Speelgoed waarschuwing!

Het was een kniestuk. Binnendoorsnee ongeveer 15 centimeter. In de flenzen zaten ronde gaten. Het lag langs de rivier, achtergelaten door water-werklui. Het was een onderdeel geweest van een buizenstelsel waar bagger door gepompt was. De binnenwand van de bocht was gepolijst door het zand.

Geen speelgoedfluit

Lang geleden gevonden en onvergetelijk gelukkig was ik ermee. Haast niet te tillen, maar ik nam hem mee naar huis. Heb er een hele zomer mee gespeeld. Niet binnen, dat mocht niet, het ding zou het linoleum krassen, maar buiten. Wat deed ik er dan mee? Alles. Ik speelde er duizend spellen mee. Zonder ook maar een moment te beseffen dat ik aan het spelen was. Ik was er mee aan het werk, de koning te rijk.

Kinderen van nu worden gedwarsboomd om zich later zo iets geweldigs te kunnen herinneren. Ze mogen om te beginnen al niet in hun eentje langs de rivier of de straat slijpen, ze vinden dus geen kniestukken of andere vergeten materialen. Ze mogen bovendien hun handen niet vies maken en al helemaal geen zware gevonden voorwerpen met scherpe randen meebrengen naar het kinderdagverblijf of de naschoolse opvang.

En als ik als eigenwijze speelgoedwinkelier kniestukken met flenzen wil verkopen als het ultieme speelgoed, krijg ik last met de Voedsel en Waren Autoriteit. (Nee niet met de Keuringsdienst van Waren want die bestaat niet meer).

We hadden vroeger klei. Dezelfde klei waar baksteen van gebakken werd. Klei van langs de rivier. M'n vader haalde het voor ons in een emmer.

Zou ik een speelgoedwinkel hebben in een stad aan de rivier dan zou ik nu die klei verkopen.

De Voedsel en Waren Autoriteit zou me bekeuren.

Speelgoed en speeltuig moeten voldoen aan eisen van de Warenwet. Aan speelgoed kunnen kinderen zich niet meer pijn doen en de oogjes zitten heel goed vastgenaaid in de koppen van de beertjes. En van rivierklei kunnen ze niet vies worden.

Nederland heeft al 38 jaar een Nationale Speelraad. Moet de kwaliteit van het spelen bevorderen. Uitvinder ook van het Speelgoed van het Jaar. Toen de raad 35 jaar bestond, werd een boekje uitgegeven waarin de vraag werd gesteld of het voor het kind niet stomvervelend is geworden.

Men durfde zich hardop af te vragen: 'Kinderen moeten met grenzen en gevaar leren omgaan. In hoeverre belemmert wet- en regelgeving kinderen te veel en te vaak in het spel?' Aan een antwoord op de vraag komt de Speelraad niet toe.

Verderop in het boekje Uitdaging en Veiligheid - Dilemma's bij het spelen: 'Kinderen moeten kunnen spelen met natuurlijke materialen als boomschors, schapenwol en natuurklei. De wetgeving maakt het onmogelijk om deze materialen onbewerkt als en in speelgoed in de handel te brengen.'

Doodsbenauwd wordt ook dit vreselijke dilemma aangeroerd: 'Op een schommel kun je ondersteboven hangen. Goed te doen voor kinderen die het kunnen. Maar kinderen die het niet kunnen zouden het na kunnen gaan doen. Met alle gevlogen van dien. Wat is toelaatbaar en voor wie?'

Misschien moet de Voedsel en Waren Autoriteit kinderen die het niet kunnen in beslag nemen, dan kan er onderstboven aan een schommel niks misgaan.

Speelgoedfabrikanten en winkeliers hebben intussen een manier gevonden om de regels en richtlijnen voor speelgoed te omzeilen.

Ik kocht in een speelgoedwinkel drie verschillende houten fluiten die het droevige geluid maken van een stoomfluit. Voor kinderen die treintje spelen. Ze kunnen fluiten als een koe op de rails staat. Op een van de verpakkingen: 'Niet geschikt voor kinderen tot 3 jaar. Bewaar de verpakking.' Op een andere: 'Houdt dit zakje weg bij baby's en kinderen. Gooi het weg.' Maar op de derde onontkoombaar met uitroeptekens: 'Dit is een muziekinstrument, GEEN SPEELGOED!!!'

Zet dat op een afgedankt kniestuk van een baggermolen. Dan mag het.

Wouter Klootwijk

    • Wouter Klootwijk