Impopulaire Bush bescheiden van toon

President Bush sprak gisteren een gematigde “State of the Union' uit. Geen vuurwerk in het jaar dat een derde van de Senaat en het hele Huis van Afgevaardigden wordt gekozen. Wel kritiek op de Amerikaanse “olieverslaving'.

Het opmerkelijkste nieuws kwam gisteren van buiten de zaal. Anti-oorlogsactiviste Cindy Sheehan werd vlak voor de aanvang van de State of the Union aangehouden, met kennelijke plannen de toespraak van de president te verstoren.

Binnen ging het programma gewoon door. Veel applaus. George W. Bush schroomde grote woorden niet - de verspreiding van vrijheid is “het grote verhaal van onze tijd“ - maar was bescheiden met nieuwe beleidsinitiatieven. Commentatoren van links en rechts zeiden na afloop: het was een belangrijke State of the Union, maar hij zal niet lang herinnerd worden.

De toespraak van Bush werd gezien als een kans het ongunstige tij te keren. Begin vorig jaar, vlak na zijn herverkiezing van eind 2004, hield hij een zwaar aangezette ideologische verhandeling over vrijheid. De verspreiding van democratieën in de wereld, de verlaging van belastingen, de privatisering van de oudedagsvoorziening (“social security'): het was, aldus Bush toen, allemaal terug te voeren op het belang van vrijheid.

2005 liet zien dat deze vergezichten weinig waarde hadden in de praktijk van alledag. Verkiezingen in het Midden-Oosten brachten voor de Amerikaanse regering ongemakkelijke uitslagen voort. De privatisering van de social security liep op de klippen. En door een reeks andere problemen (vooral de oorlog in Irak, maar ook de late reactie op de orkaan Katrina en enkele strafrechtelijke onderzoeken met Republikeinen in de hoofdrol) daalde de populariteit van de president tot een zelden vertoond dieptepunt.

Circa veertig procent van de Amerikanen vindt dat Bush zijn werk goed doet. Alleen president Nixon kreeg in zijn zesde jaar als president, op het hoogtepunt van Watergate, een lagere waardering van het Amerikaanse publiek.

Gisteren was het moment waarop Bush de neergang kon keren - later dit jaar zijn er verkiezingen voor het Huis en de Senaat. De president koos voor een bescheiden toonzetting. Hij benadrukte dat beleidssuccessen in sociale kwesties (verlaging van criminaliteit, vermindering van drugsgebruik) mede aan Democraten zijn te danken - een zeldzaam geluid in het gepolariseerde nationale debat.

Hij herhaalde dat het onjuist zou zijn toe te geven in de oorlog in Irak en die tegen terreur. Deze oorlogen zijn geen misplaatst idealisme, aldus Bush. De toekomstige veiligheid van Amerika is er van afhankelijk: als de VS de terroristen niet buiten de eigen grenzen bevechten, komen de terroristen vanzelf op de VS af.

Verwacht werd dat Bush de gelegenheid zou aangrijpen zich tegen Iran te keren gezien de vermeende nucleaire ambities van dat land. Maar het bleef bij de bekende afwijzing van die ambities, aangevuld met een woord van respect voor het Iraanse volk. Sceptici wezen erop dat Saddam Hussein drie jaar geleden, aan de vooravond van de Amerikaanse aanval op Irak, aanzienlijk agressiever werd bejegend.

Aan het adres van Hamas, dat vorige week de Palestijnse parlementsverkiezingen won, herhaalde hij de eisen die zijn regering eerder stelde: erken Israël, ontwapen, wijs terreur af. Maar een dreigement - het stopzetten van de financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit, bijvoorbeeld - kwam ook in dit deel van de speech van de president niet voor.

In de belangrijkste binnenlandse politieke kwestie van dit moment, het afluisteren van Amerikaanse ingezetenen zonder machtiging van de rechter, voerde hij opnieuw een krachtige verdediging van zijn optreden sinds “11 september'. Hij gaf toen de inlichtingendienst NSA opdracht tot afluisteren zonder de rechtbank te raadplegen die is opgericht voor het toetsen van deze praktijk. Volgens Bush valt dit binnen zijn mandaat, wat veel onafhankelijke deskundigen bestrijden.

Volgende week houdt de Senaat hoorzittingen. Peilingen leren dat de president baat heeft bij dit debat - de oorlog tegen terreur is het enige thema waarin de kiezers de president meer vertrouwen dan de oppositie. “Wij leunen niet achterover om af te wachten tot we weer geraakt worden“, zei hij gisteren.

De hardste waarschuwing had Bush voor de Amerikaanse economie, waarbij hij zich keerde tegen antiglobalisten die bij de Republikeinen en Democraten terrein winnen. China en India dienen zich aan als nieuwe concurrenten, maar isolationisme en protectionisme zijn geen oplossing, aldus Bush. Beweringen dat immigranten slecht zijn voor de economie zijn onzinnig. “De economie zou niet zonder immigranten kunnen functioneren“, aldus de president.

Hoewel de economie al jaren overvloedig groeit, zijn de VS “verslaafd aan olie die vaak wordt geïmporteerd uit instabiele gebieden in de wereld“, zei de president, zelf oud-directeur van een oliemaatschappij in Texas. Hij kondigde de uitbreiding van onderzoek naar alternatieve energiebronnen aan - de verbranding van kolen waarbij geen broeikasgassen worden uitgestoten, en nieuwe vormen van kernenergie.

De president kwam zo tegemoet aan enkele invloedrijke commentatoren, die al jaren menen dat de VS te afhankelijk zijn geworden van olie-importen die op den duur de machtspositie van het land kunnen aantasten. Bush kondigde ook aan dat er verder wordt gezocht naar alternatieven voor autobrandstof.

Het doel is, aldus Bush, “om in 2025 75 procent van onze olie-importen uit het Midden-Oosten te hebben vervangen. (..) Onze afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten moet iets uit het verleden worden.“