Vaccin tegen 'terreurgif' ricine getest

Een vaccin tegen het gif ricine is met succes getest bij mensen. Ricine geldt als favoriet wapen van terroristen. Het vaccinonderzoek is vandaag gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences.

Vijftien proefpersonen bleken inenting met een experimenteel vaccin goed te doorstaan en ontwikkelden ook voldoende afweerstoffen. Men heeft nog niet willen onderzoeken of de gevaccineerde personen een opzettelijke vergiftiging met ricine doorstonden. Dat is al wel aangetoond bij muizen en konijnen.

Ricine is een zeer krachtig gif dat van nature voorkomt in de wonderboon Ricinis communis. Deze bonen worden op grote schaal geteeld voor de productie van olie. Het gif blijft in de uitgeperste bonenpulp achter en valt daar uiterst eenvoudig uit te halen. De Amerikanen produceerden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog grote hoeveelheden ricine als potentieel strijdmiddel. Van lieverlee heeft het ook veel belangstelling gekregen van individuele terroristen en terreurbewegingen als Al Qaeda. In de handleidingen die in Afghaanse trainingskampen werden gevonden zaten steeds ook instructies voor bereiding van ricine. Ricine is ook bekend geworden van de paraplumoord op de Bulgaar Georgi Markov (1978).

Ricine bestaat uit twee gekoppelde eiwitketens waarvan keten B verantwoordelijk is voor hechting aan de cel en keten A de eigenlijke vergiftiging voor zijn rekening neem. Die keten A blokkeert de goede werking van ribosomen, de cellichaampjes waar eiwitten worden geassembleerd. In het bloed veroorzaakt ricine klontering van rode bloedlichaampjes en het uitvlokken van serum-eiwitten. De dodelijke dosis ricine is vooral uiterst laag als het wordt ingeademd of ingespoten. Opname via het maagdarmkanaal is moeilijker. Toch is het opeten van tien wonderbonen in de meeste gevallen al dodelijk.

De Amerikaanse onderzoekers lieten een ricine, dat in de gevaarlijke keten genetisch licht was veranderd, produceren door de bacterie E. coli. Dit bleek niet giftig bij muizen en konijnen maar wekte er wel afweerreacties op. Nu is het ook in oplopende doses aan 15 jonge vrijwilligers toegediend zonder dat daar noemenswaardige bijwerkingen optraden. Wel steeg de hoeveelheid gewenste antistoffen (anti-lichamen) in hun bloed. Werd gezuiverd bloedserum van deze vrijwilligers ingespoten bij muizen, dan bleken die niet langer gevoelig voor ricine.