Kijken wat er in het vat zit

Lars Boom won afgelopen zaterdag tijdens het wereldkampioenschap veldrijden in het Gelderse Zeddam zilver bij de beloftes. Ook op de weg kan hij uitstekend uit de voeten. 'Hij is in meerdere opzichten een wereldtopper.'

Lars Boom: 'Ik denk dat ik wel een talent ben.' Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold zeddam lars boom foto rien zilvold veldrijden wereldkampioenschappen NRC Handelsblad

De paplepel was het misschien niet, maar Lars Boom weet van jongs af aan wat crossen is. Zijn vader, nu als mecanicien actief bij de Raboploeg, was een triatleet, en nam ook geregeld deel aan wedstrijden op de mountainbike. 'Zo rolde ik er in, zonder dat mijn ouders mij ooit hebben gepusht. Toen ik elf of twaalf jaar werd, kreeg ik mijn eerste fietsje van de club.' Of hij direct wist dat hij een talent was? 'Nee, want bij de jeugd kan echt iedereen winnen.' Dat antwoord is wellicht wat bescheiden, want de net twintig jaar geworden Lars Boom werd vervolgens acht keer achter elkaar Nederlands kampioen. De laatste keer was eerder deze maand in Huijbergen toen hij de concurrentie bij de beloftes op ruim anderhalve minuut had gezet.

Zaterdag kwam hij in Zeddam net kracht tekort om de regerend wereldkampioen Zdnek Stybar uit Tsjechië te kloppen bij de beloftes. Booms sterke rijden bij de coureurs tot 23 jaar komt niet als een verrassing. Eind vorig jaar slaagde hij er al in om tweemaal (in het Belgische Overijse en Baal) een koers bij de elite te winnen, dus van mannen als Sven Nys, Richard Groenendaal en Erwin Vervecken. En twee jaar eerder veroverde hij al de regenboogtrui bij de junioren (tot 19 jaar) waar ditmaal Boy van Poppel in eigen land de mondiale titel binnen sleepte.

Dit weekeinde zou Boom vooral de strijd moeten aangaan met de 19-jarige Belg Niels Albert, zo was de verwachting. Die versloeg hij eind dit jaar in Baal in een rechtstreekse confrontatie. De jonge Brabander mag dan bescheiden ogen, hij liet direct in de woonplaats van Nys weten dat er met hem niet te dollen viel. Toen Albert na afloop van de Grote Prijs Sven Nys werd gevraagd waarom Boom eigenlijk had gewonnen verklaarde hij: 'Ik was niet stuurvast meer.' De reactie van de Nederlandse winnaar liet niet lang op zich wachten. 'Als je een foutje maakt, ben je niet goed meer', zei hij.

De verwachte tweestrijd tussen de Belg en de Nederlander, werd uiteindelijk een duel tussen drie man - en Stybar bleek de sterkste. 'Gewoon mooi, die zilveren medaille, maar mijn doel heb ik niet bereikt. Dat was goud', zei een nuchtere Boom een half uur na afloop. 'Ik heb voor eigen publiek in elk geval een mooie wedstrijd gereden en het leek erop dat Albert, Stybar en ik vandaag even sterk waren. Alleen was Zdnek aan het eind de beste.'

Booms permanente glimlach op het gezicht na afloop verklapte niet al te veel teleurstelling. 'Hij denkt natuurlijk dat er nog genoeg jaren zijn om een gouden medaille bij het veldrijden te behalen. Maar het kan best dat hij het later toch erg jammer vindt. Elke keer dat je het goud mist, ben je weer een jaar verder', zei Adrie van der Poel die, aanwezig namens de internationale wielerbond UCI, zelf in 1996 wereldkampioen bij de veldrijders was. Na een handvol tweede plaatsen.

Net als Van der Poel combineert ook Lars Boom een carrière op de weg en op het veld. En ook op de weg wordt de renner uit het Brabantse Vlijmen door kenners geroemd om zijn talent. Voordat een buitenlandse ploeg hem zou kunnen inlijven, verlengde de Rabobank zijn contract eerder deze maand tot en met 2008. Nico Verhoeven, ploegleider van het Continental Team, met de talentvolle jongeren, geeft hoog van hem op. 'Lars is in meerdere opzichten een wereldtopper, absoluut. Kijk wat hij in de Hessen Rundfahrt presteerde: hij werd op vijftien seconden tweede en bij de concurrenten waren er heel veel renners die altijd in de Pro-tourwedstrijden [hoogste categorie] meedoen; dan moet je een hele goede zijn als negentienjarige.'

