Nieuwe laarzen

In het voorjaar lonkte ik nog vaak afgunstig hun kant op. Door de niet geheel begroeide schutting kon ik zien hoe in hun tuin menig feestje werd gevierd. Barbecues werden aangestoken, flessen ontkurkt. Het allerjaloerst was ik, als ik ze de dag erna met krant aan het ontbijt zag zitten. Om half twaalf.

Maar - zoals dat gaat in de Vinex - tijdens de zomer begon zich een duidelijke bolling af te tekenen en in september bracht ik felicitaties, een paar bevallingsboeken en wat goedbedoeld - doch ongevraagd - advies.

Als de aanstaande ouders langsliepen, wierpen de buurvrouwen en ik elkaar veelbetekenende blikken toe. Een onuitstaanbaar “Die-zullen-nog-eens-wat-beleven'-verbond werd gesloten. Gedaan zou het zijn met rosé, barbecue en wat dies meer zij, wisten wij. Slaapgebrek en uitputting zou ook hun gerechte deel zijn.

Inmiddels is de nieuwe IJburger anderhalve maand oud. De jonge moeder loopt allang weer in haar vertrouwde minirokken, maar nu achter een kinderwagen. Stralend kletst ze in haar mobiele telefoon. Als ze de boeken terug komt brengen, speur ik vergeefs naar wallen en rode ogen en op mijn opdringerige vragen, laat ze vriendelijk weten dat ze elke nacht acht uur ononderbroken en héérlijk slapen.

Twee dagen later; als ik terugkeer van een koud wandelingetje met twee jengelende en snottebellende kleuters, stapt ze net naar buiten. Aan haar voeten twee fonkelnieuwe hippe laarzen. Met een koket gebaar spuit ze die in met regenspray en zwiert weg.

Verbijsterd kijk ik haar na. Op mijn netvlies mijn eigen grijsgele gelaatskleur na zes weken baby. Opgesjorde T-shirts waaronder een verwassen voedingsbeha. De krant lezen, koken, poepen; de meeste dagen kwam het er niet van. Laat staan dat ik tijd had voor het geven van een waterafstotende beurt, aan wat of wie dan ook.

“Mooie laarzen“, piep ik haar na. Diep gefrustreerd trek ik mijn kinderen over de drempel.

Ik hoop maar dat die schutting een beetje rap dichtgroeit.