Nederlandse punkdichters tam

Het was rustig op literair festival Weerwoord, maar de gedichten soms fel. Vooral de Amerikaanse punkdichters gingen hard te keer, maar toonden ook gevoel voor ironie.

'Dit was anders. Dit waren Amerikanen.' Elke keer dat punkdichter Attila the Stockbroker dit zinnetje herhaalde, klonk de toon huileriger. Zo maakte hij de verontwaardiging van de Amerikanen belachelijk, om vervolgens uit te leggen waarom de aanslagen op 11 september 2001 plaatsvonden. Vanwege hun gewetenloze, machtsmisbruikende regeringen en omdat ze zich het leed en de honger in de rest van de wereld maar niet kunnen voorstellen.

Het was een harde en kritische tekst van Attila, waarbij hij verwees naar de coup van 11 september 1973 in Chili, waarna Amerika een militaire dictatuur in stand hield. Het was ook het type tekst waar de bezoekers van de 'Punk & Poetry'-avond tijdens het Weerwoord-festival in Amsterdam voor waren gekomen. Zijn Amerikaanse collega John S. Hall (zeg zijn naam hardop) braakte een aantal veel primitievere teksten uit op de dood van Reagan, waarbij 'you fucking piece of shit' de gemiddelde gevoelswaarde aangaf.

Maar beide punkdichters stikten niet in hun woede; ze toonden ook hun gevoel voor lichtheid en ironie, zodat het soms bijna standup comedy werd. Dat Attila - al vijfentwintig jaar in het vak - met zijn tijd meeging bewees hij door heel vanzelfsprekend een aantal nummers te rappen: nooit zou hij met punkpensioen gaan!

Hun eigentijdsheid was een wereld van verschil met de bleke optredens van de Nederlandse punkpoëzieveteranen Diana Ozon, Dorpsoudste de Jong en Didi de Paris, die zwolgen in nostalgie.

Gelukkig was er Sieger Baljon (1981), een krakersratje met pluizige sik en een wasknijper aan zijn pet. Hij speelde met geluidseffecten en geknepen stemmetjes, en dichtte over ka-ka-ka-ka-kaarsrechte wegen. Behalve een eigen stijl had hij, zoals verwacht mocht worden, een gedicht klaar over minister Verdonk, 'De vrouw van papier': 'Vandaag vouwde zij een vliegtuigje van vluchtgezin.'

Zondag sloot de tweede editie van het vijfdaagse festival af met een even gevarieerd als wisselvallig programma, gelijktijdig in de verschillende Leidseplein-theaters die Weerwoord samenstellen. In Bellevue las Dimitri Verhulst een geestige passage uit zijn nieuwe roman De helaasheid der dingen, over 'de plaspas' van zijn incontinente moeder. Rick de Leeuw zong eigen gedichten en vaardig naar het Nederlands omgezette liedjes van Tom Waits en Lou Reed, zoals Carolien zegt: 'Al haar vrienden noemen haar IJsland/ Niemand weet hoe hoog haar vuur brandt.'

Paradiso bood onder meer onderdak aan vier debutanten. Met vragen als: 'Ben je gelukkiger nu?' kwam het gesprek over hun debuutervaringen geen moment op gang, maar ze kregen wel de kans kort voor te dragen. Dichteres Peggy Verzett liet horen ook mooi te kunnen zingen.

Meest opvallend was de aanwezigheid van Jesse De Gruyter, die niets te vertellen had over zijn werk, nog nergens een recensie van zijn vorig najaar verschenen bundel had zien verschijnen, maar wel Sylvia Kristel zover had gekregen zijn gedichten voor te dragen. Dan kan je toch wel wat. Kristel las zoals het een diva betaamt, hors concours, zeer welluidend.

Weerwoord sloot af in mineur. Vital Baeken las weliswaar fraaie teksten van de absurdist Danniil Charms en Josse De Pauw van Beckett, maar het publiek liet het afweten, zoals de hele middag. De in de grote zaal van de schouwburg geplande voordrachten kregen zelfs de hal niet gevuld. Onmisbaar is het nieuwste literaire festival nog niet.

    • Ron Rijghard