Huilen

Hoe lang is het geleden dat u huilde zoals Roger Federer huilde, gisteren na zijn overwinning in Australië? Het is niet als gewetensvraag bedoeld, maar een beetje zelfonderzoek kan nooit kwaad.

Voor wie het niet gezien heeft, zal ik het even beschrijven. Op de Nederlandse tv kon je het trouwens niet live zien, want daar moest worden overgeschakeld naar het veldrijden op de fiets voor dames die van flagellatie houden. Dankzij de BBC konden we er toch nog getuige van zijn hoe Federer welgemoed met zijn verslagen tegenstander Baghdatis naar het erepodium stapte. De heren grapten tegen elkaar, er leek niets aan de hand.

Eerst kwamen de toespraken van de bobo's. Daarna mocht Baghdatis zijn uitvoerige dankwoordje doen: iedereen kwam aan de beurt, zelfs zijn neef op de tribune, pardon, zijn neven, verbeterde hij zichzelf snel. Alleen zijn vriendin vergat hij, zij moet vanaf nu op het ergste voorbereid zijn.

Toen moest Federer.

Hij is een verlegen, bescheiden kampioen. Op de baan is hij volkomen in zijn element, daarbuiten voelt hij zich meteen een vis op het droge. Federer ontving de beker uit handen van Rod Laver, de grootste kampioen van de oude generatie.

Laver was ook zo'n briljante, ingetogen kampioen, maar vroeger mocht zo iemand de schijnwerpers nog schuwen. Je kreeg je beker, raapte je rackets bij elkaar en stapte met een opgelucht knikje van de baan.

Tegenwoordig móet er gesproken worden. De sponsors willen ook wel eens genoemd worden. En daar stond Federer dus. 'Ik weet niet wat ik moet zeggen', zei hij. Hij gooide de groene envelop met de cheque in de beker en lachte dunnetjes. Toen zei hij: 'Gratulations for Marcos.' Hij talmde. 'And for his team.' Hij keek naar het tribunevak waar zijn helpers en vriendin zaten. 'Also for my team', zei hij aarzelend, en iedereen lachte.

Toen begon hij uit het diepst van zijn ziel te snikken. Hij bracht zijn handen naar zijn gezicht, probeerde zichzelf tot bedaren te brengen, maar het lukte niet. 'Het komt er nu allemaal uit', stamelde hij.

Wij, daar en thuis, zaten verbijsterd toe te kijken. De man die op de baan nooit enige emotie toont, een toonbeeld van zelfbeheersing op het saaie af, huilde opeens als een kind. En dat bij zijn zevende grote kampioenschap. Roger huilt altijd na een kampioenschap, zei later een wijsneus in de BBC-studio, maar dit was geen huilen meer, dit was onstelpbaar snikken.

Hij wist nog wat woordjes van dank uit te stoten, maar stortte opnieuw in toen hij opzij stapte om Laver te bedanken. Hij drukte hem wenend aan zijn borst. Laver liet het met vriendelijke gelatenheid over zich heenkomen. In zijn tijd huilde je stilletjes in je eentje in de kleedkamer, en dan alleen de dag nadat je je moeder, onverwacht doodgereden bij het oversteken van een straat in een buitenwijk van Perth, begraven had.

Toen Federer als een vaatdoek was afgevoerd, dacht ik terug aan de seconden kort vóór zijn huilbui. Die waren, achteraf bezien, het aandoenlijkst. Wij dachten dat hij vrolijk en opgelucht was, terwijl hij talmde in zijn toespraakje, omdat hij de vloed al voelde opkomen en er niets tegen doen kon. Hoe herkenbaar. Je wilt niet huilen, maar je huilt al!

Tegenover dit huilen paste ons toeschouwers maar één gebaar: wegpinken.

    • Frits Abrahams