Wat wij deden was legaal, zegt ex-top Enron

In Houston begint vandaag de rechtszaak tegen de twee oud-topbestuurders van Enron. Beiden ontkennen schuldig te zijn aan de ineenstorting van het energieconcern.

De meeste werknemers hadden pensioengeld of spaargeld voor de studie van hun kinderen in aandelen van het bedrijf gestoken. Dat werd in één klap waardeloos. 4.000 werknemers verloren hun baan, beleggers verloren miljarden.

Vandaag begint in Houston de rechtszaak tegen Kenneth Lay en Jeffrey Skilling, de oud-topbestuurders van Enron. Eind jaren negentig van de vorige eeuw werd het bedrijf nog als de grootste energiehandelaar ter wereld op Wall Street bejubeld, nu staat het voor alles wat verkeerd is aan het Amerikaanse bedrijfsleven.

De onttakeling begon in augustus 2001. Bestuursvoorzitter Jeffrey Skilling trad af, om 'persoonlijke redenen'. Oprichter en oud-bestuursvoorzitter Lay nam de functie weer over. De beurs vertrouwde het niet. Al snel bleek dat de winst met behulp van boekhoudtrucs jarenlang te hoog was voorgesteld.

De teloorgang van het bedrijf had grote gevolgen voor het Amerikaanse bedrijfsleven. Accountantskantoor Arthur Andersen hield, na vervolgd te zijn door justitie, op te bestaan. De autoriteiten verhoogden de druk op andere ondernemingen. Boekhoudschandalen bij Worldcom en Tyco kwamen naar buiten. Strengere boekhoudregels, vernoemd naar de opstellers, de senatoren Sarbanes en Oxley, werden van kracht.

Justitie verdenkt Lay (63) van zes zaken, waaronder fraude en het geven van een foute voorstelling van zaken over de resultaten van het bedrijf. Hij zou analisten en banken hebben voorgelogen. Skilling (52) is op 34 punten aangeklaagd. Ook hij wordt verdacht van het onjuist voorlichten van analisten en banken. Daar komt het verstrekken van onjuiste informatie aan accountants en handel met voorkennis bij. Op elke aanklacht staat een maximale gevangenisstraf van dertig jaar.

Toen Skilling in New York een voorlopig proces afwachtte, misdroeg hij zich. Hij werd van openbare dronkenschap beschuldigd, noemde andere bargasten 'FBI-agenten in vermomming' en trok een shirt van een vrouw omhoog omdat hij dacht afgeluisterd te worden.

Skillings wantrouwen kwam door de doortastende houding van justitie. Die richtte de zogeheten Enron Task Force op, de 'speciale eenheid Enron', die de rechtszaak heeft voorbereid. Hiervan maken onder meer acht advocaten en tien FBI-agenten deel uit. Dit team heeft bekentenissen van zestien Enron-werknemers weten af te dwingen.

Lay vertelde het al eerder en hij zal het deze weken in de rechtszaal herhalen: wat hij deed, was legaal. Lay en Skilling blijven volhouden dat ze onschuldig zijn. Skilling meent dat Enron bij zijn aftreden in 2001 'in fantastische vorm' verkeerde en dat hem de ineenstorting niet te verwijten valt.

De rechtszaak leek eerst maanden te zullen duren omdat de aanklagers gecompliceerde financiële constructies moesten uitleggen aan juryleden, die op dat terrein niet per se deskundig zijn (zie 'Jury uit Houston onpartijdig genoeg'). Nu de jury gekozen is, kunnen de aanklagers 85 mogelijke getuigen oproepen.

Een van hen is Andrew Fastow, voormalig financieel bestuurder en destijds rechterhand van zowel Lay als Skilling. Fastow heeft een deal met justitie gesloten en zal nu tegen zijn voormalige bestuurders getuigen. Het waren voornamelijk zijn financiële constructies, waarvoor hij persoonlijk garant stond, die de winst van het bedrijf hoger voorstelden.

Daar kwam een week na Kerstmis Richard Causey bij. Hij was de belangrijkste boekhouder van het concern en zou eigenlijk ook deze week terechtstaan. Maar hij meldde zich op het laatste moment bij justitie en accepteerde een gevangenisstraf van zeven jaar in ruil voor zijn hulp. Fastow kreeg vorig jaar een celstraf van tien jaar, na een deal met justitie. Beiden zijn de eerste Enron-bestuurders die in de cel zitten.