Wij tegen de restvan het heelal

Lichte verwarring toen de Russische president Poetin eind vorig jaar een bezoek bracht aan Nederland. De president repte van een onderlinge handel tussen Nederland en Rusland van een kleine 14 miljard euro. De Nederlandse regering kwam niet verder dan ruim 9 miljard. Er was, kortom, zo'n 4,5 miljard euro zoek. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vond die later terug. Het ging om zogenoemde doorvoer- en entrepothandel, die de Russen wel, maar Nederland niet meetelde.

Het misverstand wijst er op hoe moeilijk handelsstatistieken zijn. Landen rekenen bijvoorbeeld bij hun import de kosten, verzekeringen en transport wel mee, maar bij hun uitvoer niet. Zo wordt de invoer licht overdreven, en de uitvoer juist wat onderschat. Het resultaat is dat, als van alle landen de export wordt opgeteld, die in totaal wereldwijd veel lager uitvalt dan de van alle landen opgetelde import. Het heeft de voormalige chefeconoom van het Internationale Monetaire Fonds, Michael Mussa, er al eens toe gebracht te constateren dat de aarde kennelijk een handelstekort heeft met de rest van het heelal.

Handelscijfers zijn dus lastig, en dat geldt ook voor de categorieën die wel of niet worden meegeteld. Voor Nederland weegt dat zwaar. Een kleine, open economie met een grote haven heeft al snel indrukwekkende cijfers: officieel bedraagt de export van Nederland de helft van het bruto binnenlands product. Voor grote economieën is dat in de regel niet meer dan hooguit een procent of vijftien.

Gisteren werd bekend dat Nederland over 2005 een recordoverschot heeft bereikt op de handelsbalans. Het CBS becijfert dat het overschot 32 miljard euro bedraagt, tegen rond de 27 miljard in de voorgaande drie jaar. Dat is mooi, maar eerder deze maand liet het CBS in een inzichtelijke publicatie zien hoe ingewikkeld het is om zaken al dan niet te betitelen als 'buitenlandse handel'.

Een precieze schatting van wat nu echt invoer en uitvoer is zal waarschijnlijk wel nooit mogelijk zijn. Maar de uitsplitsing per handelpartner zegt eigenlijk al genoeg: forse overschotten met Duitsland, Frankrijk, Italië en Engeland, en al even flinke tekorten met China. We zuigen spullen van de rest van de wereld op, en sluizen ze door naar de buren. Dat maakt in meerdere opzichten uniek. Mocht de premier misschien toch last krijgen met de reputatie van Nederland in Amerika ten aanzien van de militaire missie in Afghanistan, dan kan hij er altijd nog op wijzen dat we een van de zeer weinige industrielanden zijn waarmee de Verenigde Staten een handelsoverschot hebben.

Maarten Schinkel