Oostenrijk geeft doek aan erfgename

Het Kunsthistorisch Museum in Wenen geeft het Portret van Van Schooten (1656) door Philips Koninck terug aan Marei von Saher, de erfgename van kunsthandelaar Jacques Goudstikker.

Het doek hoorde tot de 800 schilderijen die aan het begin van de Tweede Wereldoorlog aan de Duitse rijksmaarschalk Göring werden verkocht. Na de oorlog werd het niet naar Nederland teruggebracht maar belandde het in Oostenrijk in de kunsthandel. In 1966 werd het verworven door het museum in Wenen.

De teruggave door Oostenrijk staat niet op zichzelf. Donderdag werd bij Sotheby's in New York de Borromea Madonna, een beeld van de Italiaanse kunstenaar Donatello voor 4,5 miljoen euro geveild. Het beeld was ingebracht door een particulier uit de Verenigde Staten die een deel van de opbrengst afstond aan Marei von Saher. Ook in Duitsland zijn onlangs schilderijen uit de vroegere Goudstikker-collectie teruggegeven aan Von Saher: het doek Kaartspelers en rokers van Dirck Hals (1591-1656) uit museum het Kunst Palast in Düsseldorf en een bloemstilleven van Rachel Ruysch (1664-1750) dat in het Albertinum in Dresden hing. Door buitenlandse musea en particulieren zijn nu zo'n vijftien werken met een Goudstikker-herkomst afgestaan. Over tientallen andere schilderijen in het buitenland zijn de advocaten van Marei von Saher in onderhandeling.

Het gaat hierbij om werken die in mei 1940 in de handelsvoorraad van Goudstikker waren. Een groot deel van deze, in totaal 1300, werken werd in de oorlog naar Duitsland verkocht. Slechts 300 werken werden later teruggehaald naar Nederland. Deze kwamen in bezit van het rijk. Van die 300 werken werd begin jaren vijftig een aantal geveild. De overige 267 Goudstikker-werken uit de rijkscollectie worden geclaimd door Von Saher. De Restitutiecommissie heeft hierover eind december een advies uitgebracht aan de regering. Morgen wordt dit advies in het kabinet besproken en naar verwachting zal nog deze week een besluit worden genomen.

De naar schatting 900 kunstwerken uit de Goudstikker-voorraad die niet terugkwamen naar Nederland, raakten in de loop der jaren overal verspreid. Voor het opsporen van deze werken heeft Marei von Saher een team van kunsthistorici geformeerd. Wanneer een schilderij wordt getraceerd, eist von Saher het op. Door musea en veilinghuizen worden haar claims inmiddels internationaal erkend. Een onbekend aantal van de verspreid geraakte Goudstikker-kunst kwam via de kunsthandel ook terecht in Nederlandse musea. Zo kocht het Mauritshuis in 1967 het schilderijtje Vissers aan de oever van een plas door Jan van Goyen en werden twaalf tekeningen van Jan Toorop aangekocht door het Haags Gemeentemuseum. Lawrence Kaye, de New Yorkse advocaat van Marei von Saher heeft al aangekondigd dat na de afwikkeling van de claim op de 267 schilderijen uit rijksbezit ook verschillende Nederlandse musea nog claims kunnen verwachten voor werken uit de Goudstikker-collectie die zij na de oorlog hebben verworven.

    • Lien Heyting