Bij wie laat Haneke de bijl straks vallen?

Caché. Regie: Michael Haneke. Met: Daniel Auteuil, Juliette Binoche, Maurice Benichou, Annie Girardot. In: 12 bioscopen.

Michael Haneke is waarschijnlijk de enige regisseur die je al rillingen kan bezorgen door een stuk straat te filmen. Zo'n alledaagse straat als de Rue des Iris, er staan auto's geparkeerd, er hangen verkeersborden, vogels fluiten. Hier wonen mensen die het duidelijk goed hebben, maar al wat wij ons afvragen is bij wíe de bijl straks gaat vallen. En dan moet de film nog beginnen.

De filmtitels lopen rustig over het beeld en verdwijnen weer. Die horen in hun nadrukkelijke onnadrukkelijkheid evengoed bij Caché. We horen een mannenstem zeggen: Nou? En een vrouw: Niks. Het beeld wordt stilgezet en de band teruggespoeld - want dat was het, zien we tot onze schrik: een video-opname van dit straatje. De bijl is gevallen bij Georges en Anne.

Zij vonden deze ochtend een cassette voor hun deur met daarop de opname van hun huis, twee uur lang. En ze hebben geen idee van wie dit onplezierige geschenk afkomstig is.

Georges, Anne en hun zoon Pierrot vormen een welgesteld gezin, maar dat feit beschermt hen nergens tegen. Niet tegen de boze buitenwereld, niet tegen de ziektes die we op de achtergrond zien oprukken, niet tegen de agressie op straat, niet tegen elkaar, henzelf of het verleden. Hun eettafel mag dan in een kamer vol boeken staan, ze hebben allebei dan wel een geletterde en gerespecteerde baan, ze zijn mooi en succesvol - er is toch maar een kleine duw nodig om hen terug te brengen tot een staat van primitieve agressie.

De angstige verwarring die de videoband teweeg brengt, leidt direct tot ruzie tussen man en vrouw. De hoogspanning die op dit huis staat, valt al af te lezen van de manier waarop Anne het eten bereidt. Schichtig, gehaast. Angstige mensen. In een van de sleutelscènes van de film zegt iemand tegen Georges dat die te veel te verliezen heeft en dat dat hem zo razend maakt.

De gevierde presentator van een boekenprogramma - Daniel Auteuil in de zoveelste briljante rol uit zijn carrière - schermt zijn onzekerheid akelig vanzelfsprekend af met agressie. Dat blijkt al uit een klein voorval in het verkeer. Er is geen moment dat hij bij zichzelf te rade durft te gaan, dat hij onder ogen durft te zien wat hij verborgen houdt en waar de videomaker vanaf schijnt te weten, dat hij de vergeving aanvaardt die hem toch lijkt te worden aangeboden.

In deze situatie, waar gezond verstand en kalm overleg nog voor de hand liggende opties zijn, gaat Georges al over tot geweld. Je zou moralistisch kunnen zeggen dat Georges zo'n slecht geweten heeft, dat hij zich in een hoek gedreven voelt. Maar Caché geeft nooit aanleiding te denken dat Haneke moraliseert. Hij observeert en ziet een bang dier zijn tanden ontbloten en de tegenstander naar de nek springen.

Alleen al de rust waarmee Haneke zijn verhaal registreert, weerspreekt iedere suggestie van moralisme. Het is beangstigend hoe alledaags de meeste beelden in Caché zijn. Er zijn geen shots die uit zichzelf griezelig zijn, er is ook nooit een handig gemonteerde sequentie die een sensatie van dreiging manipuleert en toch hoeft de telefoon maar te rinkelen of het gevoel van beklemming dringt zich op.

Er komt één scène in voor die gruwelijk expliciet is, maar die scène is niet akeliger dan een ongedenkwaardig autoritje dat we ook te zien krijgen, een bezoek van Georges aan zijn moeder (kleine, maar perfecte rol voor Annie Girardot) of alle gesprekken van het echtpaar.

Over het (open) eind is in de internationale pers al veel gediscussieerd. Zien we hier de ontrafeling van een sinister complot? Of is het een klein lichtje in de duisternis dat Haneke ontsteekt? Het voorafgaande geeft voor geen van beide duidingen een aanwijzing. Dat is kenmerkend voor Haneke en voegt alweer toe aan de beklemming. Caché is ruw uit de rots gehakt, er ligt geen vorm klaar waar de puzzelstukjes in passen.

Je krijgt bijna het gevoel dat alle prijzen die Haneke wint (zoals met Caché die voor Beste regisseur, vorig jaar in Cannes) een bezwering zijn van de buitenwereld. Als wij uw films goed vinden, mag dan de vloek die zij uitspreken aan ons voorbijgaan? En misschien geldt die doodsangst ook wel voor recensenten.