Kamer stemt niet echt over missie

De Tweede Kamer zal morgen over de uitzending van troepen naar Uruzgan niet formeel stemmen. Moties van instemming zijn in het Nederlandse parlement niet gebruikelijk, en de bestaande procedure bij de uitzending van troepen - die gebaseerd is op artikel 100 van de Grondwet en een checklist die “Toetsingskader' heet - voorziet erin dat aan de fracties gevraagd wordt of zij met de uitzending kunnen instemmen.

Toch is er deze keer iets bijzonders. Meestal vindt het uitspreken van de instemming plaats aan het eind van een zogenaamd algemeen overleg in een van de kleine commissiekamers van het Kamergebouw, maar nu is besloten om aan het eind de zaak te verplaatsen naar de grote, plenaire vergaderzaal. Vóór die laatste ronde is nog een pauze ingelast van ongeveer twee uur, waarin de fracties intern hun eindoordeel kunnen vellen - een procedure die niet weinig tot de spanning zal bijdragen.

Wanneer het in de plenaire vergadering op een hoofdelijke stemming aankomt, dan zal dat over moties zijn. De instemmingsprocedure als zodanig laten de moties onverlet. Men spreekt over “instemming' in plaats van “toestemming' omdat formeel gesproken niet het parlement troepen uitzendt maar de regering, als “opperbevelhebber van de strijdkrachten“, zoals de Grondwet bepaalt. Zonder parlementaire instemming is uitzending echter praktisch niet denkbaar, behalve bij acute nood of oorlog.

Onzeker is nog of de debatten van morgen, behalve door de betrokken vakministers (Bot, Kamp en Van Ardenne) ook door premier Balkenende worden bijgewoond. Een verzoek hiervoor had de griffie van de Tweede Kamer rond het middaguur nog niet bereikt.