Slaafjes van de notenbalk

Ik ben een analfabeet. Een notenbalk zegt mij evenveel als een gedicht in het Mandarijn. Lang geleden heeft een Zuid-Afrikaanse pianolerares me geprobeerd traditioneel pianoles te geven, maar dat duurde een maand of vier. Ik was als twaalfjarige al veel te lang zelf aan het priegelen om nog terug te kunnen keren naar de eenvoudige wijsjes en oefeningen die het leren van noten vergt. Der Kuckuk und der Esel, die hatten großen Streit, is op die leeftijd redelijk deprimerend als je liever Let it be uitvogelt.

Het gevolg van mijn weigering van destijds is dat ik nu weliswaar lekker speel wat ik wil of hoor, maar wel met, om in de sfeer van de jaren zeventig te blijven, een verlaagd plafond. Een vingerzetting van lik-mijn-vestje op de piano, en op gitaar de linkerduim gevouwen over de hals in plaats van keurig onderop. Het notenschrift is er geheel bij ingeschoten. Hoe eenvoudig het notenlezen ook lijken mag, het is vrijwel niet meer op te pikken op latere leeftijd. Is dat erg? Ja, omdat ik op piano nooit Chopin of Rachmaninov zal kunnen spelen, of op gitaar de technische hoogstandjes van de hot club. Nee, omdat ik nog steeds dagelijks speel.

Dat kunnen bedroevend weinig mensen zeggen. Zeker als je je realiseert dat er in elk willekeurig jaar een paar honderdduizend kinderen muziek<dh>les krijgen. Het aantal Nederlanders dat ooit een instrument heeft leren bespelen moet in de miljoenen lopen. Evenals het aantal violen, saxofoons of dwarsfluiten dat nu werkloos op de vliering van Nederland ligt.

Dat kinderen stoppen met muziek heeft zijn redenen: eenmaal in de puberteit zijn er vaak urgentere zaken om mee bezig te zijn. School, sport en vrienden vergen al genoeg energie. En veel kinderen zaten enkel op les omdat vader en moeder dat wilden. Niet ieder kind is muzikaal genoeg om zelf door te willen gaan.

Popbandjes, om maar een voorbeeld te noemen, worden daarentegen overmatig bevolkt door autodidacten. Waarom houden die het wél vol? Dat heeft allereerst te maken met zelfselectie: een autodidact had al gevoel voor muziek, want anders kwam hij niet zo ver om het allemaal zelf onder de knie te krijgen. Talent leidt al snel tot resultaat. Die beloning motiveert weer extra, zodat het vliegwiel vanzelf op gang komt. Wie anno 2005 op schoolkamp You're beautiful of Michelle uit de gitaar tovert heeft waarschijnlijk meer succes dan met een mooie etude van bladmuziek.

Je kunt het ook omdraaien: waarom geven formeel opgeleide kinderen het spelen eerder op? Het notenschrift is een bevrijding, want geeft toegang tot een universum van composities. Maar het is ook een gevangenis. De muzikant zit gekluisterd aan de bladmuziek. Zonder iets op papier gebeurt er niets, en dat is slecht voor het zelfvertrouwen.

De schoolse manier waarop muziek wordt gedoceerd draagt hier een deel van de schuld. Door kinderen van begin af aan enkel vanaf het blad te laten spelen, wordt het hele idee dat zij het ook zélf kunnen, al vroeg de kop ingedrukt. Het klinkt beledigend, maar enkel spelen van het blad lijkt soms verdacht veel op “schilderen met Ravensburger': doe de juiste kleur verf op de juiste vakjes, en het is net op je zelf De Stier van Paulus Potter geschilderd hebt.

De oplossing ligt in muziekonderwijs dat vooral de creativiteit benadrukt. Noten kunnen best later. De echt goede muzikanten die ik ken, zijn klassiek opgeleid, maar dan met een bijna anarchistisch behoud van hun autodidactische trekken. Een land waar de kinderen allemaal braaf hun klassieken afspelen om op zestiende af te haken? Geef mij het cliché van de Ieren maar, die tot op hoge leeftijd hun instrument pakken om samen pretentieloos plezier te hebben. Want daar is het leren bespelen van een instrument toch echt om begonnen.

Maarten Schinkel

woensdag@nrc.nl