Problemen met beelden in open lucht

Nederlandse musea geven hun “buitenobjecten', beelden en andere werken die zich buiten hun gebouw bevinden, onvoldoende aandacht. Dat schrijft de Inspectie Cultuurbezit in een gisteren verschenen rapport.

Voor het rapport Buitenstaanders zijn anderhalf jaar lang de buitenobjecten van de verzelfstandigde rijksmusea onderzocht. De Inspectie Cultuurbezit, die valt onder het ministerie van OCW, houdt zich bezig met het behoud en beheer van rijkscollecties. Ook de buitenobjecten zijn eigendom van het rijk, dat het onderhoud ervan aan de musea uitbesteedt.

Voor Buitenstaanders sprak de Inspectie met conservatoren en specialisten van de musea zelf, en met kenners van het Instituut Collectie Nederland. Geconcludeerd werd dat de buitenobjecten “in veel musea niet de aandacht [krijgen] die ze behoeven“. Bij de openluchtmusea houdt alleen technisch personeel zich met de objecten bezig; bij andere musea vormen ze “niet meer dan een aanhangsel bij het takenpakket van een conservator“. Onderhoud en restauratie worden “te veel ad hoc aangepakt“.

Het gevolg: aangetaste beelden in de tuin van het Rijksmuseum, Paleis Het Loo en het Kröller-Müller Museum, en gebouwen in slechte staat in onder meer het Zuiderzeemuseum (Enkhuizen) en het Openluchtmuseum (Arnhem). Ook de schepen van het Scheepvaartmuseum in Amsterdam lijden schade.

“In de musea wordt nu vooral gelet op exposities en bezoekersaantallen“, zegt een woordvoerder van de Inspectie Cultuurbezit. “Dat is logisch, want daar worden ze door de overheid op beoordeeld. Maar het behoud van zo'n collectie is voor een museum even belangrijk. Intern moeten mensen nu vechten om er aandacht voor te krijgen. Dat is zorgelijk. Het is net als een huishouden: je moet het elke dag bijhouden, anders verslonst de boel.“

De buitenobjecten zijn daarbij “extra kwetsbaar“: ze staan buiten het zicht en zijn onderhevig aan weer en vandalisme. Schade brengt extra kosten met zich mee, aldus de Inspectie, die de overheid in het rapport vraagt om geld voor een “klein Deltaplan“ . De musea zelf zouden meer kennis moeten uitwisselen, en intern een verantwoordelijke conservator buitenobjecten moeten aanstellen.

“In 1977 moesten 56 vaten van Christo in de tuin van het Kroller-Muller museum uit 1966 geheel opnieuw worden gemaakt“, aldus een woordvoerder. “Zo ver kan het dus gaan. Maar dat is wel zonde.“