Universiteit pakt ongemotiveerde rechtenstudent hard aan

De eeuwige rechtenstudent is niet meer. Trage studenten worden weggestuurd. 'Eenvijfde van onze eerstejaars doet zelfs geen enkele tentamenpoging.'

Decanen Du Perron (links) en Stolker. Foto NRC Hbd, Leo van Velzen Leiden, 17/01/06. Links Du Perron rechts Stolker. Decanen Letterenfaculteiten van resp. Amsterdam en Leiden. Foto Leo van Velzen/Nrc.Hb. Leo van Velzen/ NRC Handelsblad

Aan het einde van het gesprek wil Carel Stolker graag even iets rechtzetten. 'We zijn echt niet zo tobberig als het misschien lijkt. De enorme uitval van eerstejaars rechtenstudenten is een groot probleem, maar vanaf het tweede jaar zijn de meeste studenten heel gemotiveerd.'

Carel Stolker is decaan - zeg maar baas - van de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Hij ontvangt zijn pas aangetreden Amsterdamse collega Edgar du Perron in het fraai gerestaureerde Kamerlingh Onnes Gebouw, huis van de Leidse rechtenfaculteit. De twee decanen praten over het selecteren van studenten. Niet bij de toelating - dat mag (nog) niet - maar wel zo snel mogelijk na binnenkomst. De rechtenstudie is populair, maar raakt verstopt door grote aantallen ongemotiveerde studenten. Alle faculteiten zoeken oplossingen om de massaliteit van de studie tegen te gaan.

Selectie is nodig. Neem de Universiteit van Amsterdam. Bijna veertig procent - 250 van de 653 - van de eerstejaars van het studiejaar 2004-2005 kreeg een negatief studieadvies, wat wil zeggen dat ze de opleiding moesten verlaten. Ze hadden onvoldoende studiepunten gehaald. De betrokken studenten lieten zich volgens Du Perron 'blijmoedig' wegsturen, slechts vijf gingen in beroep, tevergeefs overigens. In Leiden is een kwart van de studenten na twee jaar verdwenen. Stolker: 'Dat vind ik helemaal niet erg, we moeten filteren.'

De grote uitval in het begin van de studie vertroebelt de rendementscijfers, zeggen de decanen. Mét het eerste jaar erbij is in Amsterdam slechts een kwart van de studenten na zes jaar afgestudeerd. Du Perron: 'Twintig procent van onze eerstejaars doet geen enkele tentamenpoging. Die groep is niet tot aan het einde van de studie te slepen. Die moet je in je rendementscijfers buiten beschouwing laten. Wij tellen vanaf het tweede jaar.'

De ongemotiveerde rechtenstudent is geen nieuw fenomeen. Rechten was altijd al een massale studie, vaak gekozen omdat studenten niet weten wat ze willen. Onduidelijk is waarom het pas sinds kort als een probleem wordt beschouwd.

Bezuinigingen op de universiteiten hebben geleid tot bewustwording, denken de decanen. Stolker: 'Tien jaar geleden waren docenten hier helemaal niet mee bezig. We dachten aan hogere dingen en hadden veel meer geld te besteden. Pas nu realiseren docenten zich dat een hoger rendement in het belang is van de faculteit en de studenten. Door je onderwijsbudget efficiënt te besteden, houd je meer over voor onderzoek.'

Du Perron: 'De druk is toegenomen, we moeten meer met minder mensen doen. Daardoor voelen docenten dat ze met publiek geld werken. Dat is niet per se slecht.'

De druk vanuit de overheid om zo snel mogelijk af te studeren is niet opportuun, vindt Du Perron. 'De kans op een baan voor een 22-jarige is uitermate klein. Elk advocatenkantoor zegt tegen zo'n afgestudeerde: ga eerst nog maar iets anders doen.' Stolker vindt zeven jaar nog een acceptabele studieduur, mits iemand extra dingen doet: studie in het buitenland, tweede studie, student-assistentschap.

De strijd tegen massaliteit en lage rendementen heeft twee kanten. Ongemotiveerde studenten worden verwijderd met een bindend studieadvies. Aan de andere kant creëren universiteiten steeds meer faciliteiten voor extra gemotiveerde studenten, de zogenoemde honours programs. Ook wordt er dit jaar volop geëxperimenteerd met selectie aan de poort, het selecteren van kansrijke studenten bij het toelaten tot de studie.

Driehonderd van de achthonderd eerstejaars in Leiden hebben in september een test gedaan. Stolker: 'We kijken hoe ze het doen dit jaar, en of er een correlatie is met hun testresultaten. We willen weten of zo'n test voorspellende waarde heeft.' Du Perron: 'Zodra er een goed selectiecriterium is, pas ik het toe. Maar zoiets hebben we niet. Je kunt niet voorspellen wie een goede jurist wordt en wie niet.' Klopt, zegt Stolker. Zelf was hij op de middelbare school een zittenblijver en had hij geen wiskunde in zijn pakket. 'En ik ben toch een aardige jurist geworden. Zolang ik mijn eigen cv niet kan verklaren, wil ik niet selecteren.'

Daarom voelt Stolker niets voor de Utrechtse oplossing, waar sinds dit studiejaar de beste studenten apart worden opgeleid in het Utrecht Law College. Stolker: 'Het klinkt geweldig en mijn college van bestuur begint er regelmatig over, maar dat etiket 'topopleiding' vind ik vooralsnog gebakken lucht. Je weet niet wat je aan het doen bent en wie je uitsluit. Ik wil niet het risico lopen dat we bijvoorbeeld allochtone studenten wegsturen, die pas later in de studie tot bloei komen. Ik wil zo vroeg in de studie geen tweedeling.'

In Amsterdam is de discussie over een aparte topopleiding nog gaande, maar ook Du Perron ziet het gevaar van uitsluiting. 'Ik ben een voorstander van differentiatie binnen de studie, aparte trajecten voor goede studenten. Maar een harde scheiding tussen soorten studenten vind ik niet goed. Rechten is een emancipatiestudie. We moeten achterstandsgroepen een kans geven, niet uitsluiten. Ik beschouw dat als onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.'

De Amsterdamse decaan verwacht meer heil van een persoonlijke benadering. Het plan voor intake-gesprekken en studiecontracten voor eerstejaars is dan ook vooral bedoeld om de studenten meer bij de faculteit te betrekken, niet als selectiemiddel. Zo'n contract, met afspraken over het verwachte studietempo, is niet bindend. Het bevordert wel de zelfselectie, hoopt Du Perron. Maar, zegt hij berustend, 'mensen die er bewust voor kiezen om spookstudent te worden, raak je niet kwijt door een gesprek.' Hij weet wel wat de beste oplossing is. 'Het liefst zou ik ze bij binnenkomst allemaal een hand geven.'