PvdA dwong kabinet in het gareel bij missie

De instemming die de PvdA morgen waarschijnlijk zal uitspreken, geeft een “breed draagvlak' aan de missie naar Uruzgan. De PvdA speelde een cruciale rol bij het “besluit' en bij inzage in militaire stukken.

“Het gaat de goede kant uit“, zei PvdA-leider Bos gisteren in de wandelgangen van de Tweede Kamer. Hij had het over de opstelling van de regering inzake het zenden van 1200 Nederlandse militairen naar de Afghaanse provincie Uruzgan, waarmee de Kamer - zo is de verwachting - morgen instemming zal uitspreken.

De uitlatingen van Bos vormden het eerste duidelijke teken van zijn kant dat het kabinet op de instemming van de PvdA rekenen kan, waardoor een “breed draagvlak' voor de missie in het verschiet komt - iets in de richting van 120 zetels.

Wel zal, zo kondigde Bos aan, premier Balkenende heel vroeg in het debat “keihard duidelijk' moeten maken dat het kabinet de wens van de Kamer inzake Afghanistan uitvoert - dat wil zeggen met inbegrip van de eerder weerspannige minister Pechtold van D66. Kennelijk is de PvdA-leider dus van plan om de premier morgen naar het Afghanistan-debat in de Kamer te roepen. Formeel gesproken kan het zenden van troepen in aanwezigheid van slechts de twee betrokken ministers - Bot van Buitenlandse Zaken en Kamp van Defensie - afgehandeld worden.

Eigenlijk heeft de regering de vraag vab Bos al beantwoord in de vrijdag j.l. afgeronde schriftelijke vragenronde. Vraag 1 daarbij was: “Staan alle ministers achter het kabinetsbesluit over de missie naar Afghanistan?' Het antwoord van de regering bestond uit één woord: “Ja'. Mocht minister Pechtold zich dus overmorgen, in het wekelijkse kabinetsberaad, alsnog niet kunnen vinden in het zenden van troepen naar Uruzgan, dan zit er voor hem weinig anders op dan af te treden, of zijn toevlucht te nemen tot de procedure die “aantekening maken' heet. Daarbij kan een lid van de regering, die zich absoluut niet kan vinden in een mede namens hem genomen kabinetsbesluit maar het niet de moeite waard vindt daarover een politieke crisis te ontketenen, in de notulen van de ministerraad laten opnemen dat hij eigenlijk tegen was. Het feit dat een minister “aantekening heeft laten maken' wil nog wel eens uitlekken.

De manier waarop juist de grootste oppositiepartij thans de weerspannigste minister van de ploeg Balkenende de mond wil snoeren, tekent de centrale rol die de PvdA speelt in de voor het kabinet zo centrale zaak van het zenden van troepen naar Uruzgan. Misschien kan men ook wel zeggen dat de PvdA het kabinet Balkenende II heeft gered, door niet mee te werken aan plannen van de kleine linkse oppositiepartijen GroenLinks en SP. Deze wilden tussen Kerst en Nieuwjaar de premier op laten draven voor een debat over de verdeeldheid van het kabinet over “Uruzgan', dat makkelijk uit de hand had kunnen lopen. In plaats daarvan werkte de PvdA met de VVD samen bij het opvoeren van de druk om het kabinetsvoornemen van 22 december alsnog als een ordentelijk “kabinetsbesluit' te laten doorgaan. Dat lukte: in januari liet premier Balkenende weten dat het “voornemen' van 22 december alsnog als een “besluit' moest worden gezien. Hier droeg de grootste oppositiepartij dus bij tot de disciplinering van de ministersploeg.

En tenslotte schreef de PvdA ook nog eens parlementaire geschiedenis ten aanzien van het inzien door de Kamer van de rapporten van de militaire inlichtingendienst MIVD over Uruzgan. Minister Kamp (VVD), die eerder de indruk had gewekt nog liever zijn schoenen op te eten dan de Kamer MIVD-stukken te laten zien, moest bakzeil halen nadat de PvdA had laten weten zonder inzage misschien wel niet tot een conclusie te kunnen komen. Daarmee is ook een precedent geschapen: bij elke uitzending van troepen zal de Kamer voortaan het MIVD-rapport mogen inzien.

Deze politieke zegetocht van Bos in de zijnen is des te opvallender, waar de afgelopen jaren de Buitenlandse en Defensiepolitiek soms de achilleshiel van de oppositionele PvdA-fractie leek. CDA en VVD maakten bij de kabinetsformatie in 2003, toen een deel van de PvdA'ers heftig bezwaar maakten tegen de “politieke steun' van het demissionaire kabinet Balkenende I aan de inval in Irak, dankbaar gebruik van de verdeeldheid in de PvdA-fractie om Bos uit te schakelen als gesprekspartner in die formatie.

In de navolgende jaren bleek het nog wel mee te vallen met die verdeeldheid in de PvdA-fractie. Meestal bleef het bij enkele leden (Duivesteijn, Van Heeteren, Samson, Van Dam, Arib) die in de wandelgangen lieten weten zich met het meerderheidsoordeel in de fractie niet te kunnen verenigen. Maar een enkele keer stemde de PvdA ook en bloc tegen een militaire uitzending, zoals bij de uitzending speciale troepen naar de provincie Kandahar, die meedoen aan de Operation Enduring Freedom.

In die gevallen liet het kabinet Balkenende II, vooral in de persoon van minister Kamp, weten dat het “brede draagvlak' uit de tijd was. Dit werd vroeger altijd wenselijk gevonden voor uitzendingen van Nederlandse militairen. Een meerderheid is een meerderheid, hoe klein ook, vond Kamp. Hij vond dat de afgelopen weken ook inzake Uruzgan, net als zijn eigen partij, de VVD. Voor die benadering hebben Balkenende en het CDA echter ditmaal een stokje gestoken. En “breed draagvlak' betekent, morgen, de instemming van de PvdA, die eens te meer Balkenende II kan maken of breken.