Zonder baard en tulband niet naar Uruzgan

Afghaanse hulpverleners durven door het gebrek aan veiligheid alleen vermomd rond te reizen in Uruzgan. Ze hopen dat Nederlandse militairen daar verandering in komen brengen.

Voordat Yama Yousuf, een Afghaanse hulpverlener, richting Uruzgan afreist, laat hij altijd zijn baard staan. Dan valt hij minder op in de bergachtige provincie, waar alle mannen baarden hebben en tulbanden dragen. Ze zien er, zegt hij, allemaal uit als leden van de Talibaan. 'Daarom heb ik eveneens een tulband op mijn hoofd. Anders is het te gevaarlijk. Je weet nooit wie je voor je hebt. In Uruzgan hebben de Talibaan vrij spel.'

Yousuf werkt voor de Afghan Health & Development Services (AHDS), een niet-gouvernementele organisatie (ngo) die sinds 1996 actief is in de provincie Uruzgan. AHDS heeft in totaal 260 mensen in Uruzgan, van wie de meerderheid actief is in dorpen buiten de hoofdstad Tarin Kowt. De ngo geeft onder andere voorlichting over gezondheidszorg en traint er vroedvrouwen. Elke hulpverlener, legt Yousuf uit, wordt door de Talibaan gezien als een handlanger van de overheid en dus van de Amerikanen, 'de bezetter'. 'Voor je het weet heb je een kogel tussen je ogen. Het is daar levensgevaarlijk. Ga daar als buitenlander alsjeblieft niet naar toe', zegt hij bijna smekend. Maar laat de Nederlandse troepen gewoon komen, zegt Yousuf, een dertiger, in één adem door. 'Dat is belangrijk voor de veiligheid. Als ze respect tonen voor de lokale cultuur, zullen de mensen met ze meewerken. Afghanen willen vrede, ook in Uruzgan.'

Inderdaad, Yousuf weet van de discussie in Nederland. Naar verwachting zal de Nederlandse Tweede Kamer zich donderdag uitspreken over deelname van Nederlandse militairen aan de NAVO-stabilisatiemacht ISAF in Uruzgan. Hij begrijpt dat de missie in Nederland omstreden is, mede wegens de veiligheidsrisico's voor de 1.400 Nederlanders die in Uruzgan veilige omstandigheden zouden moeten creëren voor wederopbouw.

Die risico's bestaan er onder andere uit dat de provincie wordt geregeerd door twee gouverneurs, zo zeggen de inwoners. De één heet Jan Mohammed, officieel aangesteld door president Karzai, en hij zwaait de scepter in Tarin Kowt. De ander heet Mullah Omar, de leider en oprichter van de Talibaan, die zich vermoedelijk schuilhoudt in de bergen van zijn geboortestreek en zich van daaruit op gezette tijden laat gelden buiten de provinciehoofdstad.

Voordat het Talibaanbewind in 2001 werd weggejaagd door de Amerikanen was het veel veiliger in Uruzgan, zo blijkt uit gesprekken met verschillende hulporganisaties. Hulpverlener Yousuf: 'Buiten de stad zijn geen militairen aanwezig. Het landschap is ruig, te onherbergzaam, er zijn geen wegen. Wij kunnen er alleen maar werken omdat de lokale bevolking ons steunt en we gezondheidszorg bieden.' Veiligheid is nooit gegarandeerd. 'Wij zijn ook mensen kwijtgeraakt door aanslagen van de Talibaan, toen ze van Kandahar op weg waren naar Uruzgan.'

Vroeger waren er wat bandieten, nu heersen de Talibaan

AHDS is een van de weinige hulporganisaties die zich nog buiten Tarin Kowt durven vertonen. De Afghan Development Association (ADA) is bijvoorbeeld al vijftien jaar aanwezig in Uruzgan, maar werkt sinds 2001 niet meer buiten de stad. 'Vóór die tijd werkten we met de mensen in de dorpen aan irrigatieprojecten, we hadden verschillende programma's. Nu doen we alles vanuit het kantoor in Tarin Kowt. Vroeger moest je op zijn hoogst oppassen voor bandieten, maar nu heersen de Talibaan', vertelt Mohammed Dawood, hoofd van het kantoor in Kabul.

Uruzgan is altijd een achtergebleven provincie geweest. Het ligt ver weg van de centrale overheid in Kabul en niet langs een handelsroute. Tot voor kort liep er geen enkele goed geasfalteerde weg naar Uruzgan. De inwoners, conservatieve Pashtun, zijn daardoor achteropgeraakt bij veel andere delen van Afghanistan. De Talibaan maken daar handig gebruik van. 'Ze maken de bevolking bang, zeggen dat de Amerikanen hun geloof willen verbieden, hun tradities vernietigen', aldus ontwikkelingswerker Dawood.

De inwoners van Uruzgan zijn voornamelijk arme analfabete boeren, die abrikozen en amandelen verbouwen. In de zeer afgelegen gebieden, waar de overheid zich niet laat zien, verbouwen de kleine boeren ook papaver voor de opiumproductie. Inwoners van de berggebieden zeggen dat Mullah Omar heeft geëist dat de boeren daar opium verbouwen. 'Die hebben daar geen problemen mee, want ze verdienen er goed aan', zegt Dawood, 'en met de opiumhandel financieren de Talibaan hun strijd.'

In het tribale Uruzgan domineren vier stammen: de Popolzai, de Achekzai, de Kakal en Noorzai. Jan Mohammed, de gouverneur en voormalig krijgsheer, is een Popolzai, evenals president Karzai. Volgens hulporganisaties heeft de gouverneur de belangrijkste overheidsbaantjes uitgedeeld aan zijn stamgenoten, tot ergernis van de andere stammen. De rivaliteit en onvrede onder de stammen is groot en speelt de Talibaan in de kaart, zegt Dawood. Karzai heeft onder druk van onder andere het Nederlandse kabinet, toegezegd Jan Mohammed te vervangen en heeft hem een senaatszetel aangeboden. De gouverneur weigert tot op heden die te accepteren.

Militairen die in het gebied werken, zullen rekening moeten houden met de gevoelige tribale verhoudingen. 'Als ze samenwerken met bepaalde stammen, moeten ze voorkomen dat de andere stammen zich achtergesteld voelen. Anders jagen ze die tegen zich in het harnas. Toon respect en je ontvangt respect. In dat eerste zijn de Amerikanen niet zo goed. Europeanen hebben wat dat betreft een veel beter imago', zegt Dawood.

Een Amerikaanse krijgsraad heeft afgelopen vrijdag een Amerikaanse militair tot vier maanden cel en degradatie in rang veroordeeld voor de mishandeling van gedetineerden op de legerbasis in Tarin Kowt. Soldaat James Hayes en een collega hebben bij dat incident, afgelopen juli, twee Afghaanse gedetineerden in de borst en schouders gestompt.

Veel stamleden in Uruzgan steunen nog altijd de Talibaan, onder andere door ze onderdak te bieden. Hierdoor kunnen de Talibaan zich vrij bewegen in Uruzgan. 'Het staat echter niet vast waar ze zich precies schuilhouden in Uruzgan', zegt Lattifa Afzali, hoofd van Afghan Bureau for Consultancy, een hulporganisatie die eveneens in de provincie opereert. 'Ze komen vaak vanuit het grensgebied met Pakistan, plegen een aanslag en verdwijnen weer. Niemand weet precies waar ze zitten.'

Rectificatie / Gerectificeerd

De kaart van de NAVO-operatie in Afghanistan (30 januari, pagina 6) toont alleen de troepen van de NAVO-missie ISAF (International Security Assistance Force). De troepen van de Operation Enduring Freedom, die niet onder de NAVO valt en in verschillende delen van het land opereert, staan niet op de kaart.

    • Philip de Wit