Vorig jaar werkte Boom nog in een rijwielhandel, waarvoor hij als VMBO'er (metaal) is opgeleid. Maar het is de vraag of hij nog veel fietsen zal verkopen of repareren in zijn leven. De kans is groot dat hij na dit seizoen in de eliteploeg van de Rabobank zal worden opgenomen, zoals dat dit jaar de talenten Marc de Maar en Kai Reus overkwam. 'Ik denk dat ik wel een talent ben. Anders zou Rabobank mijn contract ook niet tot en met 2008 hebben verlengd. Hartstikke mooi was ook dat ik door de Club 48 (oud-renners) afgelopen najaar als Nederlands talent van het jaar ben gekozen.' Daarmee won hij de eerste Gerrie Knetemann-bokaal.

Juist omdat Boom ook goed op de weg lijkt mee te kunnen, krijgt hij met een dilemma te maken, want voor de langere termijn is een combinatie in de top moeilijk vol te houden. Wordt het (bijna) op zeker een goed belegde boterham in het veldrijden of gaat hij de veel grotere concurrentie op de weg aan? Door zijn jeugdige leeftijd heeft hij nog wel een paar jaar voordat hij een definitieve keuze moet maken. 'Ik wil in elk geval altijd aan het Nederlands kampioenschap en aan het WK veldrijden deelnemen', aldus Boom.

Bij de Rabobank dwingt in elk geval niemand hem tot een keuze. 'Hij wil gewoon kijken wat er op de weg in het vat zit en daar heeft hij groot gelijk in. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat je half mei pas de draad weer oppakt met het wegseizoen', zegt ploegleider Verhoeven. 'In zijn geval moet hij een beperkt aantal wedstrijden rijden en dus niet zeventig wegwedstrijden en 25 crossen: dan is op je 25ste het vaatje wel leeg.'

Volgens Verhoeven moet de kans op overbelasting ook niet overdreven worden. 'Ook de wegrenners trainen in de winterperiode heel hard en Lars ziet die veldwedstrijden als een vorm van ontspanning.'

Verhoeven durft geen voorspelling te doen over het pad dat Boom uiteindelijk zal kiezen. 'Ik twijfel er niet aan dat Lars een topper op de weg wordt, maar hoe ver hij precies komt weet je natuurlijk niet. Vorig jaar zat het driekwart van het wegseizoen tegen en had hij het idee dat hij niet erg ver zou komen. Vervolgens rijdt hij in zes weken een paar uitstekende resultaten. Of een groot talent het echt ver gaat schoppen, hangt van toevalligheden aan elkaar'.

Behalve een tweede plaats in de Hessen Rundfahrt, won hij de tijdrit van de Triptyque des Barrages en werd hij elfde bij het wereldkampioenschap op de weg in Madrid. 'Als je goed op de weg bent, is het natuurlijk stom om voor het veld te kiezen', zegt hijzelf. Al had hij vorig jaar ook mindere momenten op de weg. 'Mijn slechtste moment was in de Tour de l'Ain in augustus. Tijdens de beklimming van de Grand Colombier had ik het niet meer en kwam ik op twintig minuten van het peloton. Normaal kan ik goed mee in de bergen, maar toen niet.'

Volgens Van der Poel zou het een verlies voor het veldrijden zijn als Boom nu voor wielrennen op de weg zou kiezen. 'Het is heel positief dat hij beide disciplines kan combineren. Hij is slim genoeg om zelf een keuze te maken en hij heeft natuurlijk met het Rabo-team een hele goede entourage. Ik moest het zelf allemaal uitvinden en vooral in het begin kwam ik techniek te kort. Dat moest ik met kracht compenseren', aldus de 46-jarige Van der Poel. 'Ik denk wel dat de combinatie veld en weg tegenwoordig moeilijker is. Beide disciplines hebben zich verder ontwikkeld en vooral het veldrijden is veel technischer geworden.'

Na zijn zilveren medaille in het Gelderse Zeddam zit het veldseizoen er voor Boom op. Hij mag nog een paar dagen uitrusten en vrijdag reist hij naar Portugal waar alweer een trainingskamp wacht. Het wegseizoen is immers al weer begonnen.