Een verslaafde natie

George W. Bush roerde gisteravond in zijn State of the Union, de jaarrede van de Amerikaanse president voor het verzamelde Congres, een gevoelig punt aan met de energievoorziening in zijn land. Amerika, zei hij, is verslaafd aan olie. En de beste manier om die verslaving te lijf te gaan, is door middel van technologie. In 2025 moet driekwart van de problematische olie-import uit het Midden-Oosten door iets anders zijn vervangen, aldus Bush. Hij riep op tot onderzoek naar andere krachtbronnen in auto's; naar Amerikaanse begrippen opmerkelijk, omdat de gemiddelde autorijder in dat land zijn tank tot voor kort onbekommerd en door de lage accijns voor een paar dollar vol liet gooien. Maar dat is door de stijgende olie- en benzineprijzen veranderd. De rest van de wereld had dit eerder in de gaten dan de Verenigde Staten. De Amerikaanse auto-industrie verkeert dan ook in grote problemen.

Ford en General Motors, automakers die 's lands drift naar vooruitgang symboliseren, lijden inmiddels ongekend grote verliezen, en moeten fabrieken sluiten en mensen ontslaan. Washington is niet van plan de sector financieel te ondersteunen, de vakbonden en de machtige autolobby ten spijt. Bush zei onlangs in een interview met de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal dat de auto-industrie in zijn land producten moet maken waar vraag naar is. Dat is precies waar het om gaat. De Amerikaanse automobielconcerns hebben onvoldoende geanticipeerd op een stijgende olieprijs en een dalende vraag naar auto's die duur zijn aan de pomp. Debet daaraan is voornamelijk de kortetermijnvisie die het Amerikaanse bedrijfsleven beheerst. Snel een (kwartaal)winst pakken is belangrijker voor ondernemingen en hun aandeelhouders dan het uitstippelen van een afgewogen langetermijnbeleid.

Bush vermeldde gisteren in zijn jaarrede apart de noodzaak tot research aan hybride en elektrische auto's. De tragiek wil dat de concurrentie daar al veel verder mee is. De Japanse automakers Honda en Toyota verkopen, ook in de VS, succesvolle hybrides; auto's die zowel over een elektromotor als over een brandstofmotor beschikken. Ook hier lopen de Amerikanen achter de ontwikkelingen aan. De markt, dat onbarmhartige maar heilzame mechaniek, doet de rest: de Japanners floreren, Amerikaanse merken zitten in zwaar weer. Het is overigens niet alleen de energiezuinigheid die Japanse auto's zo geliefd maakt. Het verschil tussen Amerikaanse en Europese auto's en Japanse zit ook nauwelijks in de verkoopprijs, en zelfs niet in de prijs van de arbeid. Toyota-werknemers bijvoorbeeld worden naar algemene maatstaf zeer goed betaald. Het verschil zit hem in de kwaliteit, die bij de Japanners superieur is, en in hun vermogen om op het goede moment met producten te komen waar veel vraag naar is. En dat komt weer omdat Japanse ondernemingen doorgaans wél bereid zijn te investeren in ontwikkelingen voor de lange termijn.

De oproep van president Bush aan de auto-industrie en de consument om de koers te verleggen, komt jaren te laat. De olieverslaving is zó vergevorderd dat afkicken pijn gaat doen.