“Later greep ik nóg naar kogelvrij vest'

Een missie zoals die naar Uruzgan is voor militairen zwaar. Door langdurige blootstelling aan stress kampt een op de vijf militairen met angst en slapeloosheid.

De muziek voor mijn uitvaart al gekozen Michelle Buitenhuis (25) kwam in september 2004 uit Irak terug omdat haar contract afliep. Vier maanden was ze gelegerd in Irak. „We waren met 45 vrouwen. Op 600 militairen. Mensen denken: een vrouw in het leger, dat is martelarij. Maar na een tijdje wen je wel aan die schuine moppen, het machogedrag en het geroddel. Ik was daar een soort verpleegkundige. Als militairen kleine lichte verwondingen hadden, kwamen ze bij mij terecht. Zoiets kan lastig zijn in de woestijn. „Voor mijn vertrek dacht ik wel eens dat ik kon gaan sterven in Irak. Ik was op alles voorbereid. Zo had ik al mijn testament opgesteld, mijn uitvaart en de muziek daarbij. Maar eenmaal in Irak dacht ik daar niet meer aan. Ik was te druk bezig met mijn werk. „Het klinkt misschien vrij ernstig wat ik allemaal zeg, maar toch sta ik neutraal tegenover de voorgenomen missie naar Afghanistan. Het ergste vind ik de besluiteloosheid. Dat is vooral erg voor de militairen die op de lijst staan om uitgezonden te worden. Zij zitten maar te wachten. „In Irak heb ik nuttig werk kunnen doen. Ik heb gewonde en zieke Irakezen medisch verzorgd. Ik heb gezien wat het opbouwteam heeft gedaan, en dat was echt zinnig werk. Hopelijk kunnen we dat soort werk ook in Afghanistan gaan doen. Het contact met de bevolking was goed. Ze waren zichtbaar blij dat wij er waren. In het begin dacht ik bij iedere Irakees dat het een gevaarlijke terrorist kon zijn. Maar daar stap je overheen. „Ik heb niets te klagen over de opvang van het ministerie van Defensie bij thuiskomst in Nederland. Vlak na de missie zijn we op kosten van Defensie een paar dagen naar Cyprus gegaan om bij te komen. Daar merkte ik pas hoe geroutineerd je raakt van dagen achtereen in stress opereren. Het eerste wat ik in Cyprus deed als ik wakker werd, was naar mijn kogelvrije vest grijpen. Maar dat lag er natuurlijk niet meer. „Voorlopig zou ik even niet op missie willen. Ik heb het gevoel dat ik nog moet bijkomen van de vorige uitzending. Maar ik sluit niet uit dat ik weer een keer ga.” Zutphen mv Buitenhuis, Irak veteraan art Jaus Muller ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Vraag het een willekeurige militair en hij zal zeggen dat sinds de uitzending naar Bosnië de nazorg bij thuiskomst in Nederland nogal is verbeterd.

Jarenlang was er bij Defensie weinig aandacht voor de geestelijke zorg aan militairen. Militairen moesten na afloop van een missie maar blij zijn dat ze heelhuids waren thuisgekomen. Ze gingen verder met het dagelijkse leven en moesten maar niet te veel stilstaan bij de ervaringen tijdens de missie.

Maar sinds de uitzending van Nederlandse militairen naar Bosnië is er sprake van een cultuuromslag. Na die uitzending werd voor het eerst duidelijk dat veel militairen last hadden van veelal dezelfde symptomen, soms tot nog jaren erna.

De militairen hadden vaak last van angstaanvallen, slapeloosheid en depressiviteit. En dat zijn precies de symptomen van PTSS, oftewel Post-Traumatische Stress-Stoornis. PTSS wordt veroorzaakt door traumatische ervaringen of langdurige blootstelling aan stress. Het is niet vreemd dat militairen een belangrijke risicogroep vormen voor deze aandoening. Door de vrijwel constante aanwezigheid van angst voor aanvallen en beschietingen zwakt het gevoel van stress nauwelijks af.

Als Nederland morgen besluit troepen te sturen zullen deze militairen mogelijk in een vergelijkbare situatie terecht komen.

Uit onderzoeken van het ministerie van Defensie blijkt dat een op de vijf militairen die is uitgezonden naar een crisisgebied, bij thuiskomst last heeft van psychische problemen. Dit kunnen relatief “kleine' klachten zijn zoals slapeloosheid, maar bij sommige oudgedienden zijn de problemen van een zwaardere aard.

Ongeveer 2 procent van de militairen heeft bij thuiskomst last van PTSS. Wat volgt is vaak een jarenlange behandeling van de ziekte door psychologen.

Om PTSS al in een vroeg stadium te signaleren gaan er tegenwoordig psychologen mee met de missies.

Als het werk in Afghanistan of Irak erop zit verblijven alle militairen eerst een paar dagen op Grieks/Turkse eiland Cyprus. Daar kunnen ze bijkomen. En ook daar staan geestelijke verzorgers klaar. Bij thuiskomst in Nederland kunnen de veteranen nog steeds gebruik maken van deze hulpverleners.

Deze psychologen en andere geestelijke verzorgers komen van diverse organen zoals het Veteranen Instituut, de BNMO (Bond van Nederlandse Oorlogs- en Dienstslachtoffers) en van de Maatschappelijke Dienst Defensie. Ze hebben allemaal een andere aanpak.

De Veteranennota 2004 is erg kritisch over deze huidige manier van werken. Luitenant b.d C.J.M de Veer, schrijver van de nota schrijft daarin dat “de aanpak van de zorg bij een specifieke missie op centraal niveau onder verantwoordelijkheid van de Chef Defensiestaf (CDS) door de Directeur Militaire Gezondheidszorg moet vallen“.