Nederland isoleert zich onnodig in Europa

Anders dan Frankrijk onttrekt Nederland zich aan het debat over de toekomst van de EU. Dat is schadelijk, meent Ben van der Velden.

Het Nederlandse kabinet heeft de Europese “Grondwet' dood verklaard. Premier Balkenende deed het vorig jaar juni, minister Bot van Buitenlandse Zaken herhaalde het onlangs nog eens tegenover zijn Oostenrijkse collega Plassnik.

Maar is het jongste Europese verdrag, dat politici ten onrechte als Grondwet hebben bestempeld, wel dood? Eerder verkeert het verdrag in coma. Overal in Europa zijn politici in de weer om het tot leven te wekken, al weten ze niet in hoeverre het verdrag in de toekomst nog zal lijken op de tekst die de Franse en Nederlandse kiezers vorig jaar afwezen.

Nederland staat in Europa alleen met de kort door de bocht geformuleerde vaststelling dat de Grondwet dood is. Frankrijk kijkt wel uit dat te zeggen. Franse politici doen voorstellen om de Europese problemen op te lossen. Die worden weliswaar door andere landen snel afgeschoten, maar ze hebben toch tot gevolg dat Frankrijk niet geïsoleerd raakt. President Chirac denkt er, net als Balkenende, niet over om van de kiezers te vragen om voor de tweede keer hetzelfde verdrag te beoordelen. Maar hij praat niet over een dood verdrag.

Chirac heeft voorgesteld een oplossing te zoeken voor het grootste probleem van de Europese Unie van dit ogenblik, de gebrekkige bestuurbaarheid. En de Franse minister van Binnenlandse Zaken, Sarkozy, die tegen de zin van Chirac volgend jaar kandidaat van rechts wil zijn bij de presidentsverkiezingen, heeft een signaal gegeven dat met hem te praten valt over een oplossing voor de moeilijkheden die met de Grondwet zijn ontstaan.

Hij wil een nieuw verdrag waarin alleen de regels uit de Grondwet voor de Europese instellingen en voor het functioneren van de EU worden opgenomen. Al volgend jaar, als de EU wordt uitgebreid, is het gemis van een regeling van de Grondwet een probleem. Dan moeten de regeringsleiders opnieuw onderhandelen over de omvang van de Europese Commissie. Nu kan iedere EU-lidstaat een eurocommissaris naar Brussel sturen. Daardoor is de Commissie onwerkbaar groot geworden. In de Grondwet was overeengekomen dat het aantal eurocommissarissen tweederde zou worden van het aantal lidstaten.

De EU-regeringsleiders moeten volgend jaar onderhandelen omdat bij gebrek aan een door alle landen geratificeerde Grondwet, de regels van het Verdrag van Nice (2000) van kracht zijn. Die bepalen dat de Commissie op het moment dat de EU 27 lidstaten heeft, dus na de toetreding van Roemenië en Bulgarije, minder eurocommissarissen moet tellen dan het aantal landen. Het aantal is niet vastgelegd. Ook is niet bepaald volgens welk toerbeurtsysteem landen eurocommissarissen leveren.

De Europese regeringen kunnen er niet onderuit de discussie te voeren hoe het verder moet met Europa. Frankrijk praat daarom nu al. De huidige voorzitter van de EU, de Oostenrijkse kanselier Schüssel, wil in juni vaststellen wat het resultaat is van een jaar nadenken over de crisis die ontstond na het Franse en Nederlandse “nee'. Die denkpauze van een jaar was een besluit van de Europese regeringsleiders.

Alleen maar, zoals Nederland doet, concluderen dat de Grondwet dood is, brengt Europa geen stap verder. In theorie kan één land een Europees verdrag tegenhouden. In de praktijk heeft een land dat als enige dwars ligt een politiek probleem. Dat was zo toen Denemarken het Verdrag van Maastricht afwees. Toen dit land een paar tegemoetkomingen kreeg, stemde het later alsnog met dit verdrag in. Hetzelfde gebeurde nadat Ierland het Verdrag van Nice had afgewezen. Het verschil met nu is dat twee landen nee tegen de Grondwet hebben gezegd. Maar als Frankrijk bereid is om te praten, is Nederland eenzaam over.

Veel kan Schüssel in juni niet bereiken. De regeringsleiders zijn nog niet klaar om besluiten te nemen over een aangepaste verdragstekst. Hij kan wel voor elkaar krijgen dat ze nog een jaar debatten over Europa stimuleren. Daarmee kan hij bereiken dat de zaak over de Franse en Nederlandse verkiezingen van 2007 getild wordt.

Als Europa tot volgend jaar wacht voordat het knopen doorhakt, kan dat leiden tot voortzetting van het Nederlandse isolement. Voor het referendum van vorig jaar waarschuwde de Nederlandse regering dat een “nee' tegen de Grondwet de Nederlandse positie in Europa zou aantasten. Nu houdt de regering die eenzaamheid zelf in stand. Dat heeft te maken met de angst voor de kiezers.

Bot realiseert zich heel goed dat er iets moet gebeuren. “Natuurlijk komen we met het Verdrag van Nice alleen niet verder, wij hebben iets nieuws nodig“, zei hij onlangs in de Oostenrijkse krant Der Standard.

Maar hij zei ook dat de regering eerst de resultaten van opinieonderzoeken wil afwachten voordat ze gaat praten. Het kabinet wil de burgers geen standpunt opdringen, vertelde Bot ook. De regering wil voor deze zomer over die peilingen beschikken.

Als de regering echter niet zelf een standpunt durft innemen, staat ze bij de Europese discussie aan de zijlijn. Dat betekent dat andere landen meer invloed kunnen uitoefenen op de uitkomst dan Nederland. Dat anderen de besluiten nemen die ook voor Nederland gelden. Want altijd nee zeggen, kan Nederland niet. Het behoort tot Europa, het ligt niet op de maan.

Ben van der Velden is oud-correspondent van NRC Handelsblad te Brussel.