Lobbyist van haar man

Op 4 april 1968 kreeg Coretta Scott King, die gisteren op 78-jarige leeftijd overleed, het telefoontje waarop ze “onbewust al [haar] hele leven wachtte“. Haar echtgenoot, de zwarte burgerrechtenactivist Martin Luther King Jr., was voorafgaand aan een protestmars in Memphis, Tennessee, doodgeschoten. De man die haar het slechte nieuws vertelde, dominee Jesse Jackson, stelde in januari 2004 nog dat de Amerikaanse regering destijds “diep verwikkeld“ was in de opmaat naar de moord.

Coretta Scott King Foto AP ** FILE ** Coretta Scott King ponders a reporter's question in front of a painting of her late husband, civil-rights leader Martin Luther King, Jr., in this Tuesday, Jan. 14, 2003 file photo in Atlanta. Coretta Scott King, who turned a life shattered by her husband's assassination into one devoted to enshrining his legacy of human rights and equality, died Tuesday morning. She was 78. (AP Photo/John Bazemore) Associated Press

Jackson uitte deze beschuldiging op de King-herdenkingsdag, die er was gekomen dankzij de vergevingsgezindheid van Coretta King. Zij bleef na de moord niet in onmin leven met de blanke politieke elite die haar echtgenoot zo had tegengewerkt. Haar strijd om de herinnering aan haar man en aan zijn “droom' levend te houden was mede daardoor zo succesvol.

Ze lobbyde in Washington voor de instelling van een herdenkingsdag. Sinds 1986 hebben alle Amerikanen de derde maandag van januari een dag vrij ter herinnering aan King. Het behoorde, samen met de oprichting van het Kingcentrum in Atlanta in juni 1968, tot haar belangrijkste wapenfeiten. “Ze heeft Amerika aan het verstand gebracht dat “alle mensen gelijk geschapen zijn',“ zei een Republikeins Congreslid gisteren.

Begin jaren '50 werd de conservatoriumstudente in Boston voorgesteld aan de jonge baptistendominee King. In 1953 trouwde haar schoonvader hen in haar ouderlijk huis in Alabama. Het paar kreeg vier kinderen. Ze vergezelde haar man op buitenlandse reizen, onder andere naar India, waar Gandhi hen onderrichtte in geweldloos verzet. In 1964 was ze bij haar man toen hij in Oslo de Nobelprijs voor de Vrede kreeg uitgereikt.

Behalve voor de burgerrechtenstrijd zette ze zich in voor de mensenrechten wereldwijd. Ze protesteerde tegen de Amerikaanse steun aan het apartheidsregime in Zuid-Afrika en sprak zich uit tegen de Irak-oorlog.