Meepraten zonder meebeslissen werkt niet

Nederlandse bestuurders laten burgers tegenwoordig over van alles meepraten. Maar als er met die gesprekken vervolgens niets gebeurt, leidt inspraak snel tot frustratie.

Wat willen Nederlanders eigenlijk? Bestuurders zouden het dolgraag willen weten. In deze tijd van mondige Nederlanders, individualisme en de zogenoemde kloof tussen burger en politiek is de oude traditie van besturen van bovenaf niet populair meer. Besturen doe je niet voor de burger, maar met de burger. 'Maatwerk' is in.

Deze ontwikkeling, die zich al sinds begin jaren negentig aftekent, is vooral bij gemeenten diep doorgedrongen. De meeste plannen, van de bouw van een nieuw multifunctioneel centrum tot het opstellen van een structuurvisie voor het landelijk gebied, worden uitgebreid met betrokken burgers doorgesproken.

Soms blijft dat beperkt tot de, vaak wettelijk verplichte, inspraak- en voorlichtingsavonden. Maar steeds meer krijgen burgers een belangrijke, soms doorslaggevende rol in wat de gemeente in hun buurt doet. Zoals in Breda, waar inwoners geld van de gemeente kregen om hun eigen ideeën voor verbetering van de leefbaarheid in hun wijk te bedenken en uit te voeren.

In het landelijk bestuur zijn veel pogingen om Nederlanders bij de politiek te betrekken gestrand. De gekozen burgemeester en een vernieuwing van het kiesstelsel verlieten samen met de verantwoordelijke minister Thom de Graaf (D66) het kabinet. In de Tweede Kamer worstelen de partijen met de invoering van een referendum - zeker sinds de uitslag van het eerste Nederlandse referendum over de Europese Grondwet voor de regering in een grote teleurstelling uitmondde. Van het plan van Kamervoorzitter Frans Weisglas om de Tweede Kamer 'in het land' te laten vergaderen is na een eerste poging in Veendam, twee jaar geleden, niets meer vernomen.

De invoering van 'dualisme' in gemeentelijk en provinciaal bestuur - oorspronkelijk bedoeld om de lokale partijpolitiek nieuw leven in te blazen, later verkocht als methode om de kloof tussen burger en politiek te verkleinen - verloopt stroef. Deels omdat de betrokken politici eigenlijk niet zo goed weten wat er precies van ze verwacht wordt. Soms ook door praktische problemen: in een poging om het contact met de burger te vergroten, vergaderden de Provinciale Staten van Noord-Holland meer 'op locatie' en legden de provinciale politici meer werkbezoeken af. Totdat in 2004 bleek dat de reislustige politici het budget met 231.000 euro dreigden te overschrijden. En dus moest de Noord-Hollander die wat wilde weten over de provinciale politiek weer naar het provinciehuis.

Meepratende burgers kunnen ook meer problemen opleveren dan ze oplossen. Juist een project dat vooral een algemeen belang moet dienen, kan - in de ogen van bestuurders - volledig ontsporen als burgers het voor het zeggen krijgen.

Dat burgers over zaken mee mogen praten is niet alleen bedoeld om te horen wat ze te zeggen hebben. Bestuurders houden er ook van om weerstand tegen zelfverzonnen plannen weg te nemen onder het motto: als ze hun frustraties hebben geuit, kunnen wij weer verder met ons eigen idee.

Hierin schuilt direct ook het grootste risico van burgerbetrokkenheid, waarschuwen politicologen, bestuurskundigen en staatsrechtgeleerden al jaren. Wie denkt ergens over mee te praten, om later het gevoel te krijgen dat hij eigenlijk niets te zeggen heeft, wordt daar vaak niet vrolijk van.

Wat dan kan gebeuren, is te zien in de Haagse Schilderswijk. Daar moest een drugsgebruikersruimte komen, bij een park waar volgens bewoners veel kinderen spelen. Na tientallen bijeenkomsten, wijkbezoeken en gesprekken met de wethouder was de weerstand van de buurt alleen maar toegenomen. De gemeente wilde niet wijken, ook niet na rellen waar bewoners raadsleden met eieren en stenen bekogelden. Nu is de ruimte voor drugsgebruikers er, en staan de bedreigingen aan het adres van de wethouder op internet.

    • Derk Stokmans