“Later greep ik nóg naar kogelvrij vest'

Een missie zoals die naar Uruzgan is voor militairen zwaar. Door langdurige blootstelling aan stress kampt een op de vijf militairen met angst en slapeloosheid.

Vraag het een willekeurige militair en hij zal zeggen dat sinds de uitzending naar Bosnië de nazorg bij thuiskomst in Nederland nogal is verbeterd.

Jarenlang was er bij Defensie weinig aandacht voor de geestelijke zorg aan militairen. Militairen moesten na afloop van een missie maar blij zijn dat ze heelhuids waren thuisgekomen. Ze gingen verder met het dagelijkse leven en moesten maar niet te veel stilstaan bij de ervaringen tijdens de missie.

Maar sinds de uitzending van Nederlandse militairen naar Bosnië is er sprake van een cultuuromslag. Na die uitzending werd voor het eerst duidelijk dat veel militairen last hadden van veelal dezelfde symptomen, soms tot nog jaren erna.

De militairen hadden vaak last van angstaanvallen, slapeloosheid en depressiviteit. En dat zijn precies de symptomen van PTSS, oftewel Post-Traumatische Stress-Stoornis. PTSS wordt veroorzaakt door traumatische ervaringen of langdurige blootstelling aan stress. Het is niet vreemd dat militairen een belangrijke risicogroep vormen voor deze aandoening. Door de vrijwel constante aanwezigheid van angst voor aanvallen en beschietingen zwakt het gevoel van stress nauwelijks af.

Als Nederland morgen besluit troepen te sturen zullen deze militairen mogelijk in een vergelijkbare situatie terecht komen.

Uit onderzoeken van het ministerie van Defensie blijkt dat een op de vijf militairen die is uitgezonden naar een crisisgebied, bij thuiskomst last heeft van psychische problemen. Dit kunnen relatief “kleine' klachten zijn zoals slapeloosheid, maar bij sommige oudgedienden zijn de problemen van een zwaardere aard.

Ongeveer 2 procent van de militairen heeft bij thuiskomst last van PTSS. Wat volgt is vaak een jarenlange behandeling van de ziekte door psychologen.

Om PTSS al in een vroeg stadium te signaleren gaan er tegenwoordig psychologen mee met de missies.

Als het werk in Afghanistan of Irak erop zit verblijven alle militairen eerst een paar dagen op Grieks/Turkse eiland Cyprus. Daar kunnen ze bijkomen. En ook daar staan geestelijke verzorgers klaar. Bij thuiskomst in Nederland kunnen de veteranen nog steeds gebruik maken van deze hulpverleners.

Deze psychologen en andere geestelijke verzorgers komen van diverse organen zoals het Veteranen Instituut, de BNMO (Bond van Nederlandse Oorlogs- en Dienstslachtoffers) en van de Maatschappelijke Dienst Defensie. Ze hebben allemaal een andere aanpak.

De Veteranennota 2004 is erg kritisch over deze huidige manier van werken. Luitenant b.d C.J.M de Veer, schrijver van de nota schrijft daarin dat “de aanpak van de zorg bij een specifieke missie op centraal niveau onder verantwoordelijkheid van de Chef Defensiestaf (CDS) door de Directeur Militaire Gezondheidszorg moet vallen“.