'Proftennis moet zich beter profileren'

Oud-tennisprof Jacco Eltingh (35) is sinds kort bestuurslid van de spelersvakbond ATP. Hij legt uit waarom zijn sport moet veranderen.

Jacco Eltingh Foto Dijkstra tennis Dijkstra bv

Het was vergaderen, vergaderen en nog eens vergaderen. Jacco Eltingh praatte zich de blaren op de tong in Melbourne tijdens de eerste dagen van de Open Australische tenniskampioenschappen, maar denk niet dat de voormalige nummer negentien van de wereld met tegenzin aanschoof. 'Ik sta een beetje versteld van mezelf, want ik vind het boeiender dan ik had gedacht. Ik zit dichtbij het vuur, bovenop de grote beslissingen.'

Sinds begin november maakt Eltingh als portefeuillehouder Europa deel uit van het bestuur van de spelersvakbond ATP, die sinds kort onder leiding staat van de oud-directeur van de Disney-amusementsindustrie, de Zuid-Afrikaan Etienne de Villiers. Diens credo: 'Tennis moet evolueren van professionele sport naar onderhoudend amusement. Natuurlijk moeten we trouw blijven aan de sport, maar het talent moet ook worden gebruikt voor het product entertainment.'

Inkrimping van de overvolle kalender is daarbij onvermijdelijk. Eltingh: 'Het seizoen moet korter. Met alle respect voor landen als Kroatië en Slowakije (finalisten Davis Cup, red.), maar toen ik Davis Cup speelde, speelden we tegen toppers als Becker, Stich, Agassi, Sampras. Dat gebeurt nu niet meer, en dat is geen toeval.'

Wat is het grootste probleem waarmee tennis worstelt?

Eltingh: 'Tennis moet zich beter profileren. In vergelijking met andere sporten haalt tennis er niet uit wat er in zit. Op wereldniveau zit onze sport niet bij de eerste tien en zelfs niet bij de eerste twintig. Neem het prijzengeld. Win je als golfer de Buick Open (een toernooi op de Amerikaanse tour, red.) dan praat je over een bedrag van 800.000 dollar voor de winnaar. Een vergelijkbaar toernooi in het tennis, zeg Rosmalen of San Jose, levert 52.000 dollar op. Je wint aan uitstraling en prestige, zeker vanuit Amerikaans perspectief, als het prijzengeld onhoog gaat. Wij zijn van mening dat we door betere marketing en intensieve samenwerking met andere belanghebbenden (vrouwenspelersvakbond WTA, internationale tennisfederatie ITF en de vier grandslamtoernooien, red.) onze sport beter kunnen verkopen. Bij de ATP hadden wij tot voor kort niet eens iemand die belast was met marketing.'

Wat zijn de mogelijkheden?

'Onze nieuwe voorzitter heeft bij het begin van de Australian Open de toezegging gedaan dat de huidige totale prijzenpot van ongeveer 60 miljoen tegen het einde van 2010 op zo'n 100 miljoen zal liggen. Van belang is dat de spelers weer het gevoel hebben dat wij er voor hen zijn. Omdat de ATP Tour (jaarlijkse cyclus proftoernooien, red.) voor vijftig procent eigendom is van de ATP en voor vijftig procent in handen van toernooien zelf, hebben spelers het gevoel dat hun bestuur altijd met twee petten op zit. Onze vorige voorzitter Mark Miles stemde nooit, om elke schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Gevolg was dat sprake was van een patstelling, want de rest van het bestuur bestaat uit drie spelers- en drie toernooivertegenwoordigers. Zo schiet je niet op; spelers kregen het gevoel: er gebeurt niets. Onze nieuwe voorzitter stemt wel.'

De puntentelling bij het dubbel is al aangepakt, met een super-tiebreak in plaats van een derde beslissende set en de afschaffing van 'voordeel'.

'De spelers waren daar niet blij mee, maar beseffen dat de toernooien nu ook de verplichting hebben het dubbel te promoten, met een speciale sponsor en andere promotionele activiteiten. Zelf heb ik die discussie twaalf jaar geleden al gevoerd samen met Paul (toenmalig dubbelpartner Haarhuis, red.). Toen al zag je dat het enkel- en het dubbelspel heel langzaam uit elkaar begonnen te groeien, en kon je op je klompen aanvoelen dat de toernooien op een gegeven moment zouden zeggen: allemaal leuk en aardig, maar waarom moet ik nog zoveel extra hotelkamers reserveren? Voor spelers die toch geen extra kaartjes verkopen.'

Een ander discussiepunt is de introductie van HawkEye, een hulpmiddel voor de scheidsrechter waarbij camera en computer bepalen of een bal in of uit was.

'Federer is tegen, maar beseft dat de sport er bij gebaat zou kunnen zijn. De eerste resultaten stemmen positief. Alleen: het moet niet te lang duren én het moet via een groot beeldscherm goed zichtbaar zijn voor het publiek. Dat vergroot de betrokkenheid. Zelfs John McEnroe, die toch een reputatie heeft als het gaat om scheidsrechterlijke beslissingen, ziet de voordelen nu hij kennis heeft gemaakt met het systeem.'

    • Mark Hoogstad