Leiders trots op Afghanistan en zichzelf

Politieke leiders hadden veel lof voor de vooruitgang die Afghanistan de afgelopen vier jaar boekte. Maar buiten de veilige hoofdstad Kabul is er nog veel te winnen.

De grote internationale donorconferentie voor Afghanistan in Londen heeft zo nu en dan bepaald feestelijke trekken. “We zijn hier bijeen om het succes van de afgelopen vier jaar te vieren“, verklaarde de Afghaanse president Hamid Karzai gisteren opgewekt op de eerste dag, zijn vrolijke groen gestreepte cape om de schouders geslagen.

Ook minister Bernard Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) had er, aan de vooravond van een cruciaal debat in de Tweede Kamer over de uitzending van Nederlandse troepen naar de Afghaanse provincie Uruzgan, geen belang bij de feestelijke stemming te bederven. “Er heerst een heel positieve sfeer“, zei hij op een persconferentie.

Net als veel collega's somde Bot moeiteloos een lijst verbeteringen op sinds het radicaal-islamitische bewind van de Talibaan eind 2001 onder Amerikaanse leiding werd verjaagd. Drie miljoen Afghaanse vluchtelingen zijn teruggekeerd, zes miljoen kinderen gaan weer naar school en de Afghaanse economie groeit met zo'n 9 procent per jaar. Er zijn presidentsverkiezingen geweest en er is een parlement gekozen.

Vooral westerse landen hebben sinds 2001 met gulle hand gegeven om de wederopbouw na jaren van ontwrichtende conflicten gestalte te geven. Het leeuwendeel van de miljarden is echter in de hoofdstad Kabul en directe omgeving blijven steken. Daar ook is de welvaart het sterkst toegenomen.

In Kabul, waar de situatie relatief veilig is, zijn vele honderden hulporganisaties gevestigd. In de roerige zuidelijke provincie Helmand daarentegen, waar de Britten de komende maanden een strijdmacht heen sturen om de stabiliteit te bevorderen, zijn maar vijf organisaties actief, zo meldde The Sunday Times onlangs. Voor zover daar de welvaart gegroeid is, is dat vooral aan de opium te danken.

Dit gebrek aan ontwikkeling heeft te maken met het gebrek aan veiligheid. Een vrouw in Helmand, die een centrum voor vrouwen had opgezet, nodigde de minister van Vrouwenzaken uit om het te openen. Die bleef echter liever in Kabul. In Helmand was het veel te gevaarlijk, vond ze. Ook president Karzai verlaat uit veiligheidsoverwegingen zelden zijn paleis in de hoofdstad. Niet voor niets ook kost het de NAVO de grootste moeite lidstaten te vinden die bereid zijn militairen te sturen naar Afghanistan, vooral naar het zuiden.

Het is minder riskant de portemonnee open te trekken voor de wederopbouw. Zo geschiedde ook gisteren. Karzai en de zijnen hadden vooraf verklaard zo'n 4 miljard dollar per jaar aan hulp nodig te hebben. Zoveel kregen ze niet, maar er waren wel degelijk enkele substantiële toezeggingen. Het gulst waren de landen die ook militair het meeste bijdragen. De Verenigde Staten beloofden 1,1 miljard dollar (915 miljoen euro) voor de komende vijf jaar. De Britten bleven met 455 miljoen pond (670 miljoen euro) niet ver achter.

Nederland deed het kalmer aan met 100 miljoen euro voor drie jaar. Een groot deel daarvan zal gaan naar de twee provincies waar Nederland militair present is, Baghlan in het noorden en Uruzgan in het zuiden. Aangenomen ten minste dat de Tweede Kamer morgen haar fiat geeft aan de missie in Uruzgan. Bot wees er trots op dat Nederland de afgelopen jaren bij de top-vier van de donoren hoorde. “We hebben echt een buitengewoon goed figuur geslagen.“

Met de nieuwe hulp hoopt de Afghaanse regering de wederopbouw een nieuwe impuls te geven. Haar doelstellingen zijn vastgelegd in een ambitieus plan, getiteld Afghanistan Compact. Dit voorziet in een groter leger om de veiligheid en daarmee de stabiliteit te verhogen. Meer dorpen zullen worden aangesloten op het wegennet, terwijl in de steden meer huishoudens elektriciteit kunnen verwachten. Gepoogd zal worden corruptie te verminderen en de uitdijende drugssector te beheersen.

Zelfs de altijd zo optimistische president Karzai erkende gisteren dat de papaverteelt een groot probleem is, volgens hem een gevolg van de jarenlange chaos in het land. Het zal nog wel tien jaar duren voordat het probleem is opgelost, veronderstelde de president. Maar, zo voegde hij er welgemoed aan toe, vorig jaar was het areaal van papavervelden met 21 procent gereduceerd. Desondanks was Afghanistan vorig jaar in zijn eentje goed was voor 87 procent van de opiumproductie in de wereld.

Minister Bot vloog aan het eind van de dag terug naar Den Haag. Bent u nog erg onder druk gezet om naar Uruzgan te gaan, vroeg een journalist. Helemaal niet, zei de minister. Men kent de Nederlandse procedures. “Wel wenste iedereen me sterkte en succes toe.“ Dat kan het kabinet nauwelijks meer ontgaan, nu de PvdA lijkt voor de missie te zullen stemmen. Bot wilde er niet op vooruitlopen. “Je mag de huid van de beer pas ophangen als hij geschoten is.“