Dioxine is terug, maar niet als crisis

Ruim zes jaar geleden was België in de ban van de dioxinecrisis. Is er lering getrokken uit het verleden? 'Een groot deel van het vlees is al opgegeten.'

Eén vraag dringt zich op, schreef de Vlaamse krant De Morgen naar aanleiding van het nieuws dat de kankerverwekkende stof dioxine opnieuw in veevoedsel terecht gekomen is: hoe is dit mogelijk? Ruim zes jaar geleden was België in de ban van de dioxinecrisis. Een bedrijf, de firma Verkest, bleek transformatorolie te hebben gebruikt om vet te maken dat vervolgens in veevoer terecht was gekomen. Die olie was door een ander bedrijf opgehaald bij containerparken.

De vorige dioxine-crisis kostte 1,5 miljard euro. Honderden boerenbedrijven werden gesloten, net als nu. Honderdduizenden kippen en varkens moesten worden geslacht.

Ook de politiek moest betalen. De ministers van Volksgezondheid en Landbouw moesten aftreden. De rooms-rode regering van premier Dehaene verloor korte tijd later de verkiezingen. Een parlementaire onderzoekscommissie oordeelde dat de verantwoordelijke ministers het publiek niet snel genoeg hadden geïnformeerd.

Na al die jaren is er nog niemand strafrechterlijk veroordeeld voor de affaire. Binnenkort beslist de rechtbank in Gent of de eigenaars van de firma Verkest vervolgd zullen worden.

Saillant detail: even leek het er op dat dat bedrijf (weer) in de fout was gegaan. Lucien en zijn zoon Jan Verkest zijn namelijk verder gegaan onder een nieuwe naam: Profat. En dat bedrijf heeft nu opnieuw met dioxine vervuild vet geleverd aan andere bedrijven. Gisteren werd echter bekend dat de fout niet is gemaakt bij hun nieuwe bedrijf Profat, maar eerder in het productieproces, bij een ander, beursgenoteerd bedrijf, Tessenderlo Chemie. Daarmee lijkt, veel sneller dan de vorige keer, de bron van het kwaad te zijn ontdekt.

Waarom is het er ditmaal geen politieke commotie, vraagt de Vlaamse krant De Standaard zich af. Het antwoord: 'De dioxinecrisis van 1999 werd, in de nasleep van de affaire-Dutroux, beschouwd als het zoveelste bewijs van slecht openbaar bestuur. Er bleek nauwelijks een gecentraliseerde dienst die het voedsel controleerde.'

Na 1999 werd daarom het Voedselagentschap opgericht. Dat heeft een goede naam. Het hoofd, Piet Vanthemsche, werd uitgeroepen tot overheidsmanager van het jaar. Het agentschap controleert niet systematisch op dioxinen, maar door middel van steekproeven. 'We moeten proberen om de blootstelling aan dioxines zo veel mogelijk te beperken. Dioxines horen niet thuis in de voedselketen', zei Vanthemsche gisteren. Maar, zei hij eerlijk, 'een groot deel van het vlees is al opgegeten.'