Blair: hulp van groot belang

In Londen is vanmorgen een grote internationale conferentie over hulp aan Afghanistan begonnen. Het doel van de tweedaagse bijeenkomst is de voortgang van de wederopbouw van Afghanistan te waarborgen voor de komende vijf jaar.

Vertegenwoordigers uit zeventig landen, onder wie de Nederlandse ministers Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking, CDA), nemen deel aan het overleg. Het staat onder het gezamenlijke voorzitterschap van de Britse premier Tony Blair en de Afghaanse president Hamid Karzai.

Blair verklaarde vanmorgen in zijn openingstoespraak dat de conferentie niet alleen van belang is voor de Afghanen maar ook voor de hele internationale gemeenschap. Weliswaar is er sinds de omverwerping van het radicaal-islamitische bewind van de Talibaan in 2001 veel hulp verstrekt aan Afghanistan, maar het land blijft verre van stabiel en meer hulp blijft daarom noodzakelijk. Een probleem bij de hulpverlening is dat het gezag van de regering van Karzai buiten de hoofdstad Kabul wankel is. Dit heeft er toe geleid dat de papaverteelt sterk is gegroeid. Het land geniet de twijfelachtige eer de grootste exporteur van heroïne ter wereld te zijn.

De conferentiegangers zullen zich buigen over een ambitieus plan, Afghan Compact genaamd. Dat voorziet onder meer in het opbouwen van een eigen leger met een omvang van 70.000 man. Secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties zei vanmorgen dat het de taak van de Afghaanse regering is vrede in het land te brengen. Zonder steun van de NAVO is het land daartoe op dit moment nog lang niet in staat.

Het plan kent ook belangrijke sociaal-economische doelstellingen. Zo beoogt het 40 procent van de dorpen binnen vijf jaar aan te sluiten op het wegennet, en 65 procent van de stedelijke huishoudens op het elektrische net.