dat te bereiken? En zo ja, welke? Aerospace zal hij niet van de hand doen, dat heeft voor de komende tien jaar een orderportefeuille van ruim 6 miljard euro. Ook Food Systems, dat machines produceert voor de voedselverwerkende industrie, loopt goed. En Technical Services heeft werk genoeg. Het ziet er dus naar uit dat Vollebregt de komende jaren eerst eens zal gaan shoppen.