Dure woordkeuze van Groenink

Voor het eerst liet de top van ABN Amro zich vanochtend openlijk uit over de affaire in Amerika die het zo mooie jaar 2005 afsloot. 'De reprimande was terecht.'

Groenink (rechts) en De Swaan van ABN Amro bij de presentatie van de jaarcijfers. Foto Evelyne Jacq Europa, nederland, amsterdam, 31-01-2005 Bekendmaking jaarcijfers 2005 ABN AMRO bankvoorzitter Groenik. foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Zonder de volgorde van belangrijkheid aan te geven, behandelde topman Rijkman Groenink van ABN Amro vanochtend bij de presentatie van de jaarcijfers de agenda voor het jaar 2006. Als zesde 'actiepunt' noemde hij het verbeteren van de compliance, de interne controle op het naleven van de regels. Daarin moet de bank 'de beste van de klas zijn, in alle landen waar wij werken', aldus Groenink.

Die doelstelling komt niet uit de lucht vallen, nadat het succesvolle jaar 2005 (baten: plus 18 procent; nettowinst: plus 13 procent) met een pijnlijke affaire in de Verenigde Staten werd afgesloten. Kort voor Kerstmis maakte de bank bekend een boete van bijna 67 miljoen euro te hebben moeten betalen aan de Amerikaanse financiële toezichthouders. Reden: het overtreden van anti-witwasregels en het ontduiken van de Amerikaanse sancties tegen de landen Iran en Libië, door de VS bestempeld als 'schurkenstaten' die het terrorisme ondersteunen.

Het schenden van de regels speelde in de jaren 2002-2004, op de vestigingen van ABN Amro in New York en Dubai. Al vanaf de zomer van 2004 vonden verschillende interne onderzoeken plaats naar deze gebeurtenissen. In december vorig jaar leidde dat tot de genoemde boete, maar al in januari 2005 kregen topman Groenink en zijn financiële rechterhand Tom de Swaan van de eigen raad van commissarissen een reprimande.

Vanochtend lichtten zij voor het eerst toe waarom zij deze reprimande - 'de reprimande was terecht' - hadden gekregen, en bevestigden daarmee grotendeels de reconstructie die de Amerikaanse zakenkrant The Wall Street Journal al op 30 december had gemaakt. Groenink benadrukte vanochtend dat hij de gang van zaken zelf bij de commissarissen aanhangig had gemaakt.

Op vrijdag 1 oktober 2004 zat Groenink in New York om de resultaten van een onderzoek naar dubieuze transacties met Oost-Europese klanten aan de Amerikaanse centrale bank (Fed) te rapporteren. Vlak voor zijn bezoek aan de Fed kwam in zijn suite in het Ritz-Carlton-hotel vanuit het Amsterdamse hoofdkantoor een fax binnen met het 'concept-rapport' over de malversaties ten aanzien van Iran en Libië. Groenink wilde niet dat dit 'incomplete rapport' in handen kwam van de Amerikaanse toezichthouders en vroeg zich af of deze 'kopie' niet moest worden 'vernietigd'. Het was dit 'zeer onverstandige' taalgebruik waardoor Groenink door zijn raad van commissarissen uiteindelijk werd berispt. Want, zo legde de bestuursvoorzitter vanochtend uit, dat woord - destroy - had 'de kans geschapen op potentiële schade voor de bank.'

Tom de Swaan, die zich over deze gebeurtenis in New York openlijk had afgevraagd of het een 'meldbaar evenement' was, kreeg eveneens een berisping. Dit, zo zei De Swaan vanochtend, omdat die suggestie tot 'een misverstand' had geleid bij Amerikaanse collega's van de bank, en dus mogelijk 'een risico met zich meebracht voor het Amerikaanse bankbedrijf'.

Groenink benadrukte vanochtend dat een onafhankelijk onderzoek door een Amerikaanse advocatenkantoor had uitgewezen dat er 'op geen enkele wijze obstructie van de rechtsgang is gepleegd', noch dat daar de intentie voor bestond. Hij had, zo vertelde hij, willen voorkomen dat de Amerikaanse toezichthouders een rapport in handen zouden krijgen, 'dat nog niet klaar was'.

Behalve de boete die ABN Amro in december kreeg opgelegd, volgde begin deze maand een tweede boete in de VS voor het op valse gronden aanvragen van hypotheekgaranties van de overheid.

Op de vraag tijdens de persconferentie of het Amerikaanse openbaar ministerie nog strafrechtelijk onderzoek naar beide of een van de affaires doet antwoordde Groenink dat de bank daar 'op dit moment niets van bekend is'. Alle interne en onafhankelijke onderzoeksrapporten over de gebeurtenissen rond ABN Amro in Amerika liggen bij de financiële toezichthouders. Het is volgens Groenink gebruik dat de toezichthouders die rapporten doorgeven aan het ministerie van Justitie. Groenink: 'Dat verdwijnt allemaal in dat grote gebouw in Washington. En daar is tot op dit moment niets uitgekomen.'

    • Jeroen Wester Philip de Witt Wijnen