Duif

Het instorten van de evenementenhal in Katowice waarin een grote duivenbeurs werd gehouden leverde hartverscheurende krantenartikelen op. In De Limburger van maandag las ik hoe Frederic Basch uit Deil bij het schijnsel van de schermen van twee laptops zijn vader zag liggen. Twee ijzeren panelen hadden het lichaam in een onnatuurlijke houding gedwongen. 'Ik zag onmiddellijk dat hij dood was.' De foto van de ravage laat zien dat er voor sommigen geen ontsnappen aan was.

Uren later vind ik op de bank van een trein een verfrommelde Spits die door veel handen moet zijn gegaan. Op de voorpagina is een foto afgedrukt die misschien een nog indringender verhaal vertelt. Op de voorgrond wordt een duif door twee handen vastgehouden. Op de achtergrond staan drie mannen van wie er één in opperste verslagenheid naar de grond staart. Het onderschrift: 'Een Poolse duivenliefhebber houdt zijn enige overlevende duif in handen, gisteren in Katowice'. Alsof de foto zeggen wil: wacht eens even, niet alleen mensen zijn slachtoffer van de ramp.

Ik vond het een treffende foto. Treffend in de zin dat ze strookte met mijn beleving. Toen de eerste berichten over de ramp binnenkwamen dacht ik behalve aan de mensen onder het puin ook aan de verpletterde duiven. Het is gevaarlijk dit op te schrijven. Moralistische zuurpruimen zouden kunnen concluderen dat ik evenveel waarde hecht aan het leven van een duif als aan het leven van een mens. Maar wie net als ik ooit een duif in de handen heeft gehouden, en het hartje als een razende in de palmen tekeer heeft voelen gaan, is voor het leven verkocht.

Ik schreef op deze plaats eerder over mijn kindertijd die ik voor een deel doorbracht tussen duivenmelkers. Een fascinerende wereld was dat waarin mensen hun dieren vertroetelden in hokken die veel weg hadden van glanzende paleisjes. Wel had ik er moeite mee dat de beestjes af en toe in een vrachtwagen werden gestopt om een paar honderd kilometer verderop te worden losgelaten, maar het feit dat ze zo snel mogelijk naar hun baasjes terug wilden was een teken dat ze het naar de zin hadden.

Op een dag zat er een uitgeputte duif op het gazon. Ze liet zich zo maar pakken. Op de onderkant van de vleugel zat een goed leesbare stempel met naam en adres van de eigenaar: Gerard Gaston uit Charleroi. Als een volleerd verpleger nam ik de duif onder mijn hoede. En ik schreef een brief aan deze Gaston Gerard. De duif is in goede handen, maakt u zich geen zorgen. Ik vroeg hem of hij de duif kwam ophalen, of dat ze zelf de weg terug zou kunnen vinden wanneer ze genoeg was aangesterkt. Gaston Gerard schreef terug. De duif mocht ik houden. Geen knip voor de neus waard. Hij stuurde zelfs het eigendomsbewijs mee, een soort duivenpaspoort. Uit wraak voor de liefdeloosheid van Gerard, besloot ik van de duif een kampioen te maken. Een paar dagen later was ze weg. Terug naar België natuurlijk. Het paspoort heb ik gehouden.

    • Peter Winnen