Cash-film het best in muzikale momenten

Walk the Line, de “biopic' over de fameuze countryzanger Johnny Cash begint als de “Man in Black' de tanden van een houtzaag betast. Het is 1968. We zijn backstage in de Folsom-gevangenis, vlak voor Cash opgaat en er zijn legendarische concert geeft.

Maar voordat we het optreden te zien krijgen - daar eindigt de film mee - worden braaf de significante momenten uit Cash' leven getoond. De biografische film doet dat nu eenmaal zo. De houtzaag verwijst naar hét trauma uit Cash' leven, de dood van zijn broertje en de daaruit voortvloeiende wrok van zijn vader. “Je bent niets waard“, zegt zijn vader steeds. Walk the Line vertelt gelijktijdig een aantal verhalen. Het verloop van Cash' carrière van de eerste opnamen voor het Sun-label tot en met de plaat At Folsom Prison We zien hoe Cash verliefd wordt op June Carter en haar voor zich probeert te winnen. En hoe Cash stukje voor stukje, beetje voor beetje weer het respect van zijn vader terugwint. De houtzaag is niet het enige drama in de film. Cash was jarenlang verslaafd aan amfetaminepillen die het constante toeren en de druk van een succesvol carrière wat draaglijker moesten maken. Die verslaving zorgde dat ook June Carter een tijdlang haar respect voor hem verloor, hoe gecharmeerd ze ook van hem was.

Een film over een muzikant kan niet zonder liedjes. Mangold is het beste in het ensceneren en variëren van concerten, opnames en repetities. Cash met z'n gitaar in militaire dienst, Cash in de Sun-studio, Cash op toer met Jerry Lee Lewis en Elvis Presley (en June Carter), Cash op televisie, Cash met handtekeningenjagers. Het jachtige muzikantenbestaan wordt van zijn romantiek en glamour ontdaan. En hoe goed Joaquin Phoenix en Reese Witherspoon ook zijn als Johnny en June, het blijft gek om hun stemmen te horen en niet die van Cash en Carter.

Walk the Line. Regie: James Mangold. Met: Joaquin Phoenix, Reese Witherspoon, Ginnifer Goodwin, Robert Patrick. In: 25 bioscopen.