Italianen buigen in dopingconflict

Anderhalve week voor het begin van de Olympische Winterspelen in Turijn is de controverse tussen de Italiaanse overheid en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) over dopingcontroles bijgelegd. De minister van Gezondheid heeft besloten zijn decreet ten aanzien van doping voor de periode van 1 februari tot 31 maart niet ten uitvoer te brengen.

Eind vorig jaar kwamen beide partijen lijnrecht tegenover elkaar te staan. Omdat doping in Italië onder het strafrecht valt als criminele overtreding, wilden de autoriteiten de verantwoordelijk naar zich toetrekken, ook voor de controles op verboden middelen tijdens de Spelen. Het IOC vreesde invallen en behield, als sportkoepel bij een sportevenement, zich dat recht voor en weigerde overheidsinmenging.

In ruil voor het bevriezen van het decreet krijgt minister Storace in Turijn wel een vertegenwoordiger in de olympische anti-dopingcommissie, die toezicht houdt.

Schaatsster Anzjelika Kotioega neemt niet deel aan de Winterspelen. De Wit-Russische, omstreden wegens een dopingzaak, voldoet niet aan nieuwe door de Internationale Schaatsunie (ISU) gestelde tijdslimieten. In september werd de 35-jarige Kotioega voor twee jaar geschorst door de ISU, wegens gebruik van steroïden. In hoger beroep werd ze vrijgesproken, op voorwaarde dat het sporttribunaal CAS in Lausanne deze uitspraak zou bevestigen, maar CAS buigt zich waarschijnlijk pas na de Spelen over de zaak.