Ashdown heeft de haat niet weggenomen

Paddy Ashdown, namens de VN bestuurder van Bosnië, stapt vandaag op. Hij heeft sinds mei 2002 gewerkt aan de vorming van een Bosnische eenheidsstaat. Maar de haat heeft hij niet kunnen wegnemen.

Paddy Ashdown (foto EU) Lord Paddy Ashdown, Haut représentant de l'UE pour la Bosnie-Herzégovine EC/Christian Lambiotte

Tien uur 's ochtends. Het café annex wedkantoor stroomt vol. Pakjes Drina-sigaretten worden op tafel gelegd, dubbele espresso's worden geserveerd en verwoed vult iedereen zijn scoreformulier in. Daarna is er nog maar één zaak die de aandacht opeist: een televisiemonitor aan de wand, waarop de uitslagen van windhondenraces en basketballwedstrijden verschijnen.

Door heel Bosnië is het tafereel overheersend: roken, koffie drinken en wedden. Het zijn de voornaamste bezigheden in een getraumatiseerd land met een werkloosheid van ruwweg 60 procent.

Ruim tien jaar na de oorlog van 1992 tot 1995 verkeert Bosnië nog altijd in politieke en economische chaos. Daaraan heeft de aanwezigheid van de Verenigde Naties, die het feitelijke bestuur over de voormalige Joegoslavische republiek in handen hebben, weinig kunnen veranderen. 'Bosnië is het zwarte gat van Europa', zeggen de ergste pessimisten. 'Europa kán en mág Bosnië niet in de steek laten', adviseren de optimisten.

Eén van hen is Lord Paddy Ashdown die als Hoge Vertegenwoordiger namens de VN de afgelopen vier jaar Bosnië bestuurde. In 2002 werd Ashdown, leider van de Britse liberaal-democraten, aangesteld. Vandaag neemt hij afscheid en draagt hij het gezag over aan de Duitse diplomaat Christian Schwarz-Schilling.

Wat heeft Ashdown in die jaren bereikt? En, een veel prangender vraag: wat kón hij bereiken? De politieke tegenwind die Ashdown ondervond was net zo groot als de weerstand die hij opriep met zijn vaak arrogante optreden.

Bij het Dayton-vredesakkoord in 1995 werd Bosnië opgedeeld in twee entiteiten: de federatie van Kroaten en moslims en de Servische Republiek. Daarbij is de federatie nog eens opgedeeld in kantons, met ieder hun eigen regering en parlement, waardoor het totaal aantal regeringen in Bosnië (met een bevolking van amper 4 miljoen) uitkomt op 14. Op landelijk niveau regeert een driekoppig presidium, waarin de drie nationaliteiten zijn vertegenwoordigd. Maar het feitelijke gezag over beide entiteiten is in handen van de VN. 'De huidige bestuurlijke situatie is onhoudbaar,' zei Ashdown afgelopen november nog, aan de vooravond van de (overigens mislukte) onderhandelingen over een nieuwe grondwet voor Bosnië. 'Er moet nu eindelijk een nieuw land in de steigers worden gezet.'

Hoewel niemand twijfelt aan de juistheid van Ashdowns constatering, overheerst de teleurstelling. Had niet juist Ashdown zélf die steigers moeten bouwen?

De opdeling van Bosnië was in de ogen van de internationale gemeenschap een tijdelijke oplossing, op weg naar de schepping van een multi-etnische eenheidsstaat. Beide entiteiten hebben nu nog hun eigen leger, politiemacht en douane. Ashdown dwong beide partijen die situatie te beëindigen, maar was daarin maar deels succesvol: pas over vijf jaar worden de twee legers omgevormd tot één gezamenlijk Bosnisch leger; hervormingen binnen politie en douane zijn op de lange baan geschoven.

Aan wie niet voldoende meewerkte liet Ashdown bij tijd en wijle zijn tanden zien. Zo ontsloeg hij in juni 2004 zestig hoge functionarissen in de Servische Republiek, onder wie ministers, wegens corrupte praktijken en obstructie bij de opsporing van de nog altijd voortvluchtige oorlogsmisdadigers Radovan Karadzic en Ratko Mladic. 'Ashdowns 'pogrom' was slechts een cosmetische operatie,' meent Branko Todorovic, president van mensenrechtenorganisatie Helsinki Comité in de Servische Republiek. 'De ontslaggolf was het resultaat van een politieke ruil tussen Ashdown en president Dragan Cavic [van de Servische Republiek]: jij mag blijven zitten, als ik er wat hervormingen voor terug krijg.'

Todorovic vindt dat de internationale gemeenschap de Bosniërs een oplossing opdringt: het scheppen van een multi-etnische staat, voor veel Bosniërs een utopie. De Kroaten voelen zich in de federatie bedreigd en dromen van een eigen entiteit. Angst voor het verlies van identiteit en zeggingskracht is ook voor de Serviërs de enige reden om hun republiek in stand te houden. Samen zijn de Serviërs en Kroaten bang dat de moslims, met steun van de internationale gemeenschap, het in Bosnië voor het zeggen krijgen.

Is er een alternatief? Volgens mensenrechtenactivist Todorovic is die vraag onder Ashdown niet aan de orde geweest. 'In plaats van uit te gaan van de angst voor wat de ander van je kan afpakken, moeten we aan elkaar vragen: wat heb jij als Kroaat, moslim of Serviër nodig om je in Bosnië thuis te voelen?' zegt hij. 'Misschien resulteert dat in een derde, Kroatische, entiteit. De zekerheid van drie entiteiten geeft de drie etnische groepen meer zelfvertrouwen. Wellicht heeft die constructie over twintig jaar nog slechts een symbolische waarde, maar in de huidige situatie regeren angst en haat.'

Ashdown heeft successen geboekt. Ruim twee miljoen vluchtelingen zijn teruggekeerd. Daarnaast is de EU met Bosnië onderhandelingen begonnen over een stabiliteits- en associatieverdrag, een eerste voorzichtige stap op weg naar Europese integratie. Toenadering tot de EU is echter voor de meeste Bosniërs een sprookje. Ze zullen Ashdown eerder afrekenen op het feit dat hun land er sociaal en economisch amper op vooruit is gegaan. De haat is gebleven. 'Als moslim krijg je echt geen baan bij een Servische werkgever' , zegt Eniz uit Modrica, een provinciestad in de Servische republiek. In Sarajevo, in de federatie, is de situatie omgekeerd: daar zijn de Serviërs langzaam uit het centrum verdwenen.

Krachtpatser Ashdown lukte het niet om de haat weg te nemen. 'Ik zie voor mezelf meer een adviserende en ondersteunende rol', zegt zijn opvolger Schwarz-Schilling. Het klinkt vertrouwenwekkend: een subtieler opererende bestuurder heeft meer kans van slagen in een tot op het bot verdeeld Bosnië.

    • Tijn Sadée