'Godslastering is helaas toegestaan'

Nederlandse moslims begrijpen het hevige protest tegen cartoons met de profeet Mohammed. 'Er zijn grenzen aan de vrijheid van meningsuiting.'

'Ik zou zeker naar de rechter stappen. Het is ontoelaatbaar om de profeet Mohammed te gebruiken in een spotprent.'

Ayhan Tonca, voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid, weet wat hij zal doen als een Nederlandse cartoonist doet wat twaalf Deense collega's deden. Hun tekeningen van Mohammed, eind september 2005 gepubliceerd in de Deense krant Jyllands-Posten, leidden tot hevige protesten in het Midden-Oosten. Aanvankelijk waren alleen Deense moslims boos, met enige vertraging keren nu een aantal Arabische landen zich tegen Denemarken.

Begrijpelijk, vindt Tonca. 'Godslastering wordt helaas toegestaan in West-Europa. Altijd met verwijzing naar de vrijheid van meningsuiting, maar respect voor andermans geloof stelt daar grenzen aan. Ik zou dat langs juridische weg willen toetsen.'

Ook de Bond tegen het Vloeken vindt het respectvol om 'afbeeldingen van Mohammed achterwege te laten', zegt een woordvoerder van de Bond. Hij reageert zelf ook 'zodra sprake is van een oneerbiedige of openlijk lasterlijke afbeelding van God of Jezus, die derhalve ook kwetsend is voor christenen, die Hem liefhebben'.

De reactie van moslimorganisatie CMO verbaast hem niet, zegt de man van de Bond tegen het Vloeken. 'Vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar we vragen ons echt af waarom Jyllands-Posten het noodzakelijk achtte opzettelijk de grenzen van dit recht op te zoeken. Het past de pers naar onze mening om op een respectvolle wijze om te gaan met de godsdienstige gevoelens van mensen.' Hierbij zegt hij wel dat dat de Bond 'het dreigen met geweld radicaal afwijst'.

Ook christenen krijgen het soms zwaar te verduren in cartoons, films en cabaret. Het lijkt of zij er beter tegen kunnen.

'Christenen hebben zich neergelegd bij spot'

CMO-voorzitter Tonca zegt dat 'christenen het natuurlijk ook heel erg vinden' als hun geloof op de hak genomen wordt. 'Maar spotten met hun symbolen is al heel lang gangbaar. Zij hebben zich daar bij neergelegd.'

Tonca vergelijkt de spotprenten met Submission, de korte film van Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. 'Deze dingen werken averechts. De makers zeggen dat ze in gesprek willen met de moslimgemeenschap, maar ze bereiken het tegenovergestelde. Ze voeden radicalen om de westerse samenleving aan te vallen. Je moet je ook afvragen wat het doel is van zulke spotprenten. Kennelijk willen ze vooral moslims tegen de schenen schoppen.'

Nederlandse moslims mengen zich nog niet in het debat over de Deense cartoons. Op Marokkaanse websites waren de prenten eind vorig jaar reden voor enig debat, maar het nu opgelaaide protest is er nog niet opgepikt. Nederlandse cartoonisten lijken huiverig om Mohammed af te beelden, zo blijkt uit de prenten van vandaag.

Politiek tekenaar Ruben L. Oppenheimer, werkzaam voor NRC Handelsblad en enkele regionale kranten, durft best een afbeelding van de profeet Mohammed te tekenen. 'Vanuit de familiekring hoor ik wel eens 'waarom zou je provoceren'. Zeker nadat Theo van Gogh was vermoord. Maar ik kán er niets mee. Als ik ernaar zou luisteren kan ik beter ophouden. Als ik niet kan tekenen wat ik wil, verlies ik mijn bestaansrecht.'

'Misschien doe ik er morgen wel iets mee', zegt Oppenheimer. 'Maar over het algemeen krijg ik vaak te horen 'doe maar iets anders, laat maar', bij redacties. Ik merk dat in de samenleving in het algemeen en in de pers in het bijzonder de angst regeert. Ik bedoel de angst om te beledigen, te verstoren, te kwetsen sinds de aanslagen in Amerika, sinds Van Gogh. Ik bespeur een lichte druk. Ze zeggen: probeer niet te veel te provoceren. Ik laat me daardoor niet te veel beïnvloeden.'

    • Japke-D. Bouma Mark Duursma