Amerika blijft zich met de wereld bemoeien

De Amerikaanse president George W. Bush noemt isolationisme en protectionisme dwaalwegen. De VS moeten uit eigenbelang hun leiderschapsrol vervullen.

Amerika zal zich met de wereld blijven bemoeien. Het mag tegenzitten in Irak, maar dat is geen reden om op te geven. Het mag verleidelijk zijn een wat minder ambitieuze internationale agenda te formuleren, maar dat is niet in Amerika's belang. Met die boodschap aan zijn landgenoten - en de rest van de wereld - bevestigde president Bush gisteravond zijn koers in de internationale politiek.

“We streven ernaar tirannie in onze wereld te beëindigen“, aldus Bush. “Sommigen doen dat af als misplaatst idealisme. In werkelijkheid hangt de veiligheid van Amerika ervan af.“ Buitenlands beleid heeft niet per definitie de belangstelling van alle Amerikanen, maar Bush besteedde er bijna de hele eerste helft van zijn State of the Union aan.

Amerika mag de wereld niet de rug toe keren. Niet op politiek, maar - in deze tijd van globalisering en de opkomst van China en India - ook niet op economisch gebied. Isolationisme en protectionisme zijn allebei gevaarlijke dwaalwegen.

Centraal in het beleid van Bush blijft het optreden tegen de dreiging van terrorisme. En dat kan het beste gebeuren via de verspreiding van vrijheid en democratie. En dus ondersteunen de VS “de democratische hervormingen in het Midden-Oosten“.

De president vermeldde niet dat dergelijk beleid ook lastige dilemma's met zich mee kan brengen, bijvoorbeeld als de Palestijnen in grote meerderheid op de radicaal islamitische beweging Hamas stemmen. “Het Palestijnse volk heeft gestemd, nu moeten de leiders van Hamas Israël erkennen, ontwapenen, terrorisme verwerpen en werken aan een duurzame vrede“, zei hij simpelweg. Want een State of the Union is er vooral voor fraaie vergezichten. Hoe die in de praktijk te realiseren, is een ander verhaal.

Maar juist over de vraag hóe de wereld vreedzamer en veiliger gemaakt kan worden, lopen de meningen in binnen- en buitenland sterk uiteen. In de kwestie van het Iraanse nucleaire programma hield Bush het erop dat “de landen van de wereld het Iraanse regime niet moeten toestaan kernwapens te verwerven“. Het was geen hard dreigement vergeleken met de woorden die voorafgingen aan de invasie van Irak in 2003. Voor wie het erin lezen wil, liet Bush voor een ánder Iraans regime - waarschijnlijk onbedoeld - de deur op een kier staan.

Dat de Amerikaanse rol in de wereld vooral bestaat uit leiding geven, benadrukte Bush keer op keer. Zeker, “we hebben de steun van onze vrienden en bondgenoten nodig“. En om die steun te krijgen “moeten we altijd duidelijk zijn over onze beginselen en bereid zijn om op te treden. Het enige alternatief voor Amerikaans leiderschap, is een dramatisch gevaarlijker en angstiger wereld.“

Verwijzingen naar overleg of naar een mogelijke rol voor organisaties als de Verenigde Naties of de NAVO, ontbraken. Een jaar geleden noemde Bush in Brussel het transatlantische bondgenootschap nog “de voornaamste pijler van onze veiligheid in de nieuwe eeuw“. Maar dat was voor een ander publiek.

De grote afhankelijkheid van olie uit instabiele delen van de wereld is al jaren lang een groot probleem voor de Amerikaanse buitenlandse politiek. Deze keer was woordkeus van Bush (“Amerika is verslaafd aan olie“) harder dan in het verleden. Maar of de de oplossingen die hij opperde - innovatie en alternatieve energiebronnen - voldoende kunnen zijn om de Amerikanen te bevrijden van hun ongemakkelijke olierelaties met landen als Saoedi-Arabië en Venezuela, wordt door zijn critici sterk betwijfeld. En zolang dat probleem niet is opgelost, stuit het democratisch idealisme steeds op zijn grenzen.