Minister Van Ardenne blaast hoog van de toren

Het artikel over het bezoek van de ministers Van Ardenne en Verdonk aan een vluchtelingenkamp in Noord-Kenia (NRC Handelsblad, 25 januari) heb ik met schaamte en verbazing gelezen.

De aansporing van minister Verdonk tegenover een vluchteling uit Zuid-Soedan om terug te keren naar zijn land met de woorden: ”U bent een man. U wilt toch een rol spelen bij de wederopbouw van uw land?” is niet alleen arrogant, denigrerend en gevoelloos, maar getuigt ook van een gemis aan kennis van de actuele situatie in Zuid-Soedan. Kennelijk is zij zonder veel voorbereiding in het vliegtuig gestapt en is, onder meer, de voortreffelijke dagelijkse berichtgeving over Soedan van het persbureau van de Verenigde Naties in Nairobi (UN-OCHA/IRIN-news) aan haar voorbijgegaan.

Het zou deze minister hebben gesierd als zij, bij gebrek aan kennis, een geheel andere houding had aangenomen, namelijk die van luisteren.

Enige bescheidenheid zou ook minister Van Ardenne niet hebben misstaan. Ook zij blaast hoog van de toren met: ”wij lopen voorop met ons beleid” en ”Verdonk en ik gaan ons beleid coördineren en dan zal u zien wat er in de wereld gebeurt”. Je vraagt je af of de minister ooit kennis heeft genomen van de monumentale beleidsnota van 1990 van de toenmalige minister Pronk: Een wereld van verschil, waarin uitgangspunten worden genoemd voor een duurzame oplossing van opvang, integratie en repatriëring van vluchtelingen en ontheemden. Uitgangspunten die nog steeds uiterst actueel zijn.

Van Ardenne en Verdonk hebben grootse voornemens. De wereld, de vluchtelingen en ik zijn in blijde verwachting maar houden het hart vast. In elk geval zou het goed zijn minister Verdonk voortaan thuis te laten.

    • Ministerie van Buitenlandse Zaken
    • Plv.Directeur Inspectie Ontwikkelingssamenwerking
    • Dr. Tom J. Segaar Oud-Inspecteur