Westbroek straalt in 'Andrea Chénier'

Andrea Chénier is zo'n opera die je hoort te kennen, maar zelden live hoort. De laatste uitvoering in Nederland dateert van tien jaar geleden, in de Matinee van het Amsterdamse Concertgebouw. In diezelfde serie klonk de opera dit weekeinde opnieuw, nu met als wapenfeit het spectaculaire rol-debuut van de hier nog weinig bekende Nederlandse sopraan Eva-Maria Westbroek (Maddalena).

Het Franse Revolutie-drama Andrea Chénier staat voor ruim twee uur verismo van de meest onversneden soort en belicht de eerste opwellingen van revolte tot en met de guillotinedood van de libertijnse dichter Chénier en zijn Maddalena. Alleen al het eerste bedrijf is een estafette van sferen, kleuren en effecten. Van de door mezzo Tania Kross vol en ontspannen gezongen scène met kamenierster Bersi - een van de vele mooi gezongen kleine rollen in deze matinee - tot het feest van de Gravin, waar de adel het nog nèt gezellig heeft.

In die diversiteit schuilt tegelijkertijd het probleem van Andrea Chénier. Giordano noteerde felle emotie, opruiende revolutiedeunen en Pucciniaanse lyriek, maar erg coherent is zijn opera niet. Dirigent Giuliano Carella, al meermalen eerder met succes in de Matinee te gast in laatromantisch Italiaans repertoire, speelde die stilistische overvloed echter uit alsof het Giordano's voornaamste troef was. Hij liet de in symfonische bezetting spelende Radio Kamer Filharmonie fel en zwaar uithalen bij alle dramatische erupties en melancholiek meeklagen met de zich opofferende Maddalena. Je kunt Giordano effectbejag verwijten, maar in zijn effectbejag was hij in elk geval wel heel effectief.

In Andrea Chénier is de belangrijkste rol voor de titeltenor. De Italiaanse Nicola Rossi Giordano had zijn naam mee, maar moest afzeggen wegens keelklachten. Hij werd vervangen door de Amerikaan Andrew Richards. Met zijn slanke, soepele geluid was hij als de dichter overtuigend jong en innemend, maar vocaal (nog) te weinig in staat tot passie en drama.

En passie - daarmee staat of valt Andrea Chénier. Zo werd de geest van de revolutie wél overtuigend belichaamd door bariton Paolo Gavanelli, die als de oude bediende/sansculotte Gérard grommend en zing-acterend de meeste sympathie opwekte. Zijn liefdesverklaring aan Maddalena klonk huiveringwekkend echt; een barse kreet uit een gebarsten hart.

In het uitvergroten van emoties is de opera ook op zijn sterkst. De scène waarin Eva-Maria Westbroek als Maddalena haar revolutietrauma bezingt, was een absoluut hoogtepunt. Stralend, zaalvullend en met een power die de indruk wekte makkelijk nóg veel heftiger dramatischer te kunnen. Volgende maand zingt Westbroek opnieuw in Nederland - dan in La damnation de Faust o.l.v. Gergjev.

Concert: Andrea Chénier van U. Giordano door de Radio Kamer Filharmonie/Groot Omroepkoor o.l.v. Guiseppe Carella. Gehoord: 28/1 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 31/1, 20 u.

    • Mischa Spel