“Kleur speelt geen rol'

In zijn versie van het ballet “Le sacre du printemps' laat de Franse choreograaf Heddy Maalem veertien jonge Afrikanen dansen: “Het zijn ook gewoon pubers op vakantie, hoor.“

Sandra Heerma van Voss

,,Ze hebben zoveel geleerd. De muziek vonden ze eerst niets, nu zijn ze ermee vergroeid. Maar het zijn ook gewoon pubers op vakantie, hoor. Op hun hotelkamers gaat de tv keihard aan.“

Choreograaf Heddy Maalem (Batna, 1952) spreekt op warme, vaderlijke toon over de veertien jonge West-Afrikaanse dansers met wie hij momenteel voor de tweede keer door Europa trekt. Ze dansen Maalems geheel zwarte versie van Le Sacre du Printemps, een legendarisch ballet van de Ballets Russes uit 1913, waarin een maagd ritueel wordt geofferd op woeste muziek van Igor Stravinsky. Bij Maalem bewegen de zwarte dansers in zwemgoed voor videoprojecties van het dagelijks leven in Afrika. Hun dans houdt het midden tussen traditioneel Afrikaans en modern Europees.

Maalem begrijpt zijn dansers, zegt hij. Hij vond ze onder meer in Mali, Nigeria en Senegal, en ging netjes bij hun ouders op bezoek voordat hij een contract met ze afsloot. Sommigen bleken in “voor westerlingen onvoorstelbare armoede“ te leven. Maalem wist dat hij ze een groot en aantrekkelijk avontuur aanbood, maar ook dat ze in Europa met racisme en vooroordelen te maken zouden krijgen.

Zelf is Maalem een “schoolvoorbeeld“ van iemand met een dubbele culturele identiteit. Hij heeft een Franse moeder en een Algerijnse vader, en bracht de eerste tien jaar van zijn leven in Algerije door; daarna verhuisde het gezin naar Frankrijk.

“Ik voelde me een buitenstaander“, zegt hij. “Maar ik zie er wel helemaal Frans uit, dus als ik met mijn Algerijnse vrienden op stap was, mocht ik vaak als enige een restaurant binnen. Ik begreep dat niet. De woede die de jongeren uit de Franse banlieues nu ventileren, dat was míjn woede. Ik ben een drager van hetzelfde vuur. Ik had alleen het geluk dat ik er een andere uitlaatklep voor vond.“

Maalem ging boksen. Hij deed het van zijn achttiende tot zijn achtentwintigste, en hij was “best goed“, zegt hij met een glimlachje. Na tien jaar was het genoeg. ,,Ik realiseerde me steeds meer dat ik of aan mijn eigen, of aan andermans destructie werkte. Toen vond ik aikido, waar het behalve om kracht en agressie ook om energie, en om de beheersing daarvan gaat.“

Choreograaf Heddy Maalem ging aikidolessen geven, en kwam met mensen van allerlei nationaliteiten in aanraking. Daar waren ook dansers bij. ,,In de jaren tachtig maakte de moderne dans in Frankrijk een explosieve groei door. Ik ging nooit naar het theater, maar de dansers die ik ontmoette deden iets geheel nieuws; ze bewogen zich energiek en expressief. Het leek op waar ik met aikido naar zocht. Tegen de tijd dat de moderne dans-golf weer was gaan liggen, heb ik in Ivoorkust mijn eigen groep opgericht, La Compagnie Ivoire.“

In 2000 vestigde Maalem zich in Toulouse, en begon hij als artistiek leider van het lokale Centre de Développement Choréographique aan een trilogie over “identiteit en wreedheid“. Het eerste deel, Black Spring, dat vorig jaar op Julidans in Amsterdam te zien was, was een collage van cliché's die er in het Westen van Afrikanen bestaan.

“Met huidskleur heeft mijn werk niets te maken“, zegt Maalem fel. ,,Het grootste compliment dat ik ooit over de Sacre kreeg was van een dame in Parijs, bon chic bon genre, die zei: “Ik vond het prachtig, ik zag de kleur helemaal niet meer.' De boodschap van het stuk is er een van vreugde, van een nieuwe lente - ondanks dat er ook iemand in sterft.

“Ik werk met alle soorten mensen. Maar er zijn, hoe politiek incorrect dit ook mag klinken, motorische verschillen tussen dansers uit verschillende culturen. Afrika is een werelddeel vol dans en ritme. Waarom zou je dat niet laten zien? Het is pure rijkdom.“

T/m 4 febr. Muziektheater, Amsterdam. Inl. 020-6255455 of www.gastprogrammering.nl